De aanstekelijke piccolo op de cd, “Zigeunerweisen”, van het label Et’cetera. Een aanrader.

“Ik zou zeggen dat wat jij zigeunermuziek noemt, geen zigeunermuziek is, maar relatief recente Hongaarse kunstmuziek”, zei Béla Bartók in 1931 op een bijeenkomst van de Hongaarse Etnografische Vereniging. Toen Béla Bartók zijn lezing opende met als titel ‘Zigeunermuziek? Hongaarse muziek?’, stak hij met deze controversiële verklaring, opnieuw de lont aan van een discussie die al sinds het midden van de 19de eeuw woedde. De centrale vraag van deze discussie was de onduidelijke en steeds veranderende grens tussen de Hongaarse muzikale erfenis en de Roma-muziek. Zo’n 70 jaar eerder had Franz Liszt reeds het debat nieuw leven ingeblazen met zijn boek, “Des Bohemiens et de leur musique en Hongrie” (1859) (foto), waarin hij stelde dat zo’n grens een illusie was. Er bestond geen Hongaarse volksmuziek die geen zigeunermuziek was. De discussie was echter veel complexer geworden.

Samen met Zoltan Kodaly, had Béla Bartók de kleine plattelandsgemeenschappen bezocht en zich verdiept in hun volksmuziek. Hun werk werd uitgegeven als “Romanian Folk Music”. In een tijdsbestek van wel 37 jaar noteerden en catalogiseerden zij wel 7000 authentieke volksliederen en dansen uit o.a. Hongarije, Servië, Bulgarije en Oekraïne. Met een fonograaf  met wasrollen, verzamelde Bartók in 1908 zijn eerste opnamen van Roemeense volksliederen in het dorp Podeni, Turda County (nu de regio Cluj) en Torocko (nu Remetea, regio Alba).
Toen de Roma van India naar Perzië migreerden en zich vervolgens in de middeleeuwen over Europa verspreidden, vormden ze al snel subgroepen, die elk hun eigen cultuur hadden. Terwijl die gemeenschappen hun eigen identiteit  behielden, namen ze ook tradities over van hun gastlanden. Zo is het Iers Roma-repertoire gekoppeld aan de volksliedtraditie, hebben Spaanse Roma hun eigen type flamenco en spelen de doedelzakken een hoofdrol in de Schotse Roma-muziek. Zigeunermuziek nam veel vormen aan, maar sommige kenmerken overstegen niettemin de verschillende tradities, zoals het gebruik van een rapsodische structuur met opvallende tempowisselingen, een quasi-improvisatorische schrijfstijl en rubato. Deze muzikale weergave van deze cultuur, intrigeerde en inspireerde componisten steeds meer, naarmate de 19deeeuw voort schreed.Deze cd biedt een selectie van die inspiraties. Men koos nl. voor werk van Béla Bartók (1881-1945), Johannes Brahms (1833-11897), Franz Doppler (1821-1883), György Ligeti (1923-2006), Vittorio Monti (1868-1922), Maurice Ravel (1875–1937) en Pablo de Sarasate (1844-1908). De uitvoerders zijn Peter Verhoyen, Thomas Fabry, Anke Lauwers en Ilonka Kolthof (piccolo), Stefan De Schepper (piano) en Ann-Sofie Verhoyen (harp).Tracklist :

Doppler: Fantasie pastorale hongroise, Op. 26

Sarasate: Zigeunerweisen, Op. 20

Ravel: Tzigane

Monti: Csárdás

Brahms: Hungarian Dance No. 5 in G minor

Brahms: Hungarian Dance No. 6 in D flat major

Bartók: 44 Duos for Two Violins, BB 104, Sz. 98

Ligeti: Ballade Bartók: Romanian Dances

Nr. 1 Jocul cu bâta (Stocktanz)

Nr. 2 Brâul (Schärpentanz)

Nr. 3 Pe loc (An einem Fleck)

Nr. 4 Buciumeana (Tanz aus Bucsum)

Nr. 5 Poarga Româneasca (Rumänische Polka)

Nr. 6 Ma runt el (Schneller Tanz)

Zigeunerweisen Doppler/Bartok/de Sarasate/Ravel/Brahms/Bartók/Ligeti Peter Verhoyen, Ilonka Kolthof, Anke Lauwers, Thomas Fabry, piccolo, Stefan De Schepper, piano, Ann-Sofie Verhoyen, harp cd Et’cetera KTC1701

http://www.stretto.be/2018/03/10/gipsy-baroque-een-schitterende-nieuwe-alpha-cd-door-het-il-suonore-parlante-orchestra-o-l-v-vittorio-ghielmi/