


Op deze nieuwe opname wordt de stilistische, muzikale discussie tussen Johann Sebastian Bach en Johann Adolf Scheibe (1708-1776) geëvoceerd. Concerto Köln, Marie-Sophie Pollak en Max Volbers, die het programma heeft bedacht en daartoe diverse niet eerder opgenomen werken van Scheibe bewerkte, benaderen deze muzikale discussie door individuele werken van beide componisten als muzikale argumenten naast elkaar te plaatsen en behandelen zo doende het esthetisch generatieconflict van die tijd (Scheibe was 23 jaar jonger dan Bach), gepaard aan de muzikaal-stilistische overgang van hoog- of laatbarok naar klassiek.

De Duits-Deense componist Johann Adolf Scheibe, geloofde dat muzikaal talent aangeboren was en dat de muzikant emoties alleen kon uiten door zich erdoor te laten beïnvloeden door de kracht van zijn verbeelding. In verhandelingen en essays, bv. in zijn tweedelige “Über die musikalische Composition” en in zijn “Compendium musices theoretico-practicum, das ist Kurzer Begriff derer nöthigsten Compositions-Regeln” onderzocht Scheibe de aard van smaak, melodie en harmonie, expressie en muzikale inventiviteit, en verdedigde hij een eigen, regionaal-Duitse stijl.

Zijn theorieën, beïnvloed door de vooruitstrevende, esthetische theorieën van Johann Christoph Gottsched (1700-1766) (foto) (hoogleraar retorica en poëzie aan de universiteit van Leipzig), en zijn literair hoogbegaafde vrouw, Luise Adelgunde Victorie Kulmus (foto), waren gebaseerd op rationele principes, zuiverheid van expressie, imitatie van de natuur en de toepassing van de retorische kunsten op de processen van muzikale creatie. Gottscheds “Versuch einer kritischen Dichtkunst für die Deutschen” (1730), zijn “Ausführliche Redekunst” (1728) en “Grundlegung einer deutschen Sprachkunst”(1748), waren tijdens de “Sprachenstreit” van groot belang voor de ontwikkeling en uniformiteit van de gesproken en geschreven, Duitse taal, gebaseerd op het Middelsaksisch of “mittelniederdeutsche Sprache”, de taal van de Hanze (“Hansesprache”), de voorloper van het modern Nederduits. Johann Christoph Gottsched schreef ook de teksten van twee wereldlijke cantates van Bach, “Laß, Fürstin, laß noch einen Strahl” ( BWV 198) en “Willkommen! Ihr herrschenden Götter der Erden” (BWV Anh. 13).
Scheibe was dan ook de voorvechter van een typisch Duitse muziekstijl, een stijl die zich zou losmaken van de Italiaanse voorbeelden. De Italiaanse invloed was gericht op kunstmatigheid en complexiteit, de Duitse impuls was gericht op natuurlijkheid en eenvoud, aldus Scheibe. Bach was naar zijn smaak veel te ingewikkeld, en dus te Italiaans. Hoewel hij Bachs talenten erkende, concludeerde hij wel dat Bach was afgegleden “van het natuurlijke naar het kunstmatige, en van het verhevene naar het duistere, in strijd met de rede”. Dit leidde tot een uitwisseling tussen Scheibe en Johann Abraham Birnbaum (1702-1748) (foto), hoogleraar retorica aan de Universiteit van Leipzig en een bewonderaar van Bach. .
In 1736 verhuisde Scheibe van Leipzig naar Hamburg, waar hij bevriend raakte met Johann Mattheson en Georg Philipp Telemann. Aangemoedigd door beiden publiceerde Scheibe tussen 1737 en 1740 het tijdschrift “Der Critische Musikus”. Scheibe’s bezwaren tegen de muziek van Bach zijn bekend door een anonieme brief uit 1737 in de “Critischer Musikus”, waarin Scheibe, Bachs muziek ‘verward’ en ‘bombastisch’ noemde. Volgens Scheibe was Bachs muziek kunstmatig en verwarrend, ‘verworren’ und ‘schwülstig’, en de notatie van zulke uitgebreide versieringen (in plaats van de versieringen aan de uitvoerder over te laten, zoals gebruikelijk was) vertroebelde de melodie en harmonie. In plaats van een duidelijke scheiding tussen melodie en begeleiding, maakte Bach alle stemmen gelijk in zijn soort polyfonie, wat volgens Scheibe de muziek overbelast, onnatuurlijk en onderdrukt maakte.
Het schitterend ensemble Concerto Köln, gespecialiseerd in de historische uitvoeringspraktijk, benadert deze muzikale discussie door werken van Bach en Scheibe, waaronder vier première-opnamen, naast elkaar te plaatsen, waardoor er in plaats van een discussie, een dialoog ontstaat. En, of het nu gaat om instrumentale werken zoals Bachs zelden uitgevoerde Sinfonia in D, BWV 1045, de Sinfonia tot “Ich hatte viel Bekümmernis”, vocale pareltjes zoals “Süßer Trost, mein Jesus kömmt” of Scheibe’s gevoelige aria’s, elk werk vertegenwoordigt een argument in de muzikaal discussie.
Het programma/de discussie opent met Bachs stralende aria, “Jauchzet Gott in allen Landen”, uit de gelijknamige cantate (BWV 51), een van Bachs bekendste aria’s voor sopraan. Nog indrukwekkender dan het origineel, waarin een solotrompet de sopraan begeleidt, is de hier opgenomen versie die Bachs oudste zoon, Wilhelm Friedemann, later creëerde, nl. verrijkt door een tweede trompet en pauken. Scheibe’s “tegenargumen” klinkt in zijn aria, “Edle Unschuld, gib die Gründe”, waarin zijn liefde voor galante melodieën en stilistische helderheid hoorbaar is. Blokfluitist en klavecinist Max Volbers dirigeert het ensemble van aan het klavecimbel of orgel en speelt de solopartij in de sonate “Himmelskönig, sei willkommen” (Hemelse Koning, Welkom, BWV 182).
De Duitse sopraan, Marie-Sophie Pollak (1988) leerde als kind piano en viool spelen. Van 2007 tot 2014, studeerde ze zang bij Gabriele Fuchs aan de Hochschule für Musik und Theater in München, waar ze een masterdiploma in concertzang behaalde. Naast haar studie volgde ze masterclasses bij onder andere Roger Vignoles, Helmut Deutsch en Wolfgang Katschner, de oprichter en muzikaal leider van het Berlijns barokensemble, “Lautten Compagney” en nog tijdens haar studie maakte ze haar debuut op het Festival voor Oude Muziek van Innsbruck als Vespetta in Telemanns Pimpinone en was ze vervolgens te horen in de titelrol van Scarlatti’s La Dirindina en in Bachs Mis in b klein, beide onder leiding van Alessandro De Marchi.
Max Volbers studeerde aan de Mozarteum Universiteit in Salzburg bij Dorothee Oberlinger, Walter van Hauwe, Reinhard Goebel en Florian Birsak. Als prijswinnaar van onder andere het Deutsches Musikconcours is hij een graag geziene gast op het Festival van Verbier, de Heidelberger Frühling, het Sanssouci Musikfestival, het Menuhinfestival Gstaad, het Slot Ludwigsburg en het Festival voor Oude Muziek van Innsbruck. Vanuit de diepe overtuiging dat oude muziek niet uitsluitend voorbehouden is aan de oorspronkelijke klankbeweging, speelt hij met ensembles als Concerto Köln, La Cetra en Concentus Musicus Wien, maar ook met ‘moderne’ orkesten zoals het Stuttgarter Kammerorchester, de Münchner Philharmoniker, de NDR Radiophilharmonie en het Musikkollegium Winterthur.
Tracklist:
Bach: Aria “Jauchzet Gott in allen Landen” (Kantate “Jauchzet Gott in allen Landen”, BWV 51)
Scheibe: Aria “Edle Unschuld, gib die Gründe” (Kantate “Wer sich rühmen will”)
Bach: Adagio (Concerto, BWV 981)
Bach: Sinfonia (Kantate “Ich hatte viel Bekümmernis“, BWV 21)
Scheibe: Arie “Sehr geschwinde gleich dem Winde” (Concerto: in Festo Michaelis “Der Engel des Herrn lagert sich”)
Bach: Aria “Patron, das macht der Wind” (Kantate “Geschwinde, ihr wirbelnden Winde”, BWV 201)
Scheibe: Sinfonia (“Der Tempel des Ruhmes“)
Bach: Sonata (Kantate “Himmelskönig, sei willkommen“, BWV 182)
Scheibe: Sonata zu “Den döende Jesus”
Bach: Aria “Jesu, deine Gnadenblicke” (Kantate “Lobet Gott in seinen Reichen“, BWV 11)
Scheibe: Aria “Willkommen, Heiland” (“Die Auferstehung und Himmelfahrt Jesu“)
Bach: Aria “Willkommen, Heiland” (Kantate “Süsser Trost, mein Jesu kömmt“, BWV 151)
Bach: Sinfonia in D major, BWV 1045


Bach vs. Scheibe Marie-Sophie Pollak Concerto Köln Max Volbers cd Berlin Classics 0304099BC