Henry David Thoreau, “Walden” en “De plicht tot burgerlijke ongehoorzaamheid”, een uitgave van De Bezige Bij.

De schrijver, transcendentalist en filosoof Henry David Thoreau (1817-1862), woonde vanaf de zomer van 1845, twee jaar lang in een zelfgebouwd huisje aan de noordelijke oever van Walden Pond, een grote vijver (het Waldenmeer) in Concord (Massachusetts) in de Verenigde Staten. Zijn ervaringen beschreef hij in een magnifiek boek, “Walden, or Life in the Woods”.

Charles Ives’ ‘Concord Sonata’ (‘Concord, Mass., 1840-1860’) een compositie met radicale, harmonische en ritmische experimenten in harmonie en ritme. Pas in 1939 beleefde het zijn eerste openbare uitvoering. In de loop van de vier bewegingen, beeldde Charles Ives (1874-1954) (foto), in zijn “Concord sonata”, enkele van de beroemde inwoners van het stadje Concord in Massachusetts af, een centrum van het transcendentalisme, een filosofische en literaire beweging uit de jaren 1830 en 1840, in de New England-regio van de Verenigde Staten, die erop aandrongen dat elke persoon op zoek ging naar wat Ralph Waldo Emerson “een oorspronkelijke relatie met het universum” noemde, vanuit het geloof in de inherente goedheid van zowel de mens als de natuur. In zijn muziek zinspeelde Ives op de hoofdfiguren van de beweging, Ralph Waldo Emerson, Nathaniel Hawthorne, Bronson en Louisa May Alcott, en Henry David Thoreau (foto).

Frederik van Eeden stichtte in 1898, op het landgoed Cruysbergen nabij de wijk Het Spiegel in Bussum, een commune die hij “Walden” noemde, Heiner Goebbels (1952) componeerde in 1998, “Walden” voor symfonieorkest en acteur, gebaseerd op het boek en de Deense componist Hans Abrahamsen (1952) componeerde in 1978, een blaaskwintet met als titel “Walden”. John Cage inspireerde zich op Thoreau’s ritmische poëzie en componeerde in 1973-1974, “Empty words” en “40 drawings by Thoreau” (1978), en de Amerikaanse gedragspsycholoog Skinner (1904-1990) publiceerde in 1948, de utopische roman “Walden Two”, waarin een groot sociaal experiment plaatsvindt in een omgeving zoals Thoreau’s Walden. De omstreden Litouws-Amerikaanse filmmaker, dichter en kunstenaar, Jonas Mekas (1922-2019), “the godfather of American avant-garde cinema”, maakte in 1969, een drie uur durend videodagboek met de titel “Walden, diaries, notes, and sketches”. Om u maar een idee te geven van het belang en de bekendheid van het boek.

Concord speelde een opmerkelijke rol in de geschiedenis van de literatuur van de Verenigde Staten. Naast de filosoof Ralph Waldo Emerson (foto) woonden in Concord, nl. ook de schrijvers Louisa May Alcott, Margaret Sidney en Nathaniel Hawthorne. In oktober 1834, verhuisde de filosoof, Ralph Waldo Emerson (1803-1882) van Newton naar Concord en woonde met zijn bejaarde stiefgrootvader Ezra Ripley in de “Old Manse”, de historische pastorie (foto). Hij deelde het huis met zijn moeder Ruth, zijn broer Charles en zijn tante Mary Moody Emerson (1774-1863), die hem sterk beïnvloedde. Daar schreef Emerson het gedicht, “Nature”, dat fundamenteel werd voor de invloedrijke, filosofische en literaire, “transcendentalistische beweging”.

Na Emerson werd de pastorie trouwens bewoond door de Amerikaanse schrijver Nathaniel Hawthorne (1804-1864)  en zijn vrouw, de schilderes en illustrator, Sophia Peabody (1809-1871) (foto). Voor dit net getrouwd koppel, legde Henry David Thoreau in Manse een moestuin aan als huwelijkscadeau. Nathaniel Hawthorne, de auteur van “The Scarlet Letter, A Romance” uit 1850, schreef er trouwens in 1846, zijn bundel kortverhalen, “Mosses from an Old Manse” (“Mossen uit een oude pastorie”). Na de Hawthornes woonde de Amerikaanse onderwijzeres en wetenschapper, Sarah Bradford Ripley (1793-1867) (foto) in het huis. Ripley was en bleef bekend als “een van de meest geleerde vrouwen van de 19de eeuw”.

Eind 1844, kocht Emerson land rond Walden Pond, uitgebreid besproken in het hoofdstuk “De Vijvers” in “Walden”, het meertje in Concord, Massachusetts, waar zijn vriend, Henry David Thoreau gebruik mocht van maken. Thoreau wilde nl. een plek om rustig te kunnen schrijven, maar ontving er toch heel wat vrienden, onder wie de unitarische geestelijke, schrijver en filosoof, William Ellery Channing (1810-1884) (foto), de schrijver van “My Symphony”, die in het najaar 1845, bij hem verbleef en die Thoreau de bijnaam, “The Poet-Naturalist” gaf, en speelde hij gastheer voor volgelingen die hem kwamen bezoeken. Volgens sommigen ging Thoreau op retraite bij Walden Pond, omdat hij na een bosbrand, een tijdje weg wilde uit zijn geboortestad Concord. Een andere drijfveer was dat hij een verblijfplaats wilde op een plaats die er nog bij lag zoals drie eeuwen geleden, van vóór de komst van de mens op Amerikaanse bodem.

De hoofdreden was wellicht dat Thoreau er “geïnspireerd” raakte door de voormalige slavin, Zilpah White, die in een eenkamerwoning op het gemeenschappelijke land aan Walden Road woonde en haar brood verdiende met het spinnen van vlas tot linnen. Thoreau trouwde nooit en bleef kinderloos. In 1840, toen hij 23 was, vroeg hij de achttienjarige Ellen Sewall ten huwelijk , maar zij wees hem af, op advies van haar vader. Sophia Foord vroeg hem ten huwelijk, maar hij wees haar af.

Walden Pond lag in een verwaarloosd gebied net buiten de stad, waar vroeger wreed behandelde, Afro-Amerikaanse slaven in de mijnbouw moesten werken en aardewerk en houtskool moesten maken. Daarenboven kende Thoreau, Walden Pond al van jongs af aan en vond hij het een mysterieuze plek. Ze was voor zijn doel voldoende afgeschermd van de buitenwereld (“Walled-in” noemde hij het zelf) en bood hem het gevoel van de wilde natuur.

Het boek bestaat uit 17 hoofdstukken en een besluit. In ”Economie” (“Besparing”), het eerste en langste hoofdstuk, schetst Thoreau eerst zijn project, een verblijf van twee jaar, twee maanden en twee dagen in een gezellig, ‘strak gebouwd en gepleisterd’, Engels huisje van 3 bij 4,5 meter in de bossen bij Walden Pond. In “Waar ik woonde en waarvoor ik leefde” haalt Thoreau herinneringen op aan de plekken waar hij verbleef voor hij Walden Pond koos en verwoordt hij zijn gedachten over de bouw en het wonen in zijn nieuw huis in Walden. In “Lezen” bespreekt Thoreau de voordelen van klassieke literatuur, bij voorkeur in het oorspronkelijk Grieks of Latijn en betreurt hij het gebrek aan verfijning in Concord, wat blijkt uit de populariteit van wat hij onontwikkelde literatuur noemt. Hij schrijft dat hij ook graag boeken van wereldreizigers leest en dat hij verlangt naar een tijd waarin elk dorp in New England ‘wijze mannen’ zal steunen om de bevolking op te leiden en daarmee te veredelen.

Hoewel de waarheid in de literatuur te vinden is, beschrijft hij in “Geluiden” dat die ook in de observatie van de natuur gevonden kan worden. Naast zelfontwikkeling kan het ontwikkelen van de eigen waarneming ook verveling verlichten. In plaats van buiten te kijken voor amusement, naar de maatschappij en het theater, kunnen zogenaamd saaie tijdverdrijven zoals huishoudelijk werk, een bron van amusement zijn. Evenzo vindt hij plezier in de geluiden die zijn hut vullen, luidende kerkklokken, rammelende en rommelende rijtuigen, loeiende koeien, zingende whip-poor-wills (een soort zwaluwen), roepende uilen, kwakende kikkers en kraaiende hanen.

In ”Eenzaamheid” legt Thoreau uit hoe eenzaamheid zelfs onder vrienden kan voorkomen als iemands hart er niet voor openstaat en mediteert hij over de geneugten van het ontsnappen aan de maatschappij en de onbeduidende dingen die de maatschappij met zich meebrengt (roddels, ruzies, enz.). Hij reflecteert ook op zijn nieuwe metgezel, een oude kolonist die in de buurt arriveert en een oude vrouw met een uitstekend geheugen (“geheugen gaat verder terug dan de mythologie”). Thoreau reflecteert herhaaldelijk op de voordelen van de natuur en zijn diepe verbondenheid ermee en stelt dat het enige “medicijn dat hij nodig heeft een teug ochtendlucht is”.

In “Bezoekers” vertelt Thoreau dan weer hoe hij geniet van gezelschap (ondanks zijn liefde voor eenzaamheid) en altijd drie stoelen klaarzet voor bezoekers. Het hele hoofdstuk concentreert zich op het komen en gaan van bezoekers, en hoe hij meer bezoekers in Walden heeft dan in de stad. Hij ontvangt bezoek van mensen die in de buurt wonen of werken en besteedt speciale aandacht aan een in Frans-Canada geboren boswachter genaamd Alec Thérien, die niet kan lezen of schrijven. Ten slotte reflecteert hij op de vrouwen en kinderen die meer van de vijver lijken te genieten dan mannen, en hoe mannen beperkt zijn omdat hun leven in beslag wordt genomen.

In ”Het bonenveld” gaat het over Thoreau’s planten en de geneugten van zijn omgeving, de natuur, maar ook de militaire geluiden in de buurt, zijn inkomsten en zijn teelt. In “Het Dorp” lezen we Thoreau’s reflecties op de reizen die hij meerdere keren per week naar Concord maakt, waar hij de laatste roddels verzamelt en stadsbewoners ontmoet. Tijdens een van zijn reizen naar Concord werd hij trouwens gearresteerd en gevangengezet omdat hij weigerde belasting te betalen aan de “staat die mannen, vrouwen en kinderen koopt en verkoopt, als vee voor de deur van het senaatsgebouw”.

In “De meren” bespreekt Thoreau het landschap in de herfst en noteerde hij zijn observaties over de geografie van Walden Pond en de aangrenzende vijvers of meren, Flint’s Pond (of Sandy Pond), White Pond en Goose Pond. Hoewel Flint’s Pond de grootste is, zijn Thoreau’s favorieten Walden Pond en White Pond, die hij mooier vindt dan diamanten. In ”Baker Farm” wordt Thoreau tijdens een middagwandeling door het bos, overvallen door een regenbui en zoekt hij beschutting in de vuile, sombere hut van John Field, een arme maar hardwerkende Ierse boerenknecht met vrouw en kinderen. Thoreau spoort Field aan om een eenvoudig maar onafhankelijk en bevredigend leven in het bos te leiden en zich zo te bevrijden van werkgevers en schuldeisers. De Ier wil echter zijn aspiraties voor luxe en de zoektocht naar de Amerikaanse droom niet opgeven. In ”Hogere wetten” bespreekt Thoreau of het jagen op wilde dieren en het eten van vlees noodzakelijk is. Hij concludeert dat de primitieve, vleselijke sensualiteit van mensen hen ertoe aanzet dieren te doden en te eten, en dat iemand die deze neiging overstijgt superieur is aan degenen die dat niet kunnen.

Het hoofdstuk “Redeloze Buren” is een vereenvoudigde versie van een van Thoreau’s gesprekken met William Ellery Channing (foto) die Thoreau soms vergezelde op vistochten wanneer Channing uit Concord was teruggekeerd. Het gesprek gaat over een kluizenaar (Thoreau) en een dichter (Channing) en hoe de dichter verzonken is in de wolken terwijl de kluizenaar bezig is met de meer praktische taak van het vangen van vis voor het avondeten, en hoe de dichter uiteindelijk spijt krijgt van zijn mislukte vangst. Het hoofdstuk vermeldt ook Thoreaus interactie met een muis waarmee hij samenwoont, een scène waarin een mier vecht met een kleinere mier, en zijn frequente ontmoetingen met katten.

In “Verwarming en inwijding van het huis” (“Housewarming”) vertelt Thoreau dat hij nadat hij in het bos novemberbessen heeft geplukt, hij een schoorsteen bouwt, dat hij dan de muren van zijn huis pleistert om de kou van de naderende winter buiten te houden en dat hij dan uit liefde voor hout en vuur, een flinke voorraad brandhout aanlegt. “Voormalige bewoners en wintergasten” bevat verhalen van mensen die vroeger in de buurt van Walden Pond hebben gewoond en de bespreking van een aantal van zijn gasten die hij in de winter ontvangt, een boer, een houthakker en zijn beste vriend, de dichter Ellery Channing.

In “Winterdieren” vermaakt Thoreau zich met het observeren van wilde dieren in de winter, vertelt over zijn observaties van uilen, hazen, rode eekhoorns, muizen en diverse vogels terwijl ze jagen, zingen en de restjes en maïs eten, en beschrijft hij een vossenjacht die voorbij trekt. In “Het meer in de winter” vertelt hij hoe destijds 100 arbeiders, grote blokken ijs uit de vijver kwamen hakken om naar de beide Carolina’s te worden verscheept. Als ten slotte de lente aanbreekt, smelten Walden en de andere vijvers met krachtig gedonder en gerommel. Thoreau geniet van het dooien en raakt in extase als hij getuige is van de groene wedergeboorte van de natuur. Hij ziet de ganzen naar het noorden vliegen en een havik die alleen in de lucht speelt. Zoals de natuur herboren wordt, zo suggereert de verteller, zo ook hij.Best Prison Bars Stock Photos, Pictures & Royalty-Free Images - iStock

Best Prison Bars Stock Photos, Pictures & Royalty-Free Images - iStock

Pas in 1849, schreef Thoreau in “Resistance to Civil Government”, dat na Thoreau’s overlijden de titel “Civil Desobedience” kreeg (hier vertaald als “De plicht tot Burgerlijke ongehoorzaamheid”), over zijn politieke en ideologische standpunten. Hij schreef  zijn uitvoerige tekst na een nacht in de cel (cfr. “Het Dorp” in “Walden), nadat hij geweigerd had om belasting te betalen. In het boek verdedigde hij passief verzet als middel van protest. Volgens Thoreau was het zijn plicht als individu om op elk moment te doen wat hij het juiste vond (“The only obligation which I have a right to assume is to do at any time what I think right…”). Hij kondigde zijn weigering aan om de Amerikaanse regering te steunen, die tegen alle mensenrechten en tegen elke moraal in, slavernij tolereerde en een veroveringsoorlog voerde in Mexico. Het essay had dan ook grote invloed op bv. Tolstoj, Mahatma Gandhi en Martin Luther King, en de tekst inspireerde zelfs in de Tweede Wereldoorlog, het verzet van de Denen tegen de nazi bezetting.

“Walden, or Life in the Woods” (1854) en “Civil Disobedience” (1849) werden vertaald en van een nawoord voorzien door Anton Haakman. Deze uitgave bevat bovendien een uitzonderlijk interessant voorwoord van de Italiaanse schrijver en filmmaker, Paolo Cognetti (1978). Geboren in Milaan, studeerde Cognetti aanvankelijk wiskunde aan de universiteit, maar stopte dit om zich in te schrijven aan de filmschool Civica Scuola di Cinema “Luchino Visconti” in Milaan, waar hij in 1999 afstudeerde.

In 2016, publiceerde hij zijn eerste roman, “Le otto montagne” (“De acht bergen”), die zich afspeelt in de Italiaanse Alpen en die hem de Strega-prijs opleverde, de meest prestigieuze, literaire prijs van Italië. De roman, vergelijkbaar met “La Gloire de mon père” uit 1957, van Marcel Pagnol, werd trouwens in 2022, door de Belgisch/Vlaamse regisseur Felix van Groeningen (1977) en de Vlaamse actrice, Charlotte Vandermeersch (1983) verfilmd en kreeg de juryprijs van het filmfestival van Cannes.

De Nederlandse schrijver, cineast, filmcriticus en vertaler van voornamelijk Italiaanse literatuur, Anton Haakman (1933-2020), bekend van zijn roman, “De onderaardse wereld van Athanasius Kircher” uit 1991, was van 1981 tot en met 1992, redacteur van het literair tijdschrift “De Revisor”.

Henry David Thoreau Walden en de plicht tot burgerlijke ongehoorzaamheid 420 bladz. uitg. De Bezige Bij ISBN 9789403159003

https://www.stretto.be/2025/08/19/aldo-leopold-denken-als-een-berg-het-jaar-rond-op-de-zandgronden-een-meesterwerk-uitgegeven-door-noordboek/