


De uittocht van Egypte naar het Beloofde Land, leek wel een iconisch voorbeeld van migratie en deportatie. Maar, wat was eigenlijk de historische kern van dit Bijbels verhaal? Waren de Israëlieten eigenlijk wel slaven in Egypte en vond de exodus wel echt plaats en zo ja, wanneer? In “Exodus, de impact van een Bijbelse migratie” verneemt u alles over de geschiedenis van het Oude Egypte en de Israëlieten in het Bijbelse Kanaän. Fenomenaal!



Eeuwenlang is de exodus uit Egypte als een historische gebeurtenis beschouwd. Archeologische ontdekkingen, vondsten van intrigerende teksten en nieuwe wetenschappelijke inzichten brachten echter nieuwe perspectieven aangaande de strategische ligging van Kanaän/Israël tussen Azië en Afrika. Deze resulteerden in een duidelijk onderscheid tussen het historisch bronnenmateriaal en de theologische betekenis en brachten elementen en gegevens aan het licht, die absoluut niet pasten in het tijdsbeeld in het Oude Testament. De vele, nieuwe informatie over het Exodusverhaal in de geschiedenis van Kanaän en Egypte, bracht Marleen Reynders uiteindelijk bij die ene uitdagende vraag als uitgangspunt van haar indrukwekkende zoektocht: Is er ooit een exodus geweest en wat was dan de impact van deze Bijbelse migratie?


De Levant, vandaag het geheel van Israël, het grootste deel van Jordanië, Libanon, Syrië en Palestina, was al sinds de prehistorie een druk doorgangs- en verblijfsgebied voor stammen en volken van diverse origine. De Levant met o.a. Kanaän, was door zijn centrale ligging tussen drie continenten, vanouds een smeltkroes met verworvenheden van de meest diverse, aangrenzende culturen. Het was nl. een doorgangsgebied voor rondtrekkende nomaden en voor karavanen met reizende handelaars langs routes die aansloten op de oeroude zijderoutes.
In het boek Genesis, beloofde God aan Abraham dat zijn nakomelingen het land Kanaän, zouden bezitten, het “land van belofte” of “het land van melk en honing”. Tussen ca. 1200 en 1100 v.Chr. raakte het grootste deel van Kanaän bezet door de Israëlieten. Volgens het Bijbelboek “Jozua” werd Kanaän na veertig jaar rondzwerven in de Sinaïwoestijn tussen Egypte en Kanaän, door de Israëlieten veroverd onder leiding van Jozua, de opvolger van Mozes. De verovering van Kanaän begon bij Jericho, de oudste stad ter wereld.
Het boek bestaat uit 3 delen en een besluit. In het eerste deel “De Levant, kruispunt van beschavingen en strijdtoneel van machtige mogendheden” situeert de auteur in 6 fascinerende hoofdstukken, heel uitvoerig en gedetailleerd, de geschiedenis van het oude Egypte en Kanaän/Israël tijdens de brons- en ijzertijd, gevolgd door de toenemende macht en invloed vanaf de vroege ijzertijd (12de eeuw v.C.) van Assyriërs, Babyloniërs, Perzen, Grieken en Romeinen.
Dit deel bevat eerst een uitermate deskundige geschiedenis van Egypte, van de vroege Bronstijd (3100-2100 v.C.) tot de Late Bronstijd (12de eeuw v.C.), van het handelsnetwerk, conflicten en Levantijnse migranten, over de Hyksos (1650-1550 v.C.), gevolgd door de Thebaanse dynastie (ca. 1640-1550 v.Chr.), tot de crisis van Egypte aan het einde van de late bronstijd, Ramses III en de invasie van Zeevolken, afkomstig uit het gebied rond de Middellandse Zee.


Dit alles wordt gevolgd door de beschrijving van de Kanaänitische stadstaten als Egyptische vazallen, de brieven van het Amarna-archief (foto), de tijd van de militaire campagnes (1290-1213 v.C.) van de farao’s Sethi I, Ramses II en Merenptah (1213-1203 v.C.) (foto) en het toenemend belang van het Kanaänitisch heuvelland. Dit vijfde hoofdstuk eindigt met Tanis, de belangrijke oud-Egyptische handelsstad in de Nijldelta, de ark van het verbond (foto) (de kist met de stenen platen met daarop de tien geboden), en de campagne van Sjesjonq I (foto) naar Kanaän (926/5 v.C.), de farao die in de Oud-Testamentische boeken, “Koningen” en “Kronieken” vaak geïdentificeerd wordt met de Egyptische koning, Shishak of Sisak. Hij zou volgens het verhaal een veldtocht georganiseerd hebben naar het koninkrijk Juda en een aantal steden veroverd hebben, waaronder Jeruzalem, waar de Tempel van Salomo en het Koninklijk Paleis van Salomo werden geplunderd.


Het zesde en laatste hoofdstuk van dit eerste deel, “Nieuwe grootmachten verschijnen op het terrein” (11de eeuw v.C.-70 n.C.) gaat over het Noordrijk Israël en het Zuidrijk Juda, de Omridische dynastie, de val van Samaria (722 v.C.), en de val van Jeruzalem (586 v.C.), deportaties en diaspora tijdens de Perzische overheersing en de terugkeer uit Babylonië, en de Tweede Tempeltijd (5de eeuw v.C.-70 n.C.). Aan het einde van dit eerste deel wordt alles nog eens kort en bevattelijk samengevat.

In het tweede deel “In de voetsporen van Jozef en Mozes” worden aan de hand van niet-Bijbels bronnenmateriaal, de Egyptische elementen in de verhalen over de hoveling Jozef (hfdst.1) en de vondeling Mozes (hfdst.2), historisch-wetenschappelijk gesitueerd binnen het kader van de brons- en ijzertijd. “Deze historische toetsing”, zo lezen we, “wordt uitgebreid met het Jozefverhaal, niet alleen vanwege de vele Egyptische elementen die erin vermeld worden, maar vooral omdat het verhaal verklaart hoe de Israëlieten precies in Egypte zijn beland.” “En omdat de uittocht uit Egypte gericht is op de intocht in het Beloofde Land”, zo gaat het verder, “laten we ook de zwerftocht door de Sinaiwoestijn en de verovering van Kanaän aan bod komen.”

In het hoofdstuk over Mozes leest u dan ook over de Bijbelse plagen, de route van de exodus en de doortocht door zee, de historische kern van de uittocht, de lange zwerftocht door de woestijn en de spectaculaire verovering van Kanaän, om uiteindelijk te belanden bij Proto-Israël en de nieuwe nederzettingen met een bonte etnische verscheidenheid in het heuvelland. Deel 2 eindigt met de “Sjasoe” (het rondtrekkend nomadenvolk), Israël als erfgenaam van de Kanaänitische cultuur, de oorsprong van Jahweh en de naam Israël, en Jahweh in Israël en in Juda.

In deel 3 verklaart de auteur aan de hand van de Bijbelwetenschap, de vele interpretaties en de Tora–Pentateuch, de betekenis van het verhaal. Hierin beschrijft ze o.a. eerst de ontstaansgeschiedenis, de schrijvers, auteurs, redacteurs en kopiisten en de redactiegeschiedenis van het verhaal, waarna ze in het tweede hoofdstuk, ingaat op de literair-theologische boodschap van het plagenverhaal, het verbond op de godsberg en de verovering van Kanaän. Tot Besluit, de impact van een Bijbelse migratie en het Bijbels exodusverhaal rond de vraag, “is er ooit een Exodus geweest?”


“Dat de Bijbelse verhaalelementen niet corresponderen met de feitelijke geschiedenis, kunnen we ze niet zomaar afdoen als onwaar”, schrijft Marleen Reynders. Daarom verdiepte ze zich in het derde deel in de teksten zelf en hun complexe ontstaansgeschiedenis en besteedde ze uitgebreid aandacht aan wie deze teksten zou hebben geschreven, wanneer en voor wie, met welke bedoeling, en hoe ze samengebracht werden. Wel 376 verrijkende noten, een indrukwekkende, thematisch geordende bibliografie (30! pagina’s lang), het chronologisch overzicht, de index en een extra index met de vele, vreemde termen, vervolledigen dit uitermate interessant boek. Een meesterwerk!


Marleen Reynders is egyptoloog (KU Leuven). Ze geeft lezingen en gastcolleges in binnen- en buitenland, begeleidt cultuurreizen en is auteur van verschillende, succesvolle boeken over het oude Egypte.


Marleen Reynders Exodus de impact van een Bijbelse migratie 363 bladz. geïllustreerd uitg. Sterck & De Vreese EAN 9789056155902