“Alexander Skrjabin, Symphony No. 2/Le Poème de l’extase”, door het Gürzenich Orchester Köln o.l.v. Dmitrij Kitajenko, op het label Oehms Classics. Fenomenaal!

Alexander Skrjabin was een excentriekeling met visionaire gedachten die muziek wilde combineren met licht, kleuren en geuren tot een magische kleurenpracht. Ontdek op deze cd het WDR Rundfunkchor, dat voorbereid door Robert Blank, het fenomenaal arrangement voor koor en orkest van Skrjabins “Poème de l’extase” van Yuri Ahronovitch, opnam. De pianist en componist, Alexander Skrjabin (1872-1915) (foto), was een controversiële figuur. Zijn originele en innovatieve werken waren gehuld in spiritualisme en mystiek, geïnspireerd door een synesthetisch concept van kunst. Skrjabin wilde muziek combineren met licht, kleuren en geuren. De kleuren van zijn “clavier à lumières” (foto), verwezen naar zijn theorie over het verband tussen kleuren en toonaarden, en veel titels die hij gaf verwezen naar zijn mystiek theosofische denkwereld. Zijn Pianosonate nr. 4 bv. kreeg de titel, “De reis van de blauwe ster”, nr. 5 werd “De schepping van de wereld”, 6, “De levenscyclus”, 9, De tragedie van het leven”, 10, De wedergeboorte der natuur”, en zijn pianocompositie, “Vers la Flamme”, zijn evocatie van kosmische vibraties, uit 1914, kreeg de titel, “Het finale einde”, “l’embrasement final de l’univers”.De muziek van Skrjabin evolueerde gestaag van zijn jeugdige Chopin-fase, naar een overgangsperiode en een impressionistische periode, vergelijkbaar met de harmonieën en effecten van Debussy, tot een hoogst persoonlijke, bijna atonale en atmosferische stijl. Alexander Skrjabin creëerde een indrukwekkende catalogus met pianowerken en werd één van de grote vernieuwers van de muziek in de 20ste eeuw. In zijn vroege werken was zijn bewondering voor de kunst van Frédéric Chopin duidelijk hoorbaar. Dit kwam vooral tot uiting in de meer dan 20 Mazurka’s die hij componeerde. Hij componeerde uitsluitend solo pianomuziek en orkestwerken. Zijn eerste pianostukken bevatten muziek in het genre van Chopin, études, préludes, nocturnes en mazurka’s. Zijn stijl ontwikkelde zich progressief in de loop van zijn leven, een evolutie die weliswaar snel en kort was (1898-1915), in vergelijking met veel andere componisten.Na zijn eerste composities, kregen de composities uit zijn midden- (1903-1909) en late periode (1909-1915), een zeer ongewone harmonie en textuur. Terwijl veel van zijn vroegere etudes, bv. op. 8, kenmerkend waren voor het romantisch tijdperk, begon Skrjabin rond 1903, onder invloed van de Belgische tak van de Theosofische Sociëteit (Skrjabin woonde van 1909 tot 1910 in Brussel), zijn eigen unieke tonaliteit te ontwikkelen met een merkwaardig gebruik van de dissonante tritonus. Die zou hij later ontwikkelen tot het “Mystiek akkoord”, gebaseerd op reine en verhoogde kwarten.

Zijn nieuwe, symbolistische en volledig individuele, harmonische experimenten, zoals in zijn 5de Symfonie, “Prométhée” (“le Poème du feu”) op. 60, uit 1908-1910, waren de verklanking van zijn ideeën over de mystieke kracht van muziek en de krachten, licht en duisternis. Zijn hier opgenomen symfonisch gedicht, “Poème de l’extase”, op. 54, uit 1905-1908, kreeg zelfs ongebruikelijke, Franse en Italiaanse karakteraanduidingen, “languido”, “soavamente”, “avec une noble et douce majesté”, “avec délice”, “très parfumé”, “avec une ivresse toujours croissante”, “presque en délire”, “tragico”, “tempestoso”, “avec une noble et joyeuse émotion”, tot “Avec une volupté de plus en plus extatique”.Skrjabins Symfonie nr. 2, op. 29, in do klein uit 1901, die voor het eerst in januari 1902, uitgevoerd werd in Sint-Petersburg o.l.v. Anatoli Ljadov (1855-1914) (foto),  (later de leraar harmonie en contrapunt van o.a. Prokofjev), was structureel nog de meest conventionele van zijn 5 symfonieën. Ze bevatte weliswaar reeds een uitgebreide thematische transformatie die een cyclisch verband legde tussen de 5 bewegingen. Het somber uitgangsthema van de eerste beweging werd bv. uitgewerkt tot een triomfantelijke hymne die als hoofdthema van de finale fungeerde. Toen de Russische pianist, Vassily Safonov (1852-1918) (foto), van 1903 tot 1919, de dirigent van de New York Philharmonic, voor het eerst Skrjabins 2de symfonie dirigeerde, zwaaide hij met de partituur naar het orkest en zei, ”hier is de nieuwe Bijbel, mijne heren”. Safonov was in Moskou de pianoleraar geweest van Skrjabin.Alexander Skrjabin wilde met zijn muziek de mensheid bevrijden en verlossen. In zijn extatisch klankgedicht, “Le poème de l’extase”, dreef hij de mogelijkheden van het romantisch symfonieorkest tot het uiterste, alsof het de oneindigheid in ging. De stemmen van het WDR Rundfunkchor (foto) versterken, enkel op de a klinker (arr. van Ahronovitch), deze gedurfde vlucht van de ziel, om een orgiastisch einde te bereiken.  Hoewel het nog niet voldoende wordt erkend, heeft deze geniale, Russische musicus, een cruciale bijdrage geleverd aan de evolutie van de 20ste-eeuwse muzikale taal. Als vaste gastdirigent van het Gürzenich-Orchester Köln, toonde Dmitrij Kitajenko zijn bijzondere affiniteit met de interpretatie van Russische muziek in een programma, dat ook Skrjabins 2de Symfonie omvatte. Daaruit bleek dat Kitajenko een dirigent is die zuiver gearticuleerde sensualiteit en zachte melancholie verkiest boven de antiseptische precisie van veel andere uitvoeringen.Yuri Ahronovitch (1932-2002) fotos) werd geboren in Leningrad. Hij studeerde muziek en viool vanaf de leeftijd van 4 jaar en in 1954 studeerde hij af als dirigent aan het conservatorium van Leningrad. Hij studeerde bij Nathan Rachlin en Kurt Sanderling. Er volgden uitnodigingen voor het dirigeren van vooraanstaande Russische orkesten, waaronder de Leningrad Philharmonic en het Bolshoi Theater, en nadat hij in Petrozavodsk en Saratov had gedirigeerd, werd hij aangesteld bij het Yaroslavl Symfonie Orkest (1956-1964), waar hij symfonische cycli van Beethoven en Tsjaikofski uitvoerde, naast Sovjetmuziek, zoals de werken van Aram Khachaturian en Tikhon Khrennikov. In 1964 werd hij benoemd tot chef-dirigent van het Symfonieorkest van het Ministerie van Cultuur van de USSR, tot hij in 1972 naar Israël emigreerde. Zijn opnames voor het label, Melodiya, met name van Sjostakovitsj 1ste Symfonie, oogstte in het Westen veel bijval.Uitnodigingen volgden om op tournee te gaan met o.a. het London Symphony Orchestra, de Israel Philharmonic, de Wiener Symphoniker, het Yomiuri Nippon Symphony Orchestra, en het orkest van het Teatro Alla Scala. Van 1975 tot 1986 was hij chef-dirigent van het Filharmonisch Orkest van Keulen (Gürzenich Orchester Köln), en van 1982 tot 1987 was hij chef-dirigent van het Filharmonisch Orkest van Stockholm. Tegelijkertijd was Yuri Ahronovitch ook operadirigent. Hij dirigeerde in het Royal Opera House Covent Garden in Londen, de Lyric Opera in Chicago, de Royal Opera in Stockholm, de Opera van Keulen, en de Beierse Staatsopera in München, en hij maakte een aantal première-opnamen, voornamelijk met de London Symphony, de Stockholm Philharmonic en het Weens Symfonieorkest. Yuri Ahronovitch was vanaf 1984 lid van de Koninklijke Zweedse Muziekacademie en in 1987 werd hij door de koning van Zweden onderscheiden als “Commandeur in de Koninklijke Orde van de Poolster”. In 1988 ontving hij in Jeruzalem de “Ettinger-prijs voor de kunsten”. In Italië ontving Yuri Ahronovitch de prijs “Arca d’Oro 1991” van de vooraanstaande Italiaanse krant, La Stampa en de Universiteit van Turijn. Yuri Ahronovitch dirigeerde op tal van internationale muziekfestivals, zoals Bergen, Bregenz, Canarische Eilanden, Florida, Israël, Locarno, Luzern, München, Savonnlina, Spoleto, Stresa en Verona en dirigeerde zijn laatste concert met het Orchestre de Paris in oktober 2002, de maand van zijn overlijden.Dmitri Kitajenko (°1940) (foo), geboren in Leningrad, studeerde piano, viool en koordirectie aan het conservatorium van Leningrad. Hij studeerde vervolgens orkestdirectie bij Leo Ginzburg aan het conservatorium van Moskou en bij Hans Swarovsky in Wenen. Na het volgen van een meestercursus bij Herbert von Karajan (foto), won hij in 1969, na de Fin, Okko Kamu (°1946), met zijn uitvoering van Strauss’ “Don Juan”, de 2de prijs op de eerste Herbert von Karajan-wedstrijd in Berlijn. Kitajenko was 14 jaar lang muziekdirecteur van het Filharmonisch Orkest van Moskou en was ook chef-dirigent van het Filharmonisch Orkest van Bergen (1990-1998), het Frankfurt Radio Symfonie Orkest (1990-1996), het KBS (Korean Broadcasting System) Symphony Orchestra in Seoel (1999-2004), en het Symfonie Orkest van Bern (1990-2004).

Daarnaast was hij ook chef-dirigent van het befaamd Stanislavski en Nemirovich-Danchenko Academisch Muziektheater in Moskou (1970-1976) (foto’s) en was hij in 1984, “Narodný artist SSSR” (“People’s Artist of the USSR”).Alexander Skrjabin Symphony No. 2 in C Minor op. 29 Le Poème de l’extase op. 54 Gürzenich Orchester Köln Dmitrij Kitajenko cd Oehms classics OC474