“Bach, Soli Deo Gloria”, door Collegium Vocale Gent en Ricercar Consort o.l.v. Philippe Pierlot, op het label Mirare. Subliem!

Op deze sublieme cd staan Bachs cantaten BWV21 ‘Ich hatte viel Bekummernis’ en BWV76 ‘Die Himmel erzahlen die ehre Gottes’, afgewisseld met de koraalpreluden BWV617 ‘Herr Gott, nun schleuss den Himmel auf’, BWV639 ‘Ich ruf’ zu dir, Herr Jesu Christ’, BWV663 ‘Allein Gott in der Hoh’ sei Ehr’ en BWV715 ‘Allein Gott in der Hoh’ sei Ehr’.Johann Sebastian Bach componeerde ca. 220 cantaten. Aangaande kerkelijke of geestelijke cantaten componeerde hij er voor vijf jaargangen. Zo één cantatejaargang bevatte voor elke zondag en voor elke kerkelijke feestdag een cantate in functie van de Lutherse “Gottesdienst”. Muziek en tekst volgden daarbij de Lutherse Bijbellezing van die bepaalde zondag. Daarnaast componeerde Bach ook cantaten ter gelegenheid van de inwijding van een orgel, voor de wisseling van de raad of voor huwelijken en begrafenissen, maar ook wereldlijke cantaten voor zowel het hof, de adel als voor de burgerij.De cantate stond aanvankelijk in dienst van de ambtelijke evangelieverkondiging, de erfenis van Luther. Daarin vormde de gemeentezang een belangrijk element en gemeentezang en preek waren de pijlers van de eredienst. De Lutherse theologische erfenis maakte het mogelijk dat muziek onbeperkte ruimte kreeg. Maar ook het woord, naar de evangelische “Perikopenordnung” en daarvan afgeleide teksten zoals we die aantreffen in recitatieven en aria’s, waren belangrijk. Teksten bleken in sommige gevallen uitwisselbaar te zijn, zoals bleek uit de parodiepraktijk. Dit uitgebreid derde deel bevat ook de ontstaans- en ontwikkelingsgeschiedenis van de vorm en inhoud van de cantate.Bach componeerde de eerste versie van “Ich hatte Bekümmernis” (BWV 21) in Weimar, waarschijnlijk in 1713 voor de 3de  zondag na Trinitatis. De kerkdienst op deze derde zondag stond in het teken gestaan van het naderend vertrek van Bachs vorstelijke co-opdrachtgever en leerling, de jonge maar zieke prins Johann Ernst van Saksen-Weimar (foto) die naar het kuuroord Bad Schwalbach vertrok. Een jaar later voegde Bach twee delen toe en presenteerde het werk als onderdeel van een sollicitatie in Hamburg. Het is deze versie die hier werd opgenomen. Voor uitvoeringen in Köthen (foto) (1720) en Leipzig (1723) werden aanvullende herzieningen aangebracht. Het is buitengewoon meeslepende muziek, een kwaliteit die wordt benadrukt door de voortreffelijkheid van deze nieuwe uitvoering. De Sinfonia, met zijn voortreffelijke partijen voor solo hobo en viool, creëert een voelbare sfeer van berustend verdriet, die rechtstreeks doorgaat in het eerste koor, “Ik heb een onrustig hart.” Koor en orkest laten de dansante passage ‘troost die de ziel herstelt’ echt dansen, wat de terugkeer van de openingsmuziek nog verontrustender maakt.Lijden is de dominante toon van de volgende drie delen. De heldere toon, het licht vibrato en de voorbeeldige dictie van de Zweeds-Engelse sopraan, Maria Keohane (foto), maken het treurig verlangen van haar aria diep ontroerend. Tenor Julian Prégardien (foto) legt elke tekstuele subtiliteit vast in het daarop volgend recitatief en de aria “Bäche von gesalznen Zähren”. Een heel bijzonder moment doet zich voor waar Bach op opwindende wijze stormen en golven oproept die de ziel van de hoofdpersoon aanvallen. Collegium Vocale Gent schittert evenzeer in “Was betrübst du dich”, door verschillende klankkleuren en articulatie te gebruiken om op overtuigende wijze de contrasten over te brengen tussen de ziel die wordt gebukt door schuldgevoelens en het vertrouwen dat God die last lichter maakt. Het tweede deel van de cantate brengt een heel andere sfeer en benadrukt dat troost biedend vertrouwen op God. Het sensueel duet van Keohane en bas Matthias Vieweg (foto) tussen de ziel en Christus, bevat Bachs sublieme verklanking van hun belofte om elkaar lief te hebben. Het laatste koor, nota bene op dezelfde tekst als het finaal koor van Händels “Messiah”, is spannend en sluit een wonderbaarlijk dramatische en expressieve uitvoering af.“Die Himmel erzählen die Ehre Gottes” (BWV 76) werd voor het eerst uitgevoerd op 6 juni 1723. Dit was Bachs tweede week in zijn nieuwe functie in Leipzig, en hij was duidelijk van plan indruk te maken op zijn nieuwe gemeente. BWV 76 vormde een tweeluik met BWV 75, die Bach een week eerder als ‘Antrittskantate’ in de Nicolaikirche uitvoerde. Beide cantates had hij reeds in Köthen gecomponeerd. In twee delen, elk met zeven onderverdelingen, reflecteert de muziek op de evangelievoorlezing van de dag. Een koning nodigt zijn burgers uit voor het huwelijksfeest van zijn zoon, maar de genodigden negeren de uitnodiging. De koning vraagt dan zijn bedienden om de straat op te gaan en iedereen uit te nodigen die de uitnodiging wil accepteren – die mensen worden de geëerde gasten van het banket. Het openingskoor is schitterend, de energie is aanstekelijk. Collegium Vocale Gent zingt met emotionele vurigheid, waarbij het de polyfone complexiteit van Bach belicht. De zang is altijd uitstekend, deels omdat elke van de 8 zangers, de betekenis van de teksten kent.De trompetpartijen worden gespeeld met een heldere en levendige toon, en blijven altijd goed in balans binnen de algehele textuur. In “Hört, ihr Völker, Gottes Stimme” creëert de viool een gevoel van ontspannen dialoog met de sopraan, fraserend met een zangerige delicatesse die uitnodigt om ‘zich te haasten naar de genadetroon’. De tweede helft van de cantate is intiemer, met de nadruk op broederlijke toewijding, met nieuwe instrumentale kleuren van de hobo d’amore (Emmanuel Laporte) en viola da gamba (Philippe Pierlot).Geniet van hun spel in “Liebt, ihr Christen, in der Tat” (26), terwijl ze samen met de Spaanse tenor Carlos Mena (foto) alle volgelingen van Christus smeken om “lief te hebben door uw daden”, een buitengewoon tedere en diepgaande uitvoering. De uitvoeringen van vier solo-orgelpreludes van organist Bernard Foccroulle werden tussen elke sectie van de twee cantates geplaatst. Hij koos voor duidelijke registraties en speelt met precieze articulatie. Een sublieme cd. De uitvoerders zijn Maria Keohane (sopraan), Carlos Mena (contratenor), Julian Pregardien (tenor), Mathias Vieweg (bariton), Bernard Foccroulle (orgel), Collegium Vocale Gent en Ricercar Consort o.l.v. Philippe Pierlot.Philippe Pierlot (°1958) (foto) uit Luik, studeerde eerst gitaar en luit, alvorens zich volledig te wijden aan de gamba onder de leiding van Wieland Kuijken. In 1981 kreeg hij, samen met Marcel Ponseele, een eervolle vermelding op de internationale wedstrijd voor oude muziek in het kader van het MAfestival Brugge. Hij dirigeert het Ricercar Consort dat hoofdzakelijk werk uit de 17de eeuw interpreteert, en doceerde aan de Hochschule für Musik in Trossingen in Baden-Württemberg en aan de Koninklijke Conservatoria van Brussel en Den Haag.
Bach Soli Deo Gloria Cantatas BWV 21 & 7 Maria Keohane Carlos Mena Julian Pregardien Mathias Vieweg Bernard Foccroulle Collegium Vocale Gent Ricercar Consort Philippe Pierlot cd Mirare MIR490

http://www.stretto.be/2018/02/27/consolatio-3-prachtige-cantaten-van-j-s-bach-door-het-ricercar-consort-o-l-v-philippe-pierlot-op-het-label-mirare/