In de mooie, schattige reeks, “Kleine Klassieken”, van de prestigieuze uitgeverij Boom, zijn “De toekomst van een illusie” en “Het onbehagen in de cultuur”, van Sigmund Freud, verschenen. Schitterend scherpe teksten, die aanzetten tot (na)denken. Subliem!

In “De toekomst van een illusie” verwoordde Freud een diepgaand, cultuurfilosofisch inzicht. Godsdienst was volgens hem nl. een fantasie, waarmee de mens zijn eigen hulpeloosheid aan het zicht probeert te onttrekken. In “Het onbehagen in de cultuur”, analyseerde hij op een even scherpe manier, de tegenstelling tussen cultuur en instinctieve impulsen. Een meerwaarde is dat beide boekjes annotaties bevatten van o.a. de Britse psychoanalyticus, James Strachey (1887-1967), die samen met zijn vrouw Alix, het hele oeuvre van Freud in het Engels vertaalde.

Religie is een wens vervullende gedachte die tegemoet komt aan het verlangen naar een beschermende vader, stelde Freud. Zo moet het de menselijke hulpeloosheid dragelijk maken. Dat is een kinderlijk verlangen. De mensheid kan deze kinderlijke neurose overwinnen door wetenschap en intellect. Dit deel in de reeks Kleine Klassieken bevat naast dit invloedrijk essay nog twee andere geschriften met boeiende beschouwingen van de grondlegger van de psychologie, nl. “Dwanghandelingen en Godsdienstoefeningen” uit 1907 en “Een religieuze ervaring” uit 1928.

“Het onbehagen in de cultuur” was een van Freuds invloedrijkste en somberste cultuur theoretische geschriften. Freud stelde in dit 8-delig essay, het enthousiast vooroordeel ter discussie dat cultuur ons het dierbaarst is. Kunnen we gelukkig worden in een cultuur die onze Eros (levensdrift) en Thanatos (destructiedrift) beteugelt, vroeg hij zich af, en kunnen we overleven als we deze driften hun gang laten gaan? Het thema van het geschrift was de tegenstelling tussen cultuur en instinctieve impulsen. De cultuur streeft ernaar steeds grotere sociale eenheden te vormen. Daartoe beperken ze de bevrediging van seksuele en agressieve driften, ze verandert een deel van de agressie in schuldgevoelens. Zo is cultuur een bron van lijden, hun ontwikkeling leidt tot groeiend onbehagen.

“Die Zukunft einer Illusion” (1927) werd vertaald door Wilfred Oranje, “Das Unbehagen in der Kultur” (1930) werd vertaald door Gerda Mathot, Dick Bergsma en Henk Bouman. James Strachey, van wie de bijzonder interessante annotaties in beide boekjes zijn, was de jongste broer van de schrijver Lytton Strachey, een van de leden van de Bloomsburygroep. Hij studeerde aan het Trinity College in Cambridge en werd rond 1910, zelf ook lid van de Bloomsburygroep. In diezelfde tijd leerde hij zijn latere echtgenote kennen met wie hij in 1919 trouwde. Rond 1920 verhuisde het echtpaar naar Wenen waar beiden in analyse gingen bij Freud. Freud vroeg hen om zijn werk in het Engels te vertalen. Dit werd hun levenswerk. Strachey was ook de executeur-testamentair van de literaire nalatenschap van zijn broer Lytton en was ook een expert op het gebied van klassieke muziek. Hij schreef uitvoerige commentaren bij de programma’s van het Glyndebourne Opera Festival.

Sigmund Freud De toekomst van een illusie 92 bladz. Kleine Klassieken Boom uitgevers Amsterdam ISBN 978 94 6105 950 5

Freud Het onbehagen in de cultuur 100 bladz. Kleine Klassieken Boom uitgevers Amsterdam ISBN 978 90 2443 316 2