Manu van der Aa, “Bedelen bij Picasso, Paul Méral, genie en charlatan”, een hoogst originele uitgave van uitgeverij Vrijdag.

Lees over het avontuurlijk en losbandig leven van de schrijver, gokker, dromer, mythomaan en alcoholicus, Paul Méral, aan wie André Gide weigerde om nog verder geld te lenen, waardoor Paul dan maar ging aankloppen bij… Pablo Picasso. Paul Méral (1895-1946) (foto), pseudoniem van Herman De Guchtenaere, was een Franstalige, Belgische dichter, geboren in Gent en overleden in Brussel. Hij was de zoon van het katholiek parlementslid Eugène De Guchtenaere en was de jeugdvriend van de latere Verdinaso-leider, Joris van Severen. Samen met Pierre Fontaine en de “journaliste volant”, Albert Bouckaert, was Méral in 1944, ook één van de oprichters van het Brussels dagblad “La Lanterne”, in 2002 omgedoopt tot “La Capitale”. De Belgische, Franstalige schrijver, dichter en criticus, Franz Hellens  (1881-1972) (foto) werd door Méral geïnspireerd voor zijn personage, Morel, in “Moreldieu” (1946).Paul Méral zelf schreef in 1917 en 1918, “Le Livre des récitatifs” en “Le dit des jeux du monde”, in 1933 en 1941, gevolgd door “À propos des Rothermere. Souvenirs” en “Franz Hellens ou la Transfiguration du réel (met Giuseppe Ungaretti en Valery Larbaud)”. In 1949 volgde nog “Paul Méral. Fragments et poèmes choisis” met een voorwoord van Franz Hellens. Daarnaast vertaalde Paul Méral voor Gallimard, Peter Belloc, “Sous les ponts de la Tamise” (“Below bridges”), Wallace Smith, “Le capitaine déteste la mer” (“The captain hates the sea”), en Edgar Allan Poe, “Une situation atroce et autres contes”.Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog was Paul Méral tijdelijk beroemd in Parijs. Befaamde kunstenaars als André Gide, Max Jacob, Arthur Honegger en Pablo Picasso behoorden tot zijn vriendenkring. Dat had te maken met de ophefmakende opvoeringen van zijn toneelstuk, “Le dit des jeux du monde”. Gecomponeerd in 1918 toen Arthur Honegger nog maar net van het Conservatorium kwam, drie jaar ouder dan zijn “Roi David” en vijf jaar vóór “Pacific 231”, was “Le Dit des Jeux du Monde” de toneelmuziek bij een hybride combinatie van ballet en toneelstuk, op een symbolistisch abstract gegeven van een jong en nu vergeten Belgische dichter van toen, Paul Méral.Mérals ‘dit’ ging in première op 2 december 1918 in het Théâtre Musical Moderne du Vieux Colombier. Dat werd toen nog niet terug door Jacques Copeau geleid, zoals Hellens meende, maar door Jane Bathori-Engel. Dans en kostuums waren van G.-.P. Fauconnet (1868-1955), de muziek was van Arthur Honegger (1892-1955) (foto). Hoewel Honegger onder meer eerder muziek had geschreven bij werk van Apollinaire en Maeterlinck, trok hij pas met deze compositie de aandacht van een ruimer publiek. Die aandacht viel ook Paul Méral zelf te beurt want vanaf de eerste voorstelling wekte ‘le dit des jeux du monde’ grote beroering: sommigen vonden het geniaal, anderen zetten uit verontwaardiging de zaal op stelten. Het stuk en zijn schepper waren in ieder geval niet onopgemerkt gebleven. Méral had naam gemaakt.Tijdens de tweede helft van de jaren ‘20 belandde Méral in een onwaarschijnlijk avontuur. Naar eigen zeggen was hij toen financieel adviseur van de miljardair, Alfred Löwenstein . (1877-1928). Deze joodse Belg was op het hoogtepunt van zijn carrière, de derde rijkste man ter wereld en leefde daar ook naar. Hij bezat een paleisachtig huis in Brussel (foto), een villa in Biarritz en een immens landhuis in Leicestershire. De man werd pas echt wereldnieuws toen hij op 4 juli 1928 op weg van Londen naar Brussel uit zijn privévliegtuig ‘viel’: ongeval, zelfmoord of moord? De wildste hypothesen omtrent dit voorval deden de ronde. Paul Méral liet zijn vrienden verstaan dat hij er wel het fijne van wist. Het gokken zou hij van Löwenstein geleerd kunnen hebben want die was een graag geziene gast in de casino’s van Biarritz en Monte-Carlo en was tevens eigenaar van een belangrijke stal waarmee hij de Britse koninklijke familie concurrentie kon aandoen op de paardenrennen.Toen de Nederlandse schrijver Eddy du Perron (foto), Méral eind 1930, via Franz Hellens, leerde kennen, was Méral in ieder geval weer op zoek naar geld. Hij trachtte zich in de gunst te werken van moeder Du Perron wiens in de kolonie verdiend fortuin er door spilzucht en slecht beheer echter belabberd aan toe was. Als we de geromantiseerde versie van Hellens in “Moreldieu” mogen geloven, slaagde Méral erin om financieel raadgever van mevrouw Du Perron te worden. Maar dat geld was aan drank, vrouwen en gokspelen, vlug verbrast. Tussendoor was hij toch weer wat in het Frans gaan publiceren, onder meer een paar stukken in het Brussels blad “Le rouge et le noire”. Maar, begin december 1946 vond men hem ‘s nachts bewusteloos op een Brussels trottoir: dronken, zoals gewoonlijk, maar ook beroofd en in elkaar geslagen. Tegen dat geweld was zijn door de drank ondermijnd lichaam niet meer bestand. Paul Méral overleed op 5 december 1946 en werd begraven op het kerkhof van Sint-Joost-ten-Noode.Dankzij Franz Hellens zou Paul Méral en zijn literair werk postuum toch wat belangstelling krijgen.  “Het was wachten op de verschijning van Robert Guiettes bloemlezing ‘Poètes Français de Belgique’ in september 1948”, zo schrijft Manu van der Aa, “voor het geïnteresseerd publiek beter kon kennismaken met het werk van Méral. Daphné de Marneffe publiceerde in 2015 een interessante analyse van Moreldieu. Haar besluit is dat Hellens in deze roman vertrekkend van Méral, die hij als een soort Rimbaud beschouwde, een complex personage heeft geconstrueerd dat voor hem de typische surrealistische schrijver verbeeldde. Hellens beschouwde zichzelf als de tegenpool daarvan, een saaie schrijver-functionaris. Hij bewonderde Méral omdat hij de dingen deed die hijzelf niet durfde.” Een aanrader.Manu van der Aa (°1964) (foto) is als literatuurhistoricus verbonden aan het Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Nederlanden van de Universiteit Antwerpen. Hij is stichtend redacteur van het literair-historisch tijdschrift Zacht Lawijd en publiceerde o.m. over Richard Minne, E. du Perron, Michel Seuphor, Gerard Walschap, Alice Nahon en Paul-Gustave van Hecke.Manu van der Aa Bedelen bij Picasso, Paul Méral, genie en charlatan 190 bladz. geïllustreerd uitg. Vrijdag ISBN 9789460019005

http://www.stretto.be/2017/06/25/de-biografie-van-paul-gustave-van-hecke-de-vlaamse-cultuurpaus-uit-de-vorige-eeuw/