


Het Koninklijk Concertgebouw in Amsterdam werd op 11 april 1888, plechtig geopend met muziek van Wagner, Händel, Bach en Beethoven, uitgevoerd door een 120 musici tellend orkest en een 500 leden tellend koor. Sindsdien kennen we deze tempel van de klassieke muziek als de thuisbasis van het Concertgebouworkest. Er is tijdens de roemrijke maar ook schandelijke geschiedenis van dit iconisch gebouw veel gebeurd. De grote zaal was bv. ooit ook een wielerbaan, balzaal, examenzaal, boksring en een minivoetbalveld en ook politieke bijeenkomsten vonden er plaats. In 1904, hield de Tweede Internationale er haar zesde congres en een paar decennia later koesterde de NSB het gebouw als ‘het Bruine Huis in de Van Baerlestraat’… Albert van der Schoot vertelt er u alles over. En hoe!



De Nederlandse architect, Adolf Leonard van Gendt (1835-1901) (foto), baseerde zich voor zijn ontwerp (foto) van het gebouw op de bouwtekening (foto) van de Duitse architecten, Martin Gropius (1824–1880) (een leerling van Karl Friedrich Schinkel) en Heino Schmieden (1835-1913), van het in 1884, geopend tweede Gewandhaus (“Neues Gewandhaus”) (foto) in Leipzig. De ovale muziekzaal in het honderd jaar eerder gebouwd, cultureel centrum (sociëteit) “Felix Meritis” (foto), aan de Keizersgracht in Amsterdam, diende dan weer als voorbeeld voor de Kleine Zaal in het Concertgebouw.

Overigens, ook het legendarisch architectenbureau, Charles Follen McKim, William Rutherford Mead en Stanford White uit New York, ontwierpen de “Symphony Hall” (foto) in Boston (1900) naar het voorbeeld van het tweede Gewandhaus. Zij deden daarbij weliswaar beroep op Wallace Clement Sabine (1868-1919) (foto), professor fysica aan Harvard en de grondlegger van de moderne architectonische akoestiek. Sabine oriënteerde zich nl. voor de bouw van de zaal in Boston op de afmetingen van het Gewandhaus in Leipzig. De wet voor de nagalmtijd, “de wet van Sabine”, en de “sabin”, de eenheid voor geluidsabsorptie, werden trouwens naar hem genoemd. De concertzaal in Boston geldt dan ook door zijn ongeëvenaarde akoestiek, samen met deze van de Große (Goldene) Musikvereinssaal in Wenen en de Grote Zaal van het Concertgebouw in Amsterdam, als één van de beste concertzalen ter wereld.



In de door vijf prachtige kroonluchters (foto) verlichte Grote Zaal van het Concertgebouw in Amsterdam, versierd met portretten, stadsgezichten en sculpturen en 28 olijfgroene schilden, met daarop in bladgoud de namen van componisten, bevindt zich daarenboven een groot concertorgel (foto’s) uit 1891, van de orgelbouwer Michaël Maarschalkerweerd (1838-1915) met een orgelkas, ontworpen door de architect Van Gendt zelf. 


Het orgel (foto) van het (oud) Neues Gewandhaus in Leipzig was gebouwd door de firma Walcker & Cie (“Walcker Hof-Orgelbaumeister”). In het huidig (derde) Gewandhaus bevindt zich een orgel, gebouwd door de firma VEB (“Volkseigene Betrieb” Potsdamer Schuke Orgelbau) (foto). Het orgel van de Symphony Hall (foto), een Aeolian-Skinner, werd in 1949, ontworpen door George Donald Harrison, en werd persoonlijk gesigneerd door…Albert Schweitzer!
De beeldhouwwerken werden uitgevoerd door de Amsterdamse beeldhouwer, Johannes Franse (1851-1895). Hij verzorgde het gehele frontispice, inclusief drie bustes van Beethoven, Sweelinck en Bach, en het bas-reliëf van de fronton (foto), een 16 meter brede allegorie op de muziek rond de muze der toonkunst, met in haar hand een lier, die wordt gehuldigd door figuren die symbool staan voor haar geschiedenis aan haar linkerkant en de instrumentale en klassikale toonkunst aan de rechterkant. 

In de kelder (foto) van het Concertgebouw is een repetitieruimte voor het koor, die tegenwoordig ook gebruikt wordt voor kleinschalige pop- en jazzconcerten, muziekeducatieprojecten, congressen en feesten. Het exterieur daarentegen is bij een renovatie ingrijpend veranderd door de aanbouw van een nieuwe zijvleugel aan de oostzijde (foto), uitgevoerd onder leiding van architect Paulus Bernard (Pi) de Bruijn (1942). En, weet dat zich achter het Concertgebouw, een magnifieke tuin bevond, die weliswaar in 1925, verkocht werd aan de gemeente Amsterdam.
Met grote betrokkenheid en kennis dook Albert van der Schoot in de roemrijke geschiedenis maar ook in de minder bekende facetten van het wereldberoemd Concertgebouw aan de Van Baerlestraat tegenover het Museumplein, het Concertgebouw met een reputatie op het gebied van legendarische concerten en festivals, van de uitvoeringen van de symfonieën van Gustav Mahler tot jazzlegendes als Chet Baker, Miles Davis, Pink Floyd en Aretha Franklin, en André Hazes. Zo komt u ook van alles te weten over de protestacties in de grote zaal, over de interesses van én de onderlinge fricties tussen de verschillende emancipatiebewegingen, en over de gedragingen tijdens de Tweede Wereldoorlog van de omstreden Willem Mengelberg. Weet dat het Concertgebouw al sinds de oprichting een privaat gefinancierde kunstinstelling is met een rijke traditie op het gebied van (concert) sponsoring en fondsenwerving. De zaal voorziet nl. voor ca. 96%, zelf in zijn inkomsten. Slechts zo’n 4% is afkomstig van subsidie. Uniek!


Op 24 november 1918 werd de Zevende symfonie (de “Zuiderzee-symfonie”) van Cornelis Dopper (1870-1939) (foto) in het Concertgebouw uitgevoerd o.l.v. van Dopper zelf. De vooruitstrevende componist en muziekcriticus Matthijs Vermeulen (foto) zat in de zaal en riep op een pijnlijk goed gekozen moment, net voor het applaus, “Leve Sousa!”. Op 1 december 1918, toen de commotie rond de conservatieve componist Cornelis Dopper en diens tegenstrever Matthijs Vermeulen in het Amsterdams Concertgebouw ondertussen hoog opgelopen was, behoorde Ruyneman met de kunstenaar en activist Erich Wichman, tot degenen die op hun beurt een concert verstoorden als steunbetuiging aan Vermeulen. Het protest was gericht tegen Dopper en het programmabeleid van Willem Mengelberg en het bestuur van het Concertgebouworkest. 


De dirigent van het bewuste concert was Evert Cornelis (1884-1931) (foto). Hij veroordeelde de actie niet en werd daarom ontslagen bij het Concertgebouworkest. De componist Daniel Ruyneman (1886-1963) (foto) was nl. een verwoed voorvechter van nieuwe muziek die Stravinsky en Bartók naar Nederland haalde, succesvolle, vernieuwende concertseries organiseerde, en alle aandacht had voor jonge, Nederlandse componisten.
![]()

Aan het eind van de jaren ’60, was er de “Notenkrakersbeweging” of “Aktie Notenkraker”, een actie van jonge, Nederlandse componisten die streefden naar vernieuwing en naar meer uitvoering van eigentijdse (klassieke) muziek. Zij noemden zich ludiek “Notenkrakers” en hun actie was naar het voorbeeld van een ludieke actie in de theaterwereld. De toneelwereld had nl. reeds meer en meer kritiek op de overheid. Ze verweet het subsidiesysteem dat het elitair theater in stand hield, dat maatschappelijk engagement miste. In 1969, tijdens de première van “De Storm” van Shakespeare door de Nederlandse Comedie onder regie van Han Bentz van den Berg, gooiden leden van de Amsterdamse Toneelschool tomaten naar de acteurs, waarbij de acteur Willem Nijholt een voltreffer kreeg. Dit vond navolging en vijf maanden lang waren de theaters in de ban van “Aktie Tomaat”. In de muziekwereld waren de drijvende krachten achter de soortgelijke “Aktie Notenkraker”, Jan van Vlijmen, Misha Mengelberg, Reinbert de Leeuw, Louis Andriessen en Peter Schat. De bekendste manifestatie van de groep was het kabaal maken in het Amsterdams Concertgebouw tijdens een concert o.l.v. Bernard Haitink. Zeker lezen!


De filosoof en musicoloog, Albert van der Schoot (1949) uit Groningen, studeerde muziekwetenschap en filosofie aan de Universiteit van Amsterdam en muziekpedagogiek aan de Ferenc Liszt Academie in Boedapest. Hij is associate lector ‘Theorie in de kunsten’ aan de hogeschool voor de kunsten ArtEZ met vestigingen in Arnhem, Enschede en Zwolle, en daarnaast doceert hij esthetica en cultuurfilosofie aan de Universiteit van Amsterdam en muziekfilosofie aan de Universiteit Antwerpen. Hij promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam op een onderzoek naar de ideeëngeschiedenis rondom de gulden snede (De ontstelling van Pythagoras, 1998). In 2005 verscheen, onder redactie van hem en Erik Heijerman, “Welke taal spreekt de muziek?” en met Rokus de Groot redigeerde hij “Redefining musical identities – Reorientations in the waning of Modernism” (2007). 



In 2008, verscheen bij uitgeverij d’jonge Hond in Hardewijk in de Provincie Gelderland, “Kunst als morele vrijplaats”, een verzameling essays van veertien auteurs over de vraag of in kunst moet wat elders niet mag, in 2019 gevolgd door “Kapitein Walther Boer en het galaconcert” (foto’s), zijn boek over het galaconcert op 5 januari 1937, ter gelegenheid van het huwelijk van prinses Juliana met prins Bernhard, waarbij de Nederlandse regering het Residentie Orkest de opdracht gaf het gehate “Horst Wessellied” te spelen, het partijlied van de nazi’s en waarbij de Duitse familieleden van Juliana en Bernhard de Hitlergroet brachten…



Albert van der Schoot Dissonanten in het Concertgebouw 559 bladz. geïllustreerd uitg. Noordboek ISBN 9789464712834