Franz Liszt, The Complete Symphonic Poems, transcribed for Solo Piano by August Stradal, Volume Four”, door Risto-Matti Marin, op het label Toccata Classics. Fascinerend!

Hoewel Liszt zijn symfonische gedichten zelf transcribeerde voor twee piano’s, was het zijn Tsjechische leerling, August Stradal (18601930), die er twaalf transcribeerde voor piano solo, Het waren arrangementen die een bijna bovenmenselijke virtuositeit vereisen. Stradal overleed echter voor hij het laatste symfonische gedicht, “Von der Wiege bis zum Grabe”, kon bewerken. Risto-Matti Marin heeft die lacune goedgemaakt met zijn eigen virtuoze transcriptie en voegde zes Stradal-transcripties van liederen van Liszt toe.De Tsjechische pianist en componist, August Stradal (1860-1930) (foto), was een leerling van Anton Bruckner. Hij maakte piano arrangementen van Bach, Beethoven, Brahms, Buxtehude, Liszt, Mozart, Paganini, Purcell, Reubke, Strauss, Wagner en Vivaldi, en van Bruckners symfonieën 1, 2, 5, 6, en 8. Tussen 1884 en 1886 werkte hij samen met Liszt in Weimar. Naast de symfonische gedichten, transcribeerde Stradal ook liederen en de Dante Symfonie en de Faust Symfonie van Liszt.Van het symfonisch gedicht, “Ce qu’on entend sur la montagne” of “Bergsymphonie”, die Liszt componeerde bij het gedicht “Ce qu’on entend sur la montagne” (1829), uit de bundel, “Feuilles d’Automne”, van Victor Hugo (foto), zijn er drie versies, 1848-1849, 1850 en 1854. Het gedicht handelt over een vreemde, sterk aan de romantiek hangende situatie, waarin een dichter, die op een pathetische manier van zijn vrienden afscheid neemt, zichzelf terugvindt op een boven zee hangende klif. Beneden hem de alles opslokkende zee, boven hem de oneindigheid. Op deze grote hoogte reageert zijn innerlijke wereld op de enorme natuurkrachten die hij ter plekke ervaart en vertaalt deze naar innerlijke pijn en turbulentie. De stem van de natuur en die van de mens komen in conflict waarbij de natuur het harmonieuze ideaal weerspiegelt en de mens, die met al zijn lawaai de zaak verstoort. “Waarom staat God dit allemaal toe?” is Hugo’s vraag.Liszts 13de symfonisch gedicht, “Von der Wiege bis zum Grabe” (S 107) (“Du berceau jusqu’à la tombe”), uit 1881, werd geïnspireerd door een pentekening van de Hongaarse kunstschilder en boekillustrator, Mihály Zichy, (1827-1906) (foto), die een groot deel van zijn leven als hofschilder aan het hof van de Russische tsaar werkte. Hij verbleef van 1875-1880 in Parijs, waar hij Félicien Rops en Gustave Doré leerde kennen. In 1881 zond Graaf Mihály Zichy, uit bewondering voor Liszt, hem een pentekening met als titel, ‘Du berceau jusqu’à la tombe’ (foto). Deze allegorische tekening leidde tot het symfonisch gedicht.Franz Liszt was erg geïnteresseerd in de menselijke stem. De behandelde thema’s waren de thema’s die meestal de voorkeur genoten van romantici, natuur, intieme gevoelens, liefde en eenzaamheid. Heel opmerkelijk is de moderniteit van hun muzikale schriftuur. De pianopartij, altijd zeer uitgebreid, gaat veel verder dan de rol van begeleider. Liszt trachtte nl. een complexe zeggingskracht te vertalen, die zich onderscheidde van de eenvoud van bv. een Schubert, of de poëzie van Schumann, ten behoeve van een tekst-muziek symbiose die uiteindelijk altijd in dienst stond van de tekst. In deze lyrische miniaturen, kort of meer ontwikkeld, was Liszt bedreven in het muzikaal bepalen en het uitbouwen van een kleine scène. Daarbij bood hij de zangstem een uitgebreide, genuanceerde, vocale kleurenkaart, gekenmerkt door een breed dynamisch spectrum.De liederen van Liszt zijn helaas een onbekend onderdeel van zijn omvangrijk oeuvre, duidelijk overschaduwd door zijn vele pianowerken. Nochtans componeerde hij meer dan 70 liederen met pianobegeleiding. Helaas zijn ze, net als de 79 liederen van Mendelssohn, compleet onbekend. De meeste waren op teksten van Franse of Duitse dichters als Victor Hugo, Goethe, Heine, en Schiller. Daarnaast componeerde Liszt nog enkele liederen op Hongaarse teksten (immers zijn moedertaal), enkele balladen en een viertal boeiende melodrama’s. Liszt had het plan om drie delen liederen te publiceren. De eerste twee delen verschenen in 1843 en 1844. De liederen van Liszt op gedichten in vier verschillende talen, omvatten ongeveer 40 jaar van zijn carrière als componist. De meeste ervan zijn weliswaar in de jaren veertig van de 19de eeuw gecomponeerd. Liszt keerde er in de loop van zijn leven op terug, herzag ze soms meer dan eens en in sommige gevallen arrangeerde hij ze voor piano solo. Sommige van deze arrangementen, zoals van de drie sonnetten van Petrarca zijn bekender geworden dan het origineel.Hoewel Frans helemaal niet zijn moedertaal was, componeerde hij een aantal liederen op Franse teksten, veel op gedichten van zijn vriend en idool, Victor Hugo. Een aantal van de Franse melodieën werd ontleend aan diens bundels, “Les rayons et les ombres”, bv. “O quand je dors” en “S’il est un charmant gazon”. Uit de bundel “Feuilles d’automne” van Hugo, koos Liszt “Enfant, si j’étais roi”. Sensualiteit, passie en oprechtheid zijn met elkaar verweven en vormen het hoofdthema van dit bijzonder origineel programma, met op de achtergrond het idee van artistieke moderniteit die grenzen overstijgt.De Finse pianist, Risto-Matti Marin (° 1976), geboren in Lähtöisin / Kuopio, begon zijn pianolessen aan het Kuopio Conservatorium als leerling van Jouni Räty en zette daar zijn professionele studies voort bij Jaakko Untamala. In 1998 stapte hij over naar de Sibelius Academie om te studeren bij Erik T. Tawaststjerna, en vanaf 2002 ook bij Teppo Koivisto. Hij behaalde een Master in muziek in 2004. Winnaar van de eerste prijs in het Kuopio Pianoconcours in 1996 en het Helmi Vesa Pianoconcours in 1999, Marin ontving de derde prijs in het Weimar International Franz Liszt Pianoconcours in 2003. Risto-Matti Marin is solist bij het Kuopio Orkest, Staatskapelle Weimar, Sinfonia Finlandia Jyväskylä en andere orkesten en heeft een aantal veelgeprezen solo-cd’s uitgebracht.Tracklist :

Symphonic Poem No. 1, S. 95 “Ce qu’on entend sur la montagne”

Es muss ein Wunderbares sein, S. 314

Ich möchte hingehn, S. 296

Wieder möcht ich dir begegnen, S. 322

Du bist wie eine Blume, S. 287

Im Rhein, im schönen Strome, S. 272

Oh! Quand je dors, S. 282

Symphonic Poem No. 13, S. 107 “Von der Wiege bis zum Grabe” (arr. R. Marin)

  1. Die Wiege
  2. Der Kampf um’s Dasein
  3. Zum Grabe, die Wiege des zukünftigen Lebens

Franz Liszt Complete Symphonic Poems, transcribed for Solo Piano by August Stradal Volume Four Risto-Matti Marin (piano) cd Toccata Classics TOCC 0517