


Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975) is vandaag bekend om zijn symfonieën en strijkkwartetten. Zijn vocale symfonische muziek daarentegen is grotendeels onbekend. Hier werden 12 composities samengebracht, van de Zes romances op tekst van Japanse dichters op. 21 uit 1928, tot de Suite op verzen van Michelangelo Buonarroti voor bas en orkest, op. 145a uit 1974, alle in gezaghebbende interpretaties onder leiding van Michail Jurowski.

Sjostakovitsj las veel poëzie, zij het grotendeels in Russische vertaling. Hij componeerde dan ook talloze werken met zang, waaronder liedcycli. Zijn oeuvre bevat ook kleinere reeksen liederen voor zang en piano, zoals de Zes Romances op Verzen van Poesjkin en de Twee Romances op Verzen van Lermontov. Sjostakovitsj’ vocale muziek omvat een breed scala aan formaten, van intieme liedcycli tot grootschalige koor- en symfonische werken, vaak met diepgaande en expressieve teksten. Zijn vocale muziek is heel divers, variërend van aangrijpend en persoonlijk tot publiek en politiek. Hij gebruikte vaak teksten van Russische dichters, maar verkende ook thema’s uit de Japanse, Engelse en Griekse literatuur. Zijn vocale werken tonen een diepgaande en expressieve harmonische taal, vaak met krachtige Russische kooridiomen en een rijk gevoel voor drama.
Sjostakovitsj’ vocale werken werden gecomponeerd in een turbulente en aangrijpende tijd. Het decreet van het Communistische Partijcomité in 1948 dwong hem bv. om muziek te componeren die toegankelijk was voor de brede massa van de werkende bevolking. Het resultaat was een reeks liedcycli in een eenvoudige en directe muzikale taal. Deze taal stond ver af van zijn complexe en moderne kamermuziek en symfonische muziek, maar onthulde tegelijkertijd een weinig bekende kant van zijn compositorisch meesterschap. Naast inheemse volksthema’s, wendde Sjostakovitsj zich ook tot andere culturen die destijds populair waren in de Sovjet Unie, die van Spanje en Griekenland. Griekse Liederen lieten bv. de sympathie van de componist horen voor de helden van het Grieks verzet.


De cantate “De Zon Schijnt over Ons Moederland” en “Het Lied van de Bossen”, beide op een tekst van Yevgeny Dolmatovsky (1915-1994) (foto), zijn uitgesproken patriottische, sociaal realistische werken. De cantate verklankt op een indrukwekkende, kolossale manier, de glorie van de Sovjetlandbouw en de ontginning van de grond na de oorlog. Tussen deze twee opvallende werken bevindt zich de verbazingwekkende, originele en gedurfde muziek van de Suite uit “De Neus”, Sjostakovitsj’ eerste opera, gecomponeerd toen hij 24 was, gebaseerd op het verhaal van Nikolaj Gogol over de neus van een regeringsfunctionaris, die een eigen leven gaat leiden.

![]()
“De Executie van Stepan Razin” is een meesterwerk voor bas, koor en orkest, op verzen van Jevgeni Jevtoesjenko (1932-2017) (foto). Sjostakovitsj en de dichter waren vrienden en de componist was een fervent bewonderaar van zijn poëzie. De cantate vertelt met lugubere instrumentale- en kooreffecten, het huiveringwekkend verhaal van de Kozakkenheld Stepan (Stenka) Razin, die in de jaren 1670 werd geëxecuteerd nadat hij een opstand tegen de tsaar had geleid. Nog tijdens de executie bleef zijn afgehakt hoofd de doodsbange tsaar bespuwen en bespotten.
De grote crisis in Sjostakovitsj’ leven, zowel creatief als persoonlijk, werd veroorzaakt door Stalins aanwezigheid in 1936 bij een uitvoering van zijn opera, “Lady Macbeth van Mtsensk”. De kritiek die hij kreeg, deed hem zijn muziek radicaal herzien. De vijf ‘Intermezzo’s’, die tussen verschillende scènes door weerklinken, belichamen de onverschrokken originaliteit van de partituur. Vier van de Intermezzi zijn korte, scherpe karakterstukken met centraal, een immense, tragisch emotionele passacaglia. De “Twee Fabels naar Ivan Krylov” zijn na de koortsachtige Lady Macbeth-intermezzi, een verademing.
Ivan Andrejevitsj Krylov (1769-1844) (foto) was een beroemde, Russische fabelschrijver. Tussen 1809 en 1843, schreef Krylov in de lijn van Aesopus en Jean de La Fontaine, in totaal meer dan 200 fabels over menselijke zwakheden, sociale misstanden in de Russische maatschappij en actuele situaties.
In de Michelangelo Suite wisselen intieme momenten, waarin de stem bijna a capella zingt, af met krachtig dramatische passages met het orkest. Met zijn 10 liederen wilde Sjostakovitsj met een bijna overweldigende, pijnlijke intensiteit, hulde brengen aan een van de meest opmerkelijke kunstenaars uit de Europese geschiedenis, schilder, beeldhouwer en auteur van prachtige, intieme gedichten.
“From Jewish Folk Poetry”, op. 79, een liedcyclus voor sopraan, mezzosopraan, tenor en piano op teksten uit de verzameling Joodse volksliederen, werd gecomponeerd in de herfst van 1948. De situatie van de componist en het antisemitisme van die tijd maakten een openbare première echter onmogelijk tot 15 januari 1955, toen het werd uitgevoerd door Sjostakovitsj zelf met Nina L’vovna Dorliak, Zara Dolukhanova en Alec Maslennikov. Vóór de première ontving het werk weliswaar een aantal privé-uitvoeringen. De cyclus, bestaande uit 11 liederen, is een van de vele werken van Sjostakovitsj waarin hij elementen van Joodse muziek verwerkte. 

Zes gedichten van Marina Tsvetajava (1892-1941) (foto), eveneens een zeer late compositie, is gebaseerd op gedichten van de grote Russische symbolistische dichteres van het begin van de 20e eeuw. Sjostakovitsj componeerde ze in 1973 voor alt en piano, waarna hij ze orkestreerde. De gedichten zijn bezwerend en het slotlied is een ontroerend eerbetoon aan Tsvetajeva’s collega-dichteres Anna Achmatova (1889-1966) (foto). De luchtigheid en vrolijkheid van de 6 Romances op. 62/140, gecomponeerd op verzen van Sir Walter Raleigh, Robert Burns en William Shakespeare, zijn na de kwelling van de andere cycli, een welkome verademing. De vocale solisten zijn Nina Fomina, sopraan, Tamara Sinyavskaya, alt, Vladimir Kasatschuk en Arkady Mishchenkin, tenor en Anatoly Kotcherga, Anatoly Babykin en Stanislav Sulejmanov,bas. Het Rundfunk-Kinderchor Berlin, het Kölner Rundfunkchor (WDR Rundfunkchor) en het Kölner Rundfunk-Sinfonie-Orchester (WDR Sinfonieorchester) staan o.l.v. Michail Jurowski.
Inhoud:
The Sun shines over our Motherland, Op. 90 (Cantata for children’s choir, mixed choir and orchestra (1952)
Suite from the opera “The Nose”, Op. 15a (1930)
The Song of the Forests, Op. 81 (Oratorio for tenor, bass, children’s choir, mixed choir and orchestra (1949))
CD2:
The Execution of Stepan Razin, Op. 119 (Poem for bass, choir and orchestra (1964))
Intermezzos from the opera “Katharina Ismailova” (Original Version 1934)
Two Fables after Krylov, Op. 4 (for mezzosoprano, women’s voices and orchestra) (1922)
CD3:
Suite on Verses by Michelangelo Buonarroti, Op. 145a (for bass and orchestra) (1974)
Six Romances on words by Japanese poets, Op. 21 (for tenor and orchestra) (1928-1932)
Three Romances on poems by Alexander Pushkin, Op. 46a (for bass and small orchestra)(1936-1937)
CD4:
From Jewish Folk Poetry, Op. 79 (Song cycle for soprano, alto, tenor and orchestra) (1948)
Six Poems by Marina Tsvetayeva, Op. 143a (for alto and small orchestra) (1973)
Six Romances, Op. 62/140 (on verses by Walter Raleigh, Robert Burns and William Shakespeare for bass and small orchestra) (1942/1971)


Dmitri Shostakovich Orchestral Songs Vocal Symphonic Music WDR Rundfunkchor WDR Sinfonieorchester Michael Jurowski 4 cd Capriccio C7465
https://www.stretto.be/2025/08/25/dmitri-shostakovich-chamber-music-op-het-label-capriccio/