Ernst Jünger, “Totale mobilisatie en andere essays”, uitgegeven door De Nieuwe Wereld/Ten Have.

Ernst Jünger (1895-1998) is bekend geworden door zijn 6 dagboeken uit de Eerste en de Tweede Wereldoorlog, o.a. “In Stahlgewittern”,  en door zijn anti-totalitaire roman, “Auf den Marmorklippen” uit 1939. Minder bekend is dat hij ook tal van essays heeft geschreven, visionaire pogingen om de moderne tijd met zijn raadsels en verschrikkingen diepgaand te peilen. In deze uitgave, voorzien van een voorwoord van Arnold Heumakers en verklarende noten, zijn 4 essays opgenomen, “De totale mobilisatie”, “Over pijn”, “Over de linie” en “Getallen en goden”. Ze dateren uit verschillende perioden van zijn leven en samen geven ze een representatief beeld van zijn denken. Niet te missen!

De bundel “Krieg und Krieger”, uitgegeven in 1930, bevatte 8 essays van 8 verschillende auteurs. Naast een essay van Ernst Jünger, bevatte de bundel, essays van Wilhelm von Schramm, Friedrich Georg Jünger, Albrecht Erich Günther, Ernst von Salomon, Friedrich Hielscher, Werner Best en Gerhard Günther. Jünger kende de meeste van die auteurs persoonlijk of was met hen bevriend. De bijdrage van Jünger maakte deel uit van meerdere essaybundels, geschreven door Jünger en tal van verschillende auteurs, waarvan Jünger in de jaren ’20, begin jaren ’30, de uitgaven verzorgde, “Luftfahrt ist not“ (1928), ”Die Unvergessenen“ (1928), ”Der Kampf um das Reich“ (1929) en ”Das Antlitz des Weltkrieges“ (1930).

In “Die totale Mobilmachung” (1930), Jüngers essay uit “Krieg und Krieger“ (naar de titel van het in de bundel eveneens opgenomen essay “Krieg und Krieger“, van zijn broer, Friedrich Georg), beschreef Ernst Jünger totale mobilisatie met de absolute inname van potentiële energie, die de strijdende industriële landen transformeert in vulkanische smeltovens (“vulkanische Schmiedewerkstätten”). Staten die zich inzetten voor vooruitgang zoals de VS, Frankrijk en de Sovjet-Unie, waren bijzonder geschikt om al hun krachten in te zetten voor oorlogvoering, in tegenstelling tot monarchieën, die uit voorzichtigheid met betrekking tot de mobilisatie van de bredere bevolking, naar slechts gedeeltelijke mobilisatie neigden. Dit is de reden, schreef Jünger, waarom het bijzonder monarchistische, tsaristische Rusland en Oostenrijk-Hongarije in de Eerste Wereldoorlog ten onder gingen en waarom het minder “progressieve” Duitsland ook de oorlog verloor.

Als voorbeelden van hoe mobilisatie werkte, noemde Jünger in “Die totale Mobilmachung” 3 prominente, joodse intellectuelen, die kritisch stonden tegenover het Duitse Keizerrijk, maar het in de (Eerste Wereld) oorlog toch steunden, de joodse sociaaldemocraat Ludwig Frank (foto), de journalist Maximilian Harden en de in 1922, vermoorde industrieel, politicus, publicist, schrijver en voor een korte tijd minister van Buitenlandse Zaken, Walter Rathenau (foto), de zoon van Emil Rathenau, de oprichter van de Allgemeine Elektricitäts-Gesellschaft (AEG).

Maximilian Harden (foto) was nota bene de journalist die in april 1906, in zijn tijdschrift “Die Zukunft” de homoseksualiteit aan het licht bracht van Graf zu Eulenburg en Freiherr von und zu Hertefeld, Philipp von Eulenburg-Hertefeld (1847-1921) (foto), een vriend en adviseur van keizer Wilhelm II (foto), en graaf Kuno von Moltke (foto), de militair commandant van Berlijn en vleugeladjudant van de keizer.

De zaak ging de geschiedenis in als de “Harden-Eulenburgaffaire”, de controverse rond het homoseksueel gedrag van prominente leden (de “Liebenberger Kreis”), van het kabinet en de hofhouding van keizer Wilhelm II in de periode 1907 tot 1909, die samen kwamen in het landgoed, “Schloss Liebenberg”, een “Gutshof mit Herrenhaus” (foto), in het noorden van Brandenburg. Philipp von Eulenburg-Hertefeld was gehuwd met de Zweedse gravin, Augusta von Sandels (1853-194) en was vader van 8 kinderen (foto).

In “Über den Schmerz”, geschreven in 1934 en gepubliceerd in “Blätter und Steine“, interpreteerde Jünger een nieuwe relatie tot pijn als een kenmerk van de moderniteit, die hij als nihilistisch beschouwde. Volgens Jünger moest de moderne mens zijn lichaam op alle mogelijke manieren objectiveren, zodat pijn een maatstaf werd voor dit proces. Het essay was thematisch verbonden aan zijn 2-delig essay “Der Arbeiter, Herrschaft und Gestalt”, (“Begriff des Arbeiters” en “Phänomenologie der Moderne“), uit 1932, de beschrijving van de overgang van de burgerlijke samenleving naar een nieuwe, door techniek en mobilisatie beheerste wereld, een nieuwe vorm van totaliteit, die Jünger “Totale Mobilmachung” noemde. 

In “Über die Linie“ uit 1958, schreef Jünger diepgaand over nihilisme en stelde hij zich de vraag wat een nihilistische samenleving kenmerkt? De ongekende triomfen van de materiaalkunde dreigen onze wereld uiteen te scheuren. Om het evenwicht te herstellen, hebben we een verkenning van de spirituele kosmos nodig die gelijke tred kan houden met die van de materie. Daar, in het onbekende, buiten de gebaande paden, dicht bij de mogelijkheid van mislukking, liggen de onontgonnen schatten van het onverdeelde. De technologische vooruitgang, verweven met nihilisme, devalueert gevoel en intuïtie. De koude rede, met haar onberispelijke, wetenschappelijke methoden, dicteert de handelwijze. De burger die in de greep is van nihilisme moet toegeven dat hij zijn eigen lichamelijke waarneming niet langer kan vertrouwen.

Jünger zag een diepere verbinding in de relatie tussen getallen en goden, een relatie die het puur rationele overstijgt. In ”Zahlen und Götter“ (1974) onderzocht hij mathematisch de rol van getallen in verschillende culturen en religies en benadrukte hij hun diepere, vaak metafysische betekenis. Hij analyseerde hoe getallen niet alleen wiskundige grootheden zijn, maar ook symbolische en kosmologische functies vervullen in verschillende geloofssystemen. “Die totale Mobilmachung”, “Über den Schmerz”, “Über die Linie“ en “Zahlen und Götter“ werden vertaald door Max Wildschut en Piet Meeuwse. Zeker lezen!

Arnold Heumakers (1950) (foto) is criticus bij NRC Handelsblad en was docent cultuurwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. Eerder verschenen van zijn hand onder andere “Schoten in de concertzaal” (1993), “De schaduw van de Vooruitgang” (2003) en “De esthetische revolutie” (2015) en “Langs de afgrond, Het nut van foute denkers” (2020).

Ernst Jünger, Totale mobilisatie en andere essays 222 bladz. uitg. Ten Have ISBN 9789025913786

https://www.stretto.be/2022/04/19/friedrich-junger-de-perfectie-van-de-techniek-nu-in-nederlandse-vertaling-uitgegeven-door-ten-have-een-monument/

https://www.stretto.be/2017/12/10/grandioze-biografie-van-de-duitse-schrijver-ernst-junger-bij-uitgeverij-aspekt/