


In zijn essaybundel, “A Sand County Almanac: And Sketches Here and There”, voltooid en uitgegeven in 1948, beschreef de Amerikaanse bosbeheerder, ecoloog en natuurbeschermer, Aldo Leopold (1887-1948), het leven en de natuur om hem heen. Hij besprak de seizoenen, toonde met concrete voorbeelden aan hoe alles met elkaar is verbonden en wees toen al de mens aangaande natuurbehoud op zijn grote verantwoordelijkheid. De publicatie was een mijlpaal in de Amerikaanse natuurbeschermingsbeweging, werd meer dan twee miljoen keer! gedrukt, en werd in minstens 14 talen vertaald. Leopolds meesterwerk verschijnt nu pas voor het eerst in het Nederlands…

Aldo Leopold (foto) was hoogleraar “wildlife management” aan het Agricultural Economics Department van de Universiteit van Wisconsin. In zijn essays beschreef hij het gebied rond zijn zomerhuis en landgoed in “Sauk County”, vernoemd naar een dorp van de inheemse Sauk-volkeren in Wisconsin. Er bestond en bestaat in Wisconsin geen “Sand County”. Met de term “sand counties”, verwees Leopold naar de zanderige bodem in de regio. 


Het landgoed met boerderij en zelfs een klein eiland in de rivier, is ongeveer 107 ha groot. Zijn huis (foto) aan de zuidoever van de Wisconsin River ten noordoosten van Baraboo, ondertussen bekend als de “Aldo Leopold Shack and Farm”, wordt nu beheerd door de “Aldo Leopold Foundation”. Deze stichting biedt rondleidingen en educatieve programma’s op het landgoed (foto’s).


Het boek, de eerste systematische presentatie van een holistische of ecocentrische benadering van het milieu als een geheel, waarbij alle onderdelen met elkaar in verband staan en elkaar beïnvloeden, bestaat uit 3 delen en opent met 12 essays, één voor elke maand, onder de titel “Sand County Almanac”, hier vertaald als “Het jaar rond op de zandgronden”. In deze essays volgde Leopold met anekdotes over en observaties van de reactie van flora en fauna op de seizoenen en verwijzingen naar onderwerpen op het gebied van natuurbehoud, de veranderingen in de ecologie op zijn boerderij.
Deze essays volgen grotendeels de veranderingen in de ecologie op Leopolds boerderij. Vanuit het “ecologisch geweten” van de mens moest volgens Leopold, natuurbehoud opschuiven van het puur economisch winstbejag naar het ethische en esthetische. Leopold bepleitte dan ook het idee van een landethiek, de verantwoordelijke relatie tussen de mensen en het land dat ze bewonen, waarmee hij ecologie als wetenschap stimuleerde.
“That land is a community is the basic concept of ecology, but that land is to be loved and respected is an extension of ethics.”
Een ecosysteem, oorspronkelijk reeds gedefinieerd door Sir Arthur George Tansley (1871-1955) (foto), Sherardian Professor of Botany aan de Universiteit van Oxford, is een biotische gemeenschap (of biocenose) en zijn fysieke omgeving (of biotoop). Interessant om weten is dat Tansley in 1923, toen hij nog docent was aan de Universiteit van Cambridge, een jaar doorbracht in Wenen om psychologie te studeren bij Sigmund Freud, en dat hij “The New Psychology and its Relation to Life” schreef, één van de eerste boeken die de ideeën van Freud en Carl Gustav Jung aan een breed publiek wilde introduceren. Het gevolg van zijn contact met Freud was dat er een nauwe theoretische relatie ontstond tussen Freuds psychoanalyse en Tansley’s ecologie.
In het tweede deel, “Sketches Here and There” (“Schetsen van her en der”), zijn 15 thematische essays rond boerderijen en wildernissen in Wisconsin, Illinois en Iowa, Arizona en New Mexico (waarin “Denken als een berg”), Oregon en Utah, Chihuahua en Sonora (Mexico) en Manitoba opgenomen. Sommige van deze essays die alle heel literair en poëtisch geschreven zijn, zijn autobiografisch. In “Thinking Like a Mountain” (vandaar de titel “Denken als een berg” van deze Noordboek uitgave), beschreef Leopold een jachtervaring, die bepalend was voor zijn later ontwikkelde opvattingen en die van groot belang was voor de evolutie van het gedachtegoed van natuurbeschermers. 
“We reached the old wolf in time to watch a fierce green fire dying in her eyes. I realized then, and have known ever since, that there was something new to me in those eyes – something known only to her and to the mountain. I was young then, and full of trigger-itch; I thought that because fewer wolves meant more deer, that no wolves would mean hunters’ paradise. But after seeing the green fire die, I sensed that neither the wolf nor the mountain agreed with such a view.…I now suspect that just as a deer herd lives in mortal fear of its wolves, so does a mountain live in mortal fear of its deer. And perhaps with better cause, for while a buck pulled down by wolves can be replaced in two or three years, a range pulled down by too many deer may fail of replacement in as many decades. So also with cows. The cowman who cleans his range of wolves does not realize that he is taking over the wolf’s job of trimming the herd to fit the range. He has not learned to think like a mountain. Hence we have dustbowls, and rivers washing the future into the sea.”
Leopold beschreef in dit essay nl. de dood van een wolvin die door zijn groep werd gedood, een niet-technische karakterisering van een trofische cascade, een indirecte interactie die optreedt wanneer een trofisch niveau in een voedselketen wordt onderdrukt en waarbij het verwijderen van een enkele soort, ernstige gevolgen heeft voor de rest van het ecosysteem. Het trofisch niveau van een organisme is de positie die het inneemt in een voedselketen. Het woord “trofisch”, afgeleid van het Grieks, verwijst naar voedsel of voeding. 


Het derde deel met als titel “The Upshot”, vertaald als “Aanzet tot milieu-ethiek” bevat 24 filosofische essays, die gegroepeerd werden rond 4 thema’s, “Natuurschoon en vrije tijd”, “De culturele waarde van wild”, “Wildernis” en “Milieu-ethiek”. De ondertitel van het boek is trouwens “Met enkele schetsen van her en der en een aanzet tot milieu-ethiek – ecosofie”. In het afsluitend essay, “The Land Ethic” (”Milieu-ethiek”), verdiepte Leopold zich in natuurbehoud als “Ecological Conscience”, een staat van harmonie tussen mens en land, waarbij hij stelde dat er meer natuurbehoudseducatie nodig was en dat mensen meer respect moesten hebben voor de biotische gemeenschap op aarde, de interacterende organismen die samenleven in een habitat of biotoop, die milieubescherming behoeven.
“The land ethic simply enlarges the boundaries of the community to include soils, waters, plants, and animals, or collectively: the land… In short, a land ethic changes the role of Homo sapiens from conqueror of the land-community to plain member and citizen of it. It implies respect for his fellow-members, and also respect for the community as such.”
Weet dat de term “Biozönose” (biocenose, biotische, biologische of ecologische gemeenschap) als “Lebensgemeinde“, reeds in 1877, bedacht werd door Karl August Möbius (1825-1908), een Duitse zoöloog, hoogleraar systematische en geografische zoölogie aan de Kaiser-Wilhelm-Universität en directeur van het Natuurhistorisch Museum in Berlijn (foto). De term van deze pionier op het gebied van ecologie, ontwikkelde zich tot een sleutelbegrip in de synecologie of gemeenschapsecologie, de studie van de interacties tussen soorten in gemeenschappen op vele ruimtelijke en temporele schalen, inclusief de verspreiding, structuur, overvloed, demografie en interacties van naast elkaar bestaande populaties.![]()

![]()
In 1863, opende Möbius het eerste Duits zeewateraquarium in Hamburg. Vijf jaar later, kort na het behalen van zijn doctoraal examen aan de Universiteit van Halle, werd hij benoemd tot hoogleraar zoölogie aan de Universiteit van Kiel en directeur van het Zoölogisch Museum. Zeedieren behoorden tot zijn belangrijkste onderzoeksinteresses en in zijn werk legde hij al meteen de nadruk op ecologische aspecten. Tussen 1868 en 1870, kreeg Möbius van het Ministerie van Landbouwzaken in Pruisen de opdracht onderzoek te doen naar de oesterbanken in de Kielerbocht (“Kieler Bucht”). Zijn onderzoek resulteerde in zijn twee baanbrekende publicaties, “Über Austern- und Miesmuschelzucht und Hebung derselben an der norddeutschen Küste” (“Over de oester- en mosselkwekerij in kustgebieden van Noord-Duitsland”) en “Die Auster und die Austernwirtschaft” (“Oester- en oesterkwekerij”), waarin hij als eerste de interacties tussen verschillende organismen in het ecosysteem (van de oesterbank) gedetailleerd beschreef en daarbij de term ‘biocenose’ bedacht.
Aldo Leopold was gehuwd met Estella Bergere. Het koppel had 5 kinderen, van wie er 4 professor werden aan Amerikaanse universiteiten. Aldo Starker Leopold als “wildlife biologist” en Luna B. Leopold als “hydrologist” en “geology professor” aan UC Berkeley, Aldo Carl Leopold als “plant physiologist” aan Purdue University en Estella Leopold was als botanist, professor emerita aan de Universiteit van Washington. Nina Leopold Bradley behaalde haar bachelor’s degree in geography, en werd als een bekend “conservationist” (verdediger van natuurbehoud) researcher en naturalist, assistente aan de Universiteit van Chicago.


“Op de dag dat we de aarde zien als een gemeenschap waartoe wij behoren, zullen we misschien met liefde en respect met haar omgaan.” Hiermee legde Aldo Leopold de filosofische basis van wat we nu ‘milieu-ethiek’ noemen. Zijn essays zijn in deze uitgave voorzien van het voorwoord, “Het land onder onze voeten, Aldo Leopolds poëtica en de ecologie als wetenschap”, van de filosoof Johan Braeckman. Noten van de vertaler Joris Capenberghs, de tekst “Een klassiek en eigentijds meesterwerk, Aldo Leopolds ecologische inzichten en milieu-ethiek” van de bioloog, Hans Van Dyck en het praktisch register van planten- en dierennamen, vervolledigen deze uitzonderlijke uitgave. Niet te missen. Zeker lezen!


Aldo Leopold Denken als een berg, Het jaar rond op de zandgronden 304 bladz. uitg. Noordboek ISBN 9789464712438