Adrian Goldsworthy, “De glorie van Rome, de klassieke kunst van het oorlog voeren”, een uitgave van Omniboek.

In ‘De glorie van Rome’ beschrijft oudhistoricus Adrian Goldsworthy de werking en de kracht van het Romeins leger, en laat hij zien waarom dit het succesvolste leger ooit was. Als expert op het gebied van het Romeins leger, brengt hij in “De glorie van Rome”, de alliantie tussen politiek en militaire macht in beeld, van de stichting van Rome door Romulus in 753 voor Chr., tot de uiteindelijke ondergang en val van het Romeinse Rijk en de pogingen om Rome en Italië te redden van de ‘barbaren’ in de 6de eeuw.Het Romeins leger was het beste beroepsleger dat de wereld ooit heeft gekend. De legioenen waren niet ‘slechts’ uit op overwinningen, maar op de totale vernietiging van hun vijanden. Deze agressieve Romeinse oorlogsvoering creëerde een enorm rijk, waarin de overwonnen volkeren werden opgenomen, en dat een lange periode van vrede en welvaart beleefde. Het professioneel Romeins leger was ook de meest geavanceerde strijdmacht die de wereld ooit had gezien. Na de val van Rome zou het meer dan 1000 jaar duren voordat er weer een vergelijkbare krijgsmacht in Europa te vinden zou zijn. Het leger was daarnaast met zijn nadruk op uniforme uitrusting, training, en een duidelijke organisatie en commandostructuur, in veel opzichten verrassend modern. De soldaten doorliepen een vastgestelde carrière en kregen onder aftrek van een paar vaste kostenposten, een standaardbedrag als soldij uitgekeerd. Verder werd hun hele leven bepaald en geregistreerd door een complexe militaire bureaucratie. In “De glorie van Rome” beschrijft Adrian Goldsworthy de werking en de invloed van dat legendarisch beroepsleger. De legioenen waren niet ‘slechts’ uit op de overwinning, maar ook op de totale vernietiging van hun vijanden. Deze agressieve, Romeinse oorlogsvoering creëerde een enorm rijk, dat voor een groot deel gekenmerkt werd door vrede en welvaart.“Een belangrijke ontwikkeling”, zo schrijft Goldsdworthy, “was de invoering van de hoplietenfalanx, waarschijnlijk ergens in de 6de eeuw v.Chr. De hoplietenoorlogvoering kwam in de vroege 7de eeuw in Griekenland tot ontwikkeling en kan zich via de Griekse kolonies in het zuiden van het Italische schiereiland naar Italië hebben verspreid. De opkomst van de hoplieten hield verband met sociale veranderingen en het ontstaan van de stadstaat, waardoor het niet meer alleen de aristocraten en hun gevolg waren die bij gevechten betrokken werden. Hoplieten werden geworven onder degenen die hun eigen uitrusting konden bekostigen, en naarmate de stadstaten zich ontwikkelden en welvarender werden, gold dat voor een steeds groter deel van de bevolking, die vooral uit boeren bestond.”“Twee van onze belangrijkste bronnen voor deze periode, Livius en Dionysius,” zo vervolgt de auteur, “schrijven een grote hervorming in Rome’s politieke, sociale en militaire organisatie op het conto van Servius Tullius (traditioneel 579-534 v.Chr.). In het nieuw staatsbestel van Servius werd de bevolking op basis van vermogen in klassen verdeeld. Elke klasse moest zichzelf voorzien van een gespecificeerde uitrusting: van een volledige hoplietenuitrusting in klasse I tot slechts een slinger in klasse V. Het systeem legde de basis voor de Comitia Centuriata, de volksvergadering met stemrecht waarin de bevolking tot het einde van de Republiek consuls verkoos en de oorlog verklaarde. De Comitia Centuriata kwam bijeen op de Campus Martius, het Marsveld buiten de grenzen van de stad, waar het leger zich altijd verzamelde omdat het burgers verboden was wapens te dragen in de stad. De structuur van de volksvergadering weerspiegelde het ideaal van een burgermilitie: mannen die in dezelfde eenheden samen stemden en vochten.”Dit boek gaat over Romeinse oorlogvoering. Na Legenda (politieke verhoudingen, symbolen en militaire bewegingen), wel 17 kaarten, de uitgebreide en gedetailleerde chronologie, en de inleiding, volgen 6 boeiende hoofdstukken. Het zijn “Het vroege Rome en de verovering van Italië”, “Oorlogen met Carthago en de hellenistische koninkrijken”, “Verovering van de wereld 202 v.Chr. – 14 n.Chr.”, “Heerschappij over de wereld 14-193 n.Chr.”, “Crisis en hervormingen”, en “Ondergang in het Westen, herstel in het Oosten”. Bijlagen, een woordenlijst, biografieën en primaire bronnen, literatuur en een handig register, vervolledigen het boek. In de bibliografie zijn voor elk hoofdstuk moderne studies opgenomen die de in het boek besproken onderwerpen en andere aspecten van het leger in de betreffende periode behandelen. Een ander deel van de bibliografie vermeldt de belangrijkste Griekse en Latijnse bronnen voor deze periode, met beknopte indicaties van stijl, betrouwbaarheid en bruikbaarheid. Een aanrader. “Roman Warfare” werd vertaald door Roelof Posthuma.Adrian Goldsworthy (°1969) studeerde klassieke en moderne geschiedenis aan de universiteit van Oxford en promoveerde daar op de oorlogsmachine van het Romeins leger. Hij doceerde aan de universiteiten van Cardiff en Londen en de laatste jaren legt hij zich volledig toe op het schrijven. Eerder verschenen van hem o.a. “Pax Romana”, de biografie van Augustus en “Romeinse legioenen”.

Adrian Goldsworthy De glorie van Rome, de klassieke kunst van het oorlog voeren  256 bladz. geïllustreerd uitg. Omniboek ISBN 9789401916073

http://www.stretto.be/2018/03/20/adrian-goldsworthys-de-muur-van-hadrianus-een-interessante-uitgave-van-uitg-omniboek/

http://www.stretto.be/2021/02/07/adrian-goldsworthy-philippus-en-alexander-wereldveroveraars-uit-macedonie-een-indrukwekkende-uitgave-van-omniboek/