


Auteur en galeriehouder Joost Bakker raakte verknocht aan Zeeuwse, Hollandse en Vlaamse kunstschilders die op Walcheren woonden of werkten. In 1996 begon hij met een galerie en kunsthandel en schreef in 2019, tijdens de gelijknamige tentoonstelling in Museum Veere, het monumentaal boek, “Veere daar moest je geweest zijn”. Nu is er het al even monumentaal deel II, “Veere, de kunstenaarskolonie 1875-2025 over verleden en heden”.

Collioure, het vissersdorpje aan de voet van de Pyreneeën, La Ruche in Parijs, Saint-Tropez, Céret, de hoofdplaats van Vallespir in het dal van de Tech, Barbizon, Auvers-sur-Oise en Pont-Aven in Frankrijk, Worpswede, Dachau, Murnau en Schwaan (tussen Rostock en Güstrow) in Duitsland, St Ives in het Engelse Cornwall, de Noord-Deense plaats, Skagen, en Abramtsevo ten noordoosten van Moskou, het zijn maar enkele namen van de vele kunstenaarsdorpen en kunstenaarskolonies uit het verleden. In België had u Sint-Martens-Latem, de badplaats Sint-Idesbald in de West-Vlaamse kustgemeente Koksijde, de Ateliers Mommen in Brussel, de School van Tervuren en de School van Genk, en in Nederland waren er kunstenaarskolonies in Bergen, Domburg, Katwijk, Laren, Volendam, Nunspeet en Oosterbeek/Renkum, Ruigoord en Plasmolen, en in…Veere.

Het mooie Veere op het voormalig eiland Walcheren in de Nederlandse provincie Zeeland, was reeds in de 15de eeuw een vooraanstaande stad met een rijk artistiek en cultureel leven. Met zijn prachtig stadhuis en een imposante Onze-Lieve-Vrouwekerk was het tot aan het eind van de 18de eeuw, een welvarende handelsstad met koopmanshuizen en een bedrijvige vissershaven met een schilderachtige kade. Daarnaast was het pittoresk stadje tussen 1890 en 1940, een oord van dichters, schrijvers en musici en een internationaal georiënteerde kunstenaarskolonie. Het werk van de schilders is te zien in het plaatselijk museum.


“Museum Veere” bestaat uit twee locaties die de geschiedenis van de stad tonen: 2 historische, laatgotische, “Schotse Huizen” aan de Kaai en het monumentaal Stadhuis (foto) aan de Markt. De geschiedenis van het museum is verbonden met de schatrijke Londense diamantair, Albert Lionel Ochs (1857-1921), die in 1896 met zijn jacht aanmeerde in de haven van Veere. Hij kocht het 16de-eeuws huis “De Struys” aan de Kaai, installeerde er een kunsthandel annex cultureel centrum voor kunst, geschiedenis en folklore, en Veere werd mede door zijn dochter, een internationale kunstenaarskolonie. Samen met de bekende en gevreesde kunstcriticus Albert Ch.A. Plasschaert (1874-1941) waren zij de drijvende kracht achter de kunstenaarskolonie die Veere o.a. door vanaf 1916, jaarlijks in de zomer kunstverkooptentoonstellingen te organiseren in de Schotse Huizen, waar diverse Nederlandse en buitenlandse kunstenaars aan deelnamen, nationale en internationale bekendheid gaf, 


Na het overlijden van Albert Ochs, zette zijn dochter Alma Francis Oakes (1889-1987), die kunstgeschiedenis had gestudeerd aan de Heaterley’s School of Art in Londen, het particulier museum voort. Haar grootste wens was de oprichting van een kostuummuseum in Veere. Alma maakte nl. als kind met haar vader zeiltochten langs de Engelse, Vlaamse en Zeeuwse kusten en was reeds als 14-jarige verliefd geraakt op de prachtige klederdracht van de bewoners van Veere. Inmiddels mocht ook het naastliggend pand “Het Lammeken” gebruikt worden en na de Tweede Wereldoorlog schonk ze haar huis aan de Nederlandse Staat, op voorwaarde dat de beide ‘Schotse Huizen’ als museum geëxploiteerd zouden worden. Aldus geschiede. Op 9 juni 1950, opende museum “De Schotse Huizen” haar deuren. 


‘Het Lammeken’ en ‘In de Struijs’, samen “De Schotse Huizen”, herinneren aan de eeuwenlange handelsbetrekkingen van Veere met Schotland. Veere werd nl. stapelplaats van Schotse wol dankzij de Schotse Koning James I, wiens dochter Maria trouwde met Wolfert van Borssele, stadhouder van Holland, Friesland en Zeeland, admiraal van de Nederlanden en heer van Veere, Vlissingen, Westkapelle en Domburg. Sinds 1952, deelt de KLM Delfts blauwe huisjes uit aan haar Royal Class en later aan World Business Class-passagiers. In 1963 stond “Het Lammeken” model voor het Delfts blauw huisje (foto) van KLM

In de “Schotse huizen” is o.a. de unieke collectie 16de-eeuwse stadhuisbeelden van Veere te zien, naast scheepsmodellen, antieke meubels, schilderijen, porselein en Zeeuwse klederdracht uit Walcheren. In de trouwzaal van het stadhuis is een vergulde beker te zien. De beker werd rond 1546 in Vlaanderen gemaakt in opdracht van keizer Karel V, als geschenk voor Maximiliaan van Egmond, graaf van Buren en stadhouder van Friesland, Groningen, Drenthe en Overijssel. Maximiliaan van Egmond was de neef en één van de twee voogden van de in Brussel onthoofde Lamoraal I van Gavere, graaf van Egmont, en was nota bene de (eerste) schoonvader van Willem van Oranje. Maximiliaan van Bourgondië, heer van Veere, schonk de beker in 1551 aan de stad.

Het boek “Veere, de kunstenaarskolonie 1875-2025” begint met het levensverhaal van de Haagse advocaat, ambtenaar en lid van de Tweede Kamer, jonkheer Victor de Stuers (1843-1916) (foto), die beschouwd wordt als de oprichter van monumentenzorg in Nederland en die samen met de hoogleraar, uitgever, kunstcriticus, schrijver en dichter, Joseph Alberdingk Thijm en de architect Pierre Cuypers, aan de basis lag van het Rijksmuseum Amsterdam (foto), gebouwd tussen 1877 en 1885.
Hierna volgen 14, rijk gedocumenteerde portretten (alle voorzien van verrijkende noten) van de kunstcriticus, Albert Plasschaert, afkomstig uit Sas van Gent, de schilder, criticus en verzamelaar, Conrad Kickert tot Den Egmond, de beroemde avant gardist en kubist, Henri Le Fauconnier en Maroussia Barannikoff, de historicus, schrijver en illustrator, Hendrik Willem van Loon, de kosmopoliet, bergbeklimmer, zeiler en schilder, Walther von Bernuth, de publicist, Martinus (Martien) Beversluis, de aquarelliste, Anna Feith, de schilder, graficus, docent en bestuurder, Louis Heymans en de Vlaamse aannemer, Reimond Kimpe. Zij worden gevolgd door de verzamelaar, Leendert van Lier, de kunstfotograaf en chroniqeur, Leonard Den Beer Poortugael, de aquarelliste, Françoise Barones van Lynden-Banzet en de illustrator en conservator, Johannes (Han) van den Broeke.

Ook nog na de Tweede Wereldoorlog bleef Veere een kunstenaarscentrum. De in Parijs geboren Françoise van Lynden-Banzet (1922-2021) woonde vanaf 1990, in Veere tegenover de in Wenen geboren, Hongaars/Nederlands kunstschilderes, tekenaar, illustrator, ontwerpster en Veerse Joffer, Sárika Góth (1900-1992) (foto). Samen maakten ze de nadagen van de oorspronkelijke Veerse kunstenaarskolonie nog mee. De Veerse Joffers waren negen vrouwelijke kunstenaars die in de periode 1907-1992 in Veere woonden en werkten. Ter vergelijking, in Amsterdam had je de Amsterdamse Joffers en in Domburg werkten de Domburgse dames. Met het overlijden van de Veerse Joffer, Sáriká Góth kwam er een einde aan de ‘oude’ Veerse kunstenaarskolonie. Het boek eindigt met “Veere hedendaags”, over Veere en zijn beeldende kunstenaars in het eerste kwart van de 21ste eeuw, een tekst over de voormalige begraafplaats in Zanddijk, (“het Père Lachaise van Veere”) (sic) en “Museum Veere 75 jaar”, een korte geschiedenis van het museum. Achterin, een indrukwekkend lexicon van Veerse kunstenaars tussen 1850 en 2025 en het handig namenregister. Niet te missen!
Na zijn pensionering in december 2000 ging Joost Bakker (1945) uit Eindhoven zich met zijn Middelburgse galerie ‘De Vier Gemeten’ dagelijks met Zeeuwse kunst uit de periode 1900-1960 bezighouden. Hij maakte kleine publicaties, werkte in 2003 als beeldredacteur mee aan het boek ‘Heel de wereld trekt naar Veere’ en stelde de gelijknamige tentoonstelling “De Schotse Huizen” in het Veerse museum samen. Hiermee haalde hij de Veerse schilderskolonie uit de schaduw van de bekende Domburgse Tentoonstellingen (1911-1921).
Sinds 2001 is hij als (gast)conservator werkzaam voor Museum Veere. Zo was hij onder meer samensteller van de tentoonstelling over de Nederlands/Belgische graficus en verzetsstrijder Rudolf Schönberg (1901-1944) en in 2003 over de Veerse-Vlaming A.J. (Alfons) van Dijck (1894-1979). In de zomer van 2005 was hij de initiator en samensteller van de overzichtstentoonstelling over het leven en werk van de Veerse kunstschilder en uitvinder Dirk Jan Koets (1895-1956). Hierna volgden er in de loop der jaren, nog een veertigtal exposities over aan Veere gerelateerde beeldende kunstenaars.
Meer weten:
https://museumveere.nl/over-museum-veere/contact/
https://veeredronk.nl/wiki/In_den_Struys



Joost Bakker Veere De kunstenaarskolonie 1875-2025 over verleden en heden 320 bladz. geïllustreerd uitg Den Boer De Ruiter ISBN 9789083454269