“Just Biber”, door Rachel Podger en Brecon Baroque, op het label Channel Classics.

Na haar opname van de “Rosenkranz Sonaten” van de 17de-eeuwse barokcomponist, Heinrich Ignaz Franz von Biber (1644-1704), leidt Podger het ensemble Brecon Baroque in een programma met sonates uit Bibers bundel “Sonatæ Violino Solo” uit 1681 en zijn theatrale “Sonata Violino Solo Representativa” in A, C 146.

Heinrich Ignaz Franz Biber (1644-1704)  ontving zijn muzikale opleiding in een Jezuïeten-middelbare school in Troppau in Silezië. Hier had hij contact met de trompettist en latere kapelmeester van de aartsbisschop in Kremsier, Pavel Josef Vejvanovský. Vermoedelijk kreeg hij verder les van Johann Heinrich Schmelzer of van de hofkapelmeester Antonio Bertali in Wenen. Zijn eerste compositie was een Salve Regina voor sopraan, viool, altviool en orgel uit 1663. In 1668 trad hij in dienst van de Fürstbischof von Breslau, bisschop Karl II van Liechtenstein-Kastelkorn in Olmütz in Moravië en vanaf 1670 trad hij in dienst van aartsbisschop Max Gandolf von Kuenburg in Salzburg. In 1678 kreeg hij er de functie van assistent-dirigent en na de dood van zijn voorganger, de priester Andreas Hofer, werd hij in 1684 kapelmeester. Hij was een briljante vioolvirtuoos en Keizer Leopold I reikte hem in 1690 de adellijke titel van rentmeester. Vanaf dat moment mocht hij zich Biber von Bibern noemen. In 1715 volgde zijn zoon Carl Heinrich Biber (1681-1749) hem op als kapelmeester.

Biber componeerde deze uiterst virtuoze werken met uitgebreide, meervoudige en oogverblindende passages in de “stylus fantasticus”. In Bibers tijd had harmonie nl. een mystiek karakter, opgevat als de resonantie tussen de mens, het instrument en de hemellichamen. Het Platoons-hermetisch traktaat “Musurgia Universalis” (1650), over muziek in het harmonisch wereldbeeld van de jezuïet, Athanasius Kircher (1602-1680) (foto), gevormd in Fulda en Paderborn, was hét naslagwerk voor kloosters en hogescholen in Centraal-Europa. In dit traktaat verdeelde Kircher vocale en instrumentale composities onder in negen stijlen. De instrumentale muziek verdeelde hij onder in de Symphoniacus stylus met het oog op het bereiken van een consonante samenklank tussen instrumenten van hetzelfde type (snaarinstrumenten gestreken of getokkeld, fluiten, trompetten en trommen). Muziek in deze stijl was geschikt als introducties tot religieuze composities in de kerk.

De Stylus phantasticus stond daarentegen voor de meest vrije manier van componeren. Niet gebonden aan een of andere tekst of aan een harmonisch patroon, liet deze stijl ruimte voor de vindingrijkheid van de componist die haar dan ook aanwendde in zijn fantasieën, ricercare’s, toccata’s en sonaten. Voor Kircher was de Stylus phantasticus daarentegen niet zo maar een ongebreidelde, geheel vrije stijl, maar een stijl die eerder het ontwikkelen van een muzikale structuur op basis van eigen verbeelding toeliet. De Stylus hyporchematicus was de stijl van de dans verdeeld in vrije theaterdansen (theatralis) en hofdansen (choraicus), gebaseerd op regelmatige patronen. De Stylus symphoniacus had dan weer betrekking op instrumentale ensembles, de basis van het latere symfonie orkest.

De 17de-eeuwse Boheems/Oostenrijkse componist Heinrich Ignaz Franz von Biber is vooral bekend om zijn “Rosenkranz Sonaten” voor viool en continuo, gecomponeerd in dienst van bisschop Karl Liechtenstein-Kastelkorn. Hij componeerde ook een aanzienlijke hoeveelheid muziek voor strijkersensemble, “Sonatae tam aris quam aulis servientes”, twaalf sonates en 12 trompet duo’s voor 6 tot 8 instrumenten (trompetten, strijkers en basso continuo) in verschillende combinaties (1676), “Mensa sonora, seu Musica instrumentalis” (1680), zes suites voor twee violen, altviool en basso continuo, “Harmonia-Artificiosa-Ariosa”, zeven suites voor strijkers en basso continuo (1696), en een reeks van twaalf kamersonates met als titel “Fidicinium Sacro-Profanum”, voor het eerst gepubliceerd in Neurenberg in 1683.

“Fidicium sacroprofanum” (volledige titel: Fidicium Sacro-Profanum Tam choro, quam pluribus foro fidibus concinnatum en Concini aptum), (“Geistlich-weltliches Saitenspiel, für Kirche wie Marktplatz, für mehrere Streichinstrumente kunstgerecht komponiert und für das gemeinsame Spiel geeignet“), een verzameling van twaalf sonates voor snaarinstrumenten en continuo, bevat sonates in verschillende toonaarden. De titel verwees naar het feit dat Biber in de sonates, de religieuze en wereldlijke stijl combineerde. In zijn collectie heeft Biber nieuwe normen gesteld op het gebied van kamermuziek voor strijkers. Het eerste deel componeerde hij voor een vijfstemmig strijkersensemble: 2 violen, 2 altviolen, altviool en basso continuo, een combinatie die in zijn tijd het standaardensemble was in Oostenrijkse culturele kringen.

In een rijk gekleurde toonzetting weefde Biber kunstig een polyfone textuur waardoor de stemmen kunnen wisselen en naar voren komen. In het tweede deel van deze bundel doet hij afstand van de tot nu toe overwegend vijfdelige opstelling in Oostenrijk en richtte hij zich op het vergroten van de flexibiliteit van de vier afzonderlijke partijen. De hier opgenomen sonates, “Sonatae, tam Aris, quam aulis servientes”, opgedragen aan aartsbisschop Maximilian Gandolf (foto), waren niet alleen bedoeld om te verrukken, maar mogelijk ook om te genezen: Biber beschreef ze als een soort gebed voor het lang leven en de goede gezondheid van de aartsbisschop.

De Duits-Britse violiste Rachel Podger (1968) werd opgeleid aan een Duitse Rudolf Steiner school en keerde daarna naar Engeland terug om te studeren bij Perry Hart aan de “Guildhall School of Music and Drama” bij David Takeno, Pauline Scott en Micaela Comberti. Tijdens haar studie was ze medeoprichtster van de barokke kamermuziek ensembles “The Palladian Ensemble” en “Florilegium”, en werkte ze met ensembles met historische instrumenten, zoals het “New London Consort” en “London Baroque”. Podger was de leider van het “Gabrieli Consort and Players” en later, van 1997 tot 2002, van “The English Concert”. Ze werkt momenteel ook als gastdirigente van “Arte dei Suonatori” (Polen), van “Musica Angelica” en “Santa Fe Pro Musica”, beide in de Verenigde Staten, en als soliste bij “The Academy of Ancient Music”.

Rachel Podger is ook professor barokviool aan de “Guildhall School of Music and Drama” en het “Royal Welsh College of Music and Drama”, en doceert ook regelmatig aan de “Hochschule für Künste” in Bremen. In september 2008 nam ze de nieuw opgerichte Micaela Comberti-leerstoel voor barokviool aan de “Royal Academy of Music” in Londen op (Micaela Comberti (1952-2003) was haar jong overleden lerares), en werd ze professor barokviool aan de Koninklijke Deense muziekacademie in Kopenhagen. Als ze niet toert met verschillende ensembles, werkt Podger in Brecon/Powyn, Zuid-Wales, om jonge muzikanten te helpen met het “Mozart Music Fund”, dat ze in 2006 heeft opgericht, en waar ze workshops geeft en recitals speelt. In 2006 richtte ze ook het “Brecon Baroque Music Festival” op, dat sindsdien elk jaar wordt gehouden. Podger bespeelt een viool gebouwd in Genua in 1739 door Pesarinius, een latere leerling van Antonio Stradivari. Ze speelde aanvankelijk op een Stradivarius-copie uit 1988 van Rowland Ross en heeft Haydn en Mozart opgenomen op de Crespi Stradivarius uit 1699.

Just Biber Rachel Podger Brecon Baroque cd Channel Classics CCS48525