Claudio Monteverdi, “L’Orfeo” o.l.v. Jordi Savall en in een regie van Pauline Bayle in de Parijse Opéra Comique, een dvd op het label Naxos.

Vorig jaar heropende de Opéra Comique in Parijs haar deuren met een opvallende opvoering van Monteverdi’s Orfeo in een regie (haar operadebuut) van Pauline Bayle. Zij plaatste het verhaal niet in een mise en scène maar in een “mise en espace” zonder decor of rekwisieten. Deze werden ingenomen door rode rozen. De productie met een regie, herleid tot het absolute minimum, werd gecapteerd door Fra Prod, opgenomen door Radio France en uitgezonden door Mezzo en France Musique.

In 1590 of 1591, kreeg Claudio Monteverdi (1567-1643) zijn eerste baan aan het hof van Vincenzo I Gonzaga, de hertog van Mantua, en zijn gemalin Eleonora de’ Medici. Hij bleef daar twaalf jaar en werkte samen met o.a. Giaches de Wert en Benedetto Pallavicino. In deze periode maakte Monteverdi in het gevolg van Vincenzo Gonzaga reizen naar Hongarije en Vlaanderen. Toen Claudio Monteverdi (foto) in Mantua aankwam, werd hij aanvankelijk aan het hof aangenomen als gambist. Dit is een aspect van zijn muzikale persoonlijkheid die vaak vergeten wordt. Toch herinnerde zijn broer Giulio Cesare in een brief dat zijn improvisaties op de viola alla bastarda (bariton gamba) opmerkelijk waren. Op het moment van zijn aankomst speelde instrumentale muziek aan het hof reeds een belangrijke rol. Die werd gedomineerd door diverse musici, onder wie de joodse violist Salomone Rossi (ca. 1570-1630), één van de eerste componisten die triosonaten componeerde.

Maar, Monteverdi was zelf ook een meester op het gebied van de instrumentale muziek. Zijn uitzonderlijke vaardigheden dienaangaande horen we in de balletten van “L’Orfeo”, in het “Ballo delle ingrate” en in bepaalde madrigalen, zoals “Tempro la cetra”, met een opvallende concertante rol voor de instrumenten als onderdeel van de “seconda pratica”. De première van L’Orfeo was in februari 1607 in het hertogelijk paleis van Mantua. De publicatie vond plaats in 1609 in Venetië, met een tweede editie in 1615.

Na “L’Orfeo”, componeerde Monteverdi op tekst van Ottavio Rinuccini, “L’Arianna”, de klassieke mythe van Ariadne op het eiland Naxos. Van deze “Arianna” bleven echter enkel het libretto en de muziek van het lamento bewaard, het “Lamento d’Arianna”. Daarna componeerde hij “Il Ritorno d’Ulisse in Patria” (1641), over de mythe van de terugkeer van Odysseus, (Ulisse in het Italiaans), op het eiland Ithaka. Penelope, zijn trouwe vrouw maar belaagd door minnaars, wachtte daar al twintig jaar op hem. Op zijn “Ritorno” volgde in 1642, “l’Incoronazione di Poppea”, het verhaal over Poppaea Sabina en keizer Nero. Van de minstens 18 opera’s die Monteverdi componeerde, zijn er heel wat verloren gegaan, bv. “Andromeda”, “Proserpina rapita” en “Le nozze d’Enea con Lavinia”. Tussen “Orfeo” (1607) en “Il Ritorno d’Ulisse” (1641) componeerde hij minstens nog drie andere opera’s, die tot nu toe niet werden teruggevonden, “Le nozze di Tetide”, “La finta pazza Licori” en “Armida abbandonata”.

Monteverdi’s “L’Orfeo” op een libretto van Alessandro Striggio, was gebaseerd op de mythe van Orpheus en Eurydice, zoals die terug te vinden is in de Metamorfosen van Ovidius en in de Georgica van Vergilius. “L’Orfeo” wordt vaak omschreven als de eerste opera, maar de componist gebruikte weliswaar zelf een andere term voor zijn werk, nl. ‘favola in musica’, een muzikaal verhaal. Dit verhaal is dat over Orpheus, de dichter en muzikant, die naar de onderwereld reisde om Hades te overtuigen om zijn geliefde Eurydice terug te laten keren naar de levenden.

Een veld met rode rozen symboliseert het huwelijk van Orpheus en Eurydice. Glimlachende nimfen en herders knuffelen en liefkozen elkaar, maar het plukken van de rozen zal na de dood van Eurydice, dienen om een rouwkrans te maken. Monteverdi’s “L’Orfeo” was evenzeer de apotheose van de Renaissance als een getuigenis van de ontluikende barokstijl. Deze opvoering benadrukt respectvol en inventief en met gepaste, welsprekende soberheid, de contrasten tussen nostalgische blikken naar het verleden en de meest vernieuwende uitingen van de operataal van toen. Met dit als uitgangspunt legt de toneelpoëzie op deze opname de nadruk op het direct verhaal van het libretto, en hoe alleen de muziek wordt gebruikt om emoties uit te drukken, muziek die o.l.v. Jordi Savall, de plot en de tekst woord voor woord ondersteunt, zeker bij de indrukwekkende, vocale verleidingskunst van de Franse tenor/bariton, Marc Mauillon (°1980), (de broer van de harpiste, Angélique Mauillon), die in 2010, “Révélation Artiste Lyrique” was, in de rol van Orfeo. Bijzonder!

Rolverdeling:

La Musica / Euridice – Luciana Mancini

Orfeo – Marc Mauillon

Messaggiera – Sara Mingardo

Speranza / Proserpina – Marianne Beate Kielland

Apollo – Furio Zanasi

Caronte / Plutone – Salvo Vitale

Pastore I / Spirito II – Victor Sordo

Ninfa – Lise Viricel

Pastore II / Spirito IV – Gabriel Diaz

Pastore III / Spirito I / Eco – Alessandro Giangrande

Pastore IV / Spirito III – Yannis François

Emmanuel Clolus, set designer

Bernadette Villard, costume designer

Pascal Noël, lighting designer

Opgenomen in de Opéra Comique, Parijs, Juni 2021.

Technische gegevens :

Picture format: 1080i High Definition

Sound format: PCM Stereo / DTS-HD Master Audio 5.1

Region code: 0 (worldwide)

Audio language: Italian

Subtitles: Italian, English, German, French, Japanese, Korean

Running time: 118 min.

Claudio Monteverdi L’Orfeo La Capella Reial de Catalunya Le Concert des Nations Conductor Jordi Savall Stage director Pauline Bayle dvd Opéra comique fraPROD Naxos 2.110733