Danish String Quartet, “Prism III Beethoven/Bartók/Bach”, op het label ECM. Schitterend!

Dit derde deel van de Prism-reeks van het Deens strijkkwartet, laat zien hoe het licht en de uitstraling van het prisma van fuga’s van Bach, door Beethovens kwartetten werd gebroken, om het werk van latere componisten te belichten. “Beethoven nam fundamenteel de lineaire ontwikkeling van Bach over en liet alles in talloze verschillende kleuren, richtingen en mogelijkheden exploderen, ongeveer zoals een prisma een lichtstraal splitst”, merkt het ensemble op. Op deze cd volgen ze de straal van Bachs Fuga in cis klein BWV 849 (Das wohltempertierte Klavier, Boek I), gevolgd door Beethovens Strijkkwartet, nr. 14 op. 131 uit 1826, en Bartóks Strijkkwartet nr. 1, op.7.Asbjørn Nørgaard (foto), violist van het Deens strijkkwartet, vertelt dat het idee kwam toen hij het boek, “Beethoven: The Music and the Life” (2005) (foto) van Lewis Lockwood las. Daarin las hij over Beethovens levenslange obsessie met Bach en in het bijzonder, Bachs Wohltemperierte Klavier. “In zijn laatste jaren”, zo vertelt Asbjørn Nørgaard, “bracht Beethoven eigenlijk al zijn tijd door met het bestuderen van Bach en het componeren van strijkkwartetten. Het meeste muzikaal materiaal dat hij gebruikte voor zijn laatste vijf strijkkwartetten, was min of meer terug te vinden in bepaalde fuga’s van Bach.” In het bijbehorend boekje traceert Paul Griffiths trouwens de wijze waarop de essentie van Bachs fuga in cis klein, getransformeerd werd in Beethovens op. 131. Ook komt het hoofdthema van de Grosse Fuge (de oorspronkelijke finale van het 13de strijkkwartet) als citaat voor in dit zevendelig kwartet. Het werk begint nl. met een fugatische verwerking van een direct aan het thema van de Grosse Fuge verwant motief.Op zijn beurt was Bartóks 1ste Strijkkwartet, voltooid in 1909, toen hij nog maar 27 was, en nog steeds bezig was met het ontdekken van zijn eigen artistieke stem, een rechtstreeks eerbetoon aan Beethovens Strijkkwartet nr. 14. De eerste beweging, Lento, begint in dezelfde geest als het kwartet van Beethoven. De première van Bartóks rapsodisch kwartet, gedeeltelijk geïnspireerd door zijn onbeantwoorde liefde voor de violiste, Stefi Geyer (1888-1956) (foto ), met een motief uit zijn eerste Vioolconcerto uit 1907-1908, opgedragen aan Stefi Geyer, vond plaats in maart 1910 in Boedapest, door het Waldbauer-Kerpely-kwartet (foto met met Bartók en kodaly), het in 1910 opgericht Kwartet ensemble van de Hongaarse violist en pedagoog, Imre Waldbauer (1892-1952). Stefi Geyer huwde in 1911 met de Weense advocaat, Edwin Jung, die tijdens WO I overleed aan de Spaanse griep. In 1920, huwde ze met de Zwitserse pianist en componist, Walter Schulthess (1894-1971). Beiden richtten in 1941, samen met Paul Sacher, de stichter van de Schola Cantorum Basiliensis, het “Collegium Musicum Zürich” op. Eén van de leerlingen van Stefi Geyer, Aida Stucki (1921-2011), werd later aan het conservatorium van Winterthur (nu, de Zürcher Hochschule der Künste), de lerares van Anne Sophie Mutter (°1963).Het Deens strijkkwartet onderscheidt zich als een groep jonge musici met een uitgebreide, bijna levenslange geschiedenis van muzikale samenwerking. Drie in Denemarken geboren leden, Rune Tonsgaard Sørensen, Frederik Øland en Asbjørn Nørgaard (foto), speelden voor het eerst samen kamermuziek in een muziekzomerkamp toen ze nog maar tieners waren, en bleven dat dan hun hele schooltijd verder doen. “Opeens, op 15 en 16 jaar”, zo vertellen ze, “waren we een serieus strijkkwartet. Het ging allemaal zo snel dat niemand van ons de overgang leek op te merken. We waren ingeschreven bij The Royal Academy of Music en ons leven als muziekstudenten was begonnen. Niemand van ons heeft een herinnering aan ons leven zonder het strijkkwartet. Het is onvermijdelijk dat we ons werk baseren op wat we weten, als individu en als groep, maar het belangrijkste voor ons als muzikanten is dat deze verbindingen op een intuïtief niveau breed worden ervaren. We hopen dat de luisteraar ons zal vergezellen in het wonder van deze muziekstralen die helemaal van Bach via Beethoven tot in onze eigen tijd reizen.”In 2006 maakten ze hun eerste opnamen als Young Danish String Quartet, wat meteen de aandacht trok van Gramophone en de New York Times. In 2008 voegde de Noorse cellist, Fredrik Schøyen Sjölin, zich bij het kwartet. De groep is sindsdien almaar sterker geworden, met een repertoire dat zowel klassieke als hedendaagse muziek omvat, evenals volksmuziek, die ze ook met verve en toewijding spelen, zoals hun cd, “Last Leaf” (foto), uit 2017, bevestigt. Het Deens strijkkwartet maakte in 2015 zijn eerste ECM-opname met Arcadiana van Thomas Adès, Quartetto Breve van Per Nørgård en 10 Preludes van Hans Abrahamsen. De Prism-serie van het DSQ werd in 2018 geïnitieerd met Bachs Fuga in Es uit het Wohltempertierte Klavier, Beethovens Strijkkwartet nr. 12 en Sjostakovitsj’ Kwartet nr. 15. Prism I ontving een Grammy-nominatie. Prism II bevat Bachs Bes mineur Fuga uit het Wohltempertierte Klavier, Beethovens Strijkkwartet op. 130/”Große Fuge” op. 133, en Alfred Schnittke’s Kwartet nr. 3. Prism III is opgenomen in Reitstadl Neumarkt in november 2017 en werd geproduceerd door Manfred Eicher. Zowel qua concept, interpretatie als samenspel, net zoals de andere 2, alweer een schitterende cd. Niet te missen.Danish String Quartet Prism III Beethoven/Bartók/Bach cd ECM 4855417