Boëthius, “Troost in filosofie”, een magistrale uitgave van Damon.

De Romeinse filosoof en politicus, Boëthius (480-524) was consul in het koninkrijk van de Ostrogoten. Als onderdeel van de rivaliteit tussen Rome en Byzantium, werd hij verdacht van samenzwering met de Byzantijnse keizer en werd hij in het jaar 523, door de Oost-Gotische koning Theoderik, gevangen genomen en uiteindelijk ter dood veroordeeld. Tijdens zijn gevangenschap besloot Boëthius de hem resterende tijd te besteden aan het schrijven van een boek…

In 476, zette de Germaanse huurlingenleider, Odoaker de laatste West-Romeinse keizer af, waarna het Romeinse Rijk uiteen viel in twee delen. In het oosten, het Oost-Romeinse Rijk, bekend als Byzantium, en in het westen, het door Germaanse stammen belaagd West-Romeinse Rijk. In 489, vielen de Ostrogoten in opdracht van de Romeinse keizer in het oosten, Italië binnen en in 493, veroverde Theodorik (ca.451-526) (foto), Ravenna.  Hij werd koning van een rijk (kaart) dat zich uitstrekte van Sicilië tot Dalmatië.Boëthius oli viimeinen roomalainen ja ensimmäinen skolastikko ...

Anicius Manlius Severinus Boëthius schreef de rekenkundige verhandeling, “de Institutio Mathematica”, “De Institutione Musica”, (een handboek voor muziektheorie), en startte met het vertalen van filosofische werken van de Grieken in het Latijn.  Hij vertaalde wel 15 Griekse teksten over wiskunde van Pythagoras, Euclides en Ptolemaeus, en dankzij zijn vertalingen van Aristoteles, maakten de middeleeuwers kennis met de beginselen van de Aristotelische logica. Vanaf de 12de eeuw waren alle teksten van Aristoteles beschikbaar in Latijnse vertaling. De kennisname met Aristoteles’ methodiek luidde de overgang in naar de scholastiek, die zich o.a. kenmerkte door een verdere ontwikkeling van Aristoteles’ onderzoeksmethode en discussietechnieken.

“Troost in filosofie”, eerder vertaald als “De vertroosting van de filosofie”,  is een fascinerend en aangrijpend werk, waarin de gevangene/verteller in zijn cel, in de gedaante van een vrouw, bezoek krijgt van “Filosofie”, die met hem discussieert en met hem een haast therapeutisch gesprek voert over wat er in het leven echt toe doet en welke bewegingsruimte de mens eigenlijk heeft in een strak gereguleerd universum. De dialogen, die onderbroken worden door 39 serene, beschouwelijke gedichten of liederen, leiden echter tot een onbevredigd einde zonder berustende aanvaarding door de gevangene van zijn onheil.

Boëthius schreef zijn “De consolatione philosophiae” in een mengvorm van satire, een allegorisch verhaal, diepgaande, filosofisch-platonische en stoïcijnse dialogen en lyrische poëzie. In de loop van de dialogen worden in dit meesterwerk het streven naar wijsheid als harmonie tussen geloof en de rede en de liefde voor God, beschreven als de twee voornaamste bronnen voor menselijk geluk. Gespreksonderwerpen zijn de voorbijgaande aard van roem en rijkdom, deugdzaamheid en de wisselvalligheden van het lot, waarbij de gevangene en Filosofie reflecteren over de vraag hoe het kwaad kan bestaan in een wereld, die wordt geregeerd door God, en hoe geluk binnen bereik kan liggen tussen de vele wispelturigheden van de mens. Vragen over predestinatie en determinisme leiden door de (te) beperkte ervaringsmogelijkheden van de mens tot het besef en inzicht dat de ondoorgrondelijke, Goddelijke voorzienigheid, onverenigbaar is met de vrije wil van de mens.

“De consolatione philosophiae” werd vertaald door Piet Gerbrandy. De 5 boeken, die samen “De consolatione philosophiae” vormen, worden in deze uitgave, oorspronkelijk gepubliceerd in 2019, vooraf gegaan door een uitgebreide, uitermate deskundige inleiding.  Daarin bespreekt Piet Gerbrandy met zijn fenomenale eruditie eerst het leven en de tijd van Boëthius, gevolgd door een schitterende synopsis van de inhoud van de 5 boeken. Vervolgens gaat hij in op de filosofische achtergronden en de theologische en kerkpolitieke discussies aan  het begin van de 6de eeuw tussen Rome en Byzantium, aangaande de menselijkheid en/of goddelijkheid van de persoon van Christus en de rol die de aristotelische logica daarbij speelde vanuit het standpunt van Boëthius. Hij rondt af met de analyse van de literaire vorm van het werk, met de bespreking van de receptie van het werk en met de door hem samengestelde, indrukwekkende bibliografie.

Als appendix bevat deze uitgave daarenboven een bijzonder interessante brief van Theoderik aan Boëthius, waarin de koning aan Boëthius vraagt om een ingenieus uurwerk te willen ontwerpen, een combinatie van een zonnewijzer en een waterklok, bedoeld als geschenk voor Gundobad, de magister militum (opperbevelhebber) van het Romeins leger, koning van de Bourgondiërs en bondgenoot van de Ostrogoten in hun strijd tegen de Franken.Na 500 kregen de Bourgondiërs nl. te maken met de machtsexpansie van de Frankische Merovingische koningen, door wie ze uiteindelijk verslagen werden en ze ingelijfd werden bij het Frankische rijk. De Bourgondiërs gingen op in de omringende Gallo-Romeinse bevolking maar hun gebied werd de kern van het beroemd hertogdom, dat vanaf Filips II de Stoute (Philippe II le Hardi) (1342-1404) (foto), uitgroeide tot het legendarisch Bourgondische Rijk.

Het uurwerk waarvan sprake zou wellicht gebaseerd geweest zijn op de waterklok (clepsydra) van de Hellenistische wetenschapper, technicus, uitvinder en wiskundige, Ktesibios van Alexandrië, die leefde in de derde eeuw voor Christus. De brief is een meerwaarde, niet enkel omwille van de inhoud, maar ook omdat deskundigen aannemen dat de brief omstreeks het jaar 507, door Cassiodorus geschreven zou kunnen zijn. Flavius Magnus Aurelius Cassiodorus (ca. 480/485-na 580), (foto) was minister en secretaris van staat onder koning Theoderik en was als “magister officiorum”, de opvolger van Boëthius. Het praktisch namenregister vervolledigt deze magistrale uitgave, die in 2020, terecht de prestigieuze Homerusprijs kreeg van het Nederlands Klassiek Verbond. Niet te missen!

Piet Gerbrandy (1958) studeerde klassieke talen en vergelijkende Indo-Europese taalwetenschap in Leiden en doceert Klassiek en Middeleeuws Latijn aan de Universiteit van Amsterdam. Hij maakt vertalingen uit het Grieks en Latijn en schrijft essays, gedichten en poëzierecensies.  In 1993 begon hij met het schrijven van essays voor het weekblad De Groene Amsterdammer en in 1996, werd hij poëzie recensent bij de Volkskrant.

Boëthius Troost in filosofie Vertaald en ingeleid door Piet Gerbrandy 185  bladz. uitg. Damon ISBN 9789463401661