“Ravel, Boléro, La Valse, Rapsodie espagnole, Alborada del gracioso, Pavane pour une infante défunte”, door het Basque National Orchestra o.l.v. Robert Trevino, op het label Ondine. Fantastisch!

 

Na een succesvol debuut met een complete Beethoven-symfoniecyclus, bevat de nieuwe cd van dirigent Robert Trevino op Ondine, zes orkestwerken, gespeeld door het Baskisch Nationaal Orkest, van Maurice Ravel, een van de beroemdste Baskische componisten.Maurice Ravel (1875-1937) werd geboren in Ciboure aan de kust in Frans-Baskenland, nabij de Spaanse grens, en was van moederszijde van Baskische afkomst. Zijn vader was een ingenieur uit Franstalig Zwitserland. Nog in Ravels geboortejaar verhuisde het gezin naar Parijs. Ravel bracht weliswaar het grootste deel van zijn leven door in Parijs, maar was desondanks toch buitengewoon trots op zijn Baskische afkomst. Veel elementen van Baskische volksmuziek zijn trouwens terug te vinden in zijn composities. In deze historische release kunnen we eindelijk Ravels orkestmuziek vertolkt horen door Baskische musici. Hun uitvoeringen van enkele van de meest fantastische orkestpartituren van de 20ste eeuw, werpen hier duidelijk licht op de Baskische invloeden in Ravels muziek. Op de cd staan La Valse, Alborada del gracioso (orkestversie), Rapsodie Espagnole, Une barque sur l’océan (orkestversie), Pavane pour une infante défunte en Boléro.“Miroirs” is een suite voor solopiano uit 1904-1905 die door Ricardo Viñes in 1906 in première werd gespeeld. Miroirs bestaat uit vijf delen “Noctuelles” “Oiseaux tristes” “Une barque sur l’océan” “Alborada del gracioso” en “La vallée des cloches”. Elk deel werd opgedragen aan een lid van de Franse impressionistische groep, “Les Apaches” (Léon-Paul Fargue, Ricardo Viñes, Paul Sordes, Michel Dimitri Calvocoressi, en Maurice Delage (Ravels eerste leerling)). “Une barque sur l’océan” en “Alborada del gracioso”, werden respectievelijk in 1906 en 1919, door Ravel meesterlijk georkestreerd.“La valse, poème chorégraphique pour orchestre”, oorspronkelijk “Vienna”, werd voor het eerst uitgevoerd op 12 december 1920 in Parijs. De compositie werd aanvankelijk opgevat als een ballet maar wordt vaker gespeeld als een concertwerk. Ravel heeft zijn idee van “Vienna” volledig herwerkt tot wat “La valse” werd, dat in opdracht van Serge Diaghilev als een ballet werd gecomponeerd. Diaghilev heeft het ballet echter nooit geproduceerd. Na het horen van een reductie voor twee piano’s, uitgevoerd door Ravel en Marcelle Meyer, zei Diaghilev dat het een “meesterwerk” was, maar verwierp Ravels werk als “geen ballet, maar als een portret van ballet”.Ravel, gekwetst door de opmerking, beëindigde de relatie. Vervolgens werd het een populair concertwerk en toen de twee mannen elkaar opnieuw ontmoetten in 1925, weigerde Ravel de hand van Diaghilev te schudden. Diaghilev daagde Ravel uit voor een duel, maar vrienden haalden Diaghilev over om daar van af te zien. Ze hebben elkaar nooit meer ontmoet. Het ballet ging in première in Antwerpen in oktober 1926 door het Koninklijk Vlaams Opera Ballet, en er waren latere producties door de Ballets Ida Rubinstein in 1928 en 1931 in een choreografie door Bronislava Nijinska. De muziek werd ook gebruikt voor balletten met dezelfde titel door George Balanchine, die dansen had gemaakt voor Diaghilev, in 1951 en in 1958 door Frederick Ashton. Afgezien van de reductie voor twee piano’s, die voor het eerst publiekelijk werd uitgevoerd door Ravel en Alfredo Casella, transcribeerde Ravel zijn meesterwerk zelf voor piano solo.“Rapsodie espagnole” (Prélude à la nuit, Malagueña, Habanera, Feria) werd gecomponeerd tussen 1907 en 1908. Het was één van Ravels eerste grote werken voor orkest. Het werd voor het eerst uitgevoerd in Parijs in 1908 en maakte al snel deel uit van het internationale repertoire. Het stuk is gebaseerd op het Spaanse erfgoed van de componist en is een van zijn werken die zich afspelen in of een afspiegeling zijn van Spanje. Het ontstaan van de Rapsodie was een Habanera, voor twee piano’s, die Ravel in 1895 componeerde. Het werd niet als apart stuk gepubliceerd en in 1907 componeerde hij drie begeleidende stukken. Een versie voor twee piano’s werd voltooid in oktober van dat jaar, en de suite werd in februari volledig georkestreerd. Rond deze tijd was er een duidelijk Spaanse toon in Ravels werk, misschien als gevolg van zijn eigen half Spaanse/Baskische afkomst.Zijn opera “L’heure espagnole” werd in 1907 voltooid, evenals zijn “Vocalise-Etude en forme de habanera”. In de pauze tussen de compositie van de originele Habanera en de voltooiing van de vierdelige Rapsodie, had Claude Debussy een pianosuite, Estampes (1903), uitgegeven, waarvan het middendeel, “Soirée dans Grenade”, een Spaans thema had. Om eventuele beschuldigingen van plagiaat tegen te gaan, zorgde Ravel ervoor dat de datum 1895, van zijn Habanera, duidelijk was gedrukt in de gepubliceerde partituur van de Rapsodie. De première van de Rapsodie was in maart 1908 door het Orchestre des Concerts Colonne, onder leiding van Édouard Colonne, in het Théâtre du Châtelet. De kritische ontvangst was over het algemeen gunstig. Afwijkende stemmen waren Pierre Lalo, die gewoonlijk een hekel had aan Ravels muziek, en Gaston Carraud, die de partituur “slank, inconsistent en voortvluchtig” noemde.Het werk werd al snel internationaal bekend. Henry Wood gaf in oktober 1909 de Engelse première voor een groot publiek op de Proms, en de volgende maand werd het werk reeds in New York gespeeld. Ravel werd beïnvloed door Spaanse invloeden door zijn moeder, van Baskische afkomst, die vaak liedjes uit haar land voor hem zong. Deze inspiratie is ook terug te vinden in zijn “Pavane pour une infante defunte”, “L’Heure Espagnol”, “Boléro”, e.a. Merk op dat de Spaanse Rapsodie een jaar voor “Iberia” door Claude Debussy werd gecomponeerd. Ravel werd dus niet geïnspireerd door het werk van Debussy. Een eerste versie voor twee piano’s werd gecomponeerd in de zomer van 1907, al snel gevolgd door een transcriptie voor orkest. Het werk is opgedragen aan de pianoleraar van Ravel, Charles Wilfrid de Bériot, de zoon van de Belgische violist, Charles-Auguste de Bériot,Robert Trevino (° 1984) is momenteel de muziekdirecteur van het Baskisch Nationaal Orkest in Spanje en chef-dirigent van het Malmö Symfonie Orkest in Zweden. Treviño, die Mexicaans-Amerikaans is, groeide op in Fort Worth in Texas. Zijn familie worstelde om rond te komen en ze werden geconfronteerd met vooroordelen in de overwegend blanke buurt waarin ze woonden. Na de middelbare school ging Treviño naar de Universiteit van Texas in Arlington, waar hij zijn eigen orkest oprichtte en begon met dirigeren. Hij studeerde vervolgens aan de Roosevelt University in Chicago. Treviño studeerde bij Leif Segerstam, Kurt Masur, Michael Tilson Thomas en David Zinman en maakte zijn professioneel debuut als dirigent in 2003 op 20-jarige leeftijd in het Duitse Wuppertal. In 2010 won hij met uitmuntendheid, de James Conlon-prijs voor dirigeren op het Aspen Music Festival and School.Treviño maakte als gastdirigent op korte termijn, zijn debuut op een aantal toplocaties, waaronder in het Bolshoi Theatre in plaats van Vassily Sinaisky in een productie van Verdi’s Don Carlo in december 2013 en in juni 2017 bij het London Symphony Orchestra in plaats van Daniel Harding in een uitvoering van Mahlers Derde symfonie. In februari 2018 nam Treviño de plaats in van Donald Runnicles in het Tonhalle Orchestre Zürich in een uitvoering van Mahlers Vijfde symfonie. Hij was ook gastdirigent van het Leipzig Gewandhaus, de Wiener Symfonie, Munich Philharmonic, London Philharmonic, Orchestre National de France, São Paulo Symphony Orchestra, Dresden Philharmonic, Helsinki Philharmonic, San Francisco Symphony, Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia en het Filharmonisch Orkest van Sint-Petersburg. Van 2009 tot 2011 was Treviño adjunct-dirigent bij de New York City Opera. Vervolgens was hij van 2011–2015 associate conductor van het Cincinnati Symphony Orchestra (CSO).Voor het seizoen 2017-2018 nam Treviño de rol van muzikaal leider van het in 1982 Baskische Nationaal Orkest op zich, als opvolger van de Duitse dirigent Jun Märkl. In juni 2018 werd het contract van Treviño met het orkest verlengd tot en met het seizoen 2021-2022. In het najaar van 2019 werd Treviño chef-dirigent van het Malmö Symphony Orchestra, als opvolger van Marc Soustrot. In oktober 2019 tekende hij bij het klassieke platenlabel Ondine. Geplande releases omvatten een Beethoven-symfoniecyclus met het Malmö Symphony Orchestra en een overzicht van Amerikaanse muziek door componisten als Howard Hanson met het Basque National Orchestra.

Ravel Bolero La Valse Rapsodie espagnole Alborada del gracioso Pavane pour une infante défunte Basque National Orchestra Robert Trevino cd Ondine ODE 1385-2

http://www.stretto.be/2017/04/01/leven-en-werk-van-maurice-ravel/