Gustav Mahler, Symphony No. 2, Live door de Wiener Philharmoniker o.l.v. Bruno Walter, op het label Fra Bernardo. Een historisch monument!

Deze opname uit 1948, Live opgenomen in de Großer Saal van de Musikverein in Wenen, legde niet alleen een sublieme uitvoering vast, maar was ook een moment van grote, historische en emotionele betekenis. De door terreur en oorlog verscheurde stad Wenen bood toen nl. stilaan het decor voor hoop en artistieke vernieuwing. Daarenboven maakten Bruno Walter en de uitstekende solisten, Maria Cebotari, sopraan, en Rosette Anday, alt, deze uitvoering tot een definitieve interpretatie van Mahlers visie.

Mahlers Tweede symfonie, gecomponeerd tussen 1888 en 1894, geldt als een van de meest ambitieuze en spiritueel diepzinnige werken in het symfonisch repertoire. De ‘Wederopstandingssymfonie’ volgt de verhaallijn die in zijn Eerste symfonie is ingezet en begint met een treurmars en ontvouwt zich in een transcendente visie op het leven na de dood. De vijf bewegingen van de symfonie schetsen een emotionele en filosofische reis, van wanhoop en vragen naar hoop en verlossing. Mahler putte daarvoor uit een breed scala aan invloeden, de natuur, volkstradities, religieuze teksten en poëzie, om een rijkgeschakeerd en diep humanistisch werk te creëren.

In zijn 9 symfonieën creëerde Gustav Mahler een heel eigen, sonore wereld voor zichzelf en voor zijn luisteraars. Meer dan welke andere componist wilde hij in zijn symfonisch oeuvre tot in de diepste diepten van de levenscirkel, de eeuwige cyclus van groei en verval, binnendringen. Na een reeds geniale, eerste (programma) symfonie, geïnspireerd door de 4-delige roman (Bildungs- und Gesellschaftsroman), ‘Titan’ (Albano) uit 1800-1803, van Jean Paul (Richter) (1763-1825), putte Mahler voor zijn 3 daarop volgende symfonieën uit zijn “Des Knaben Wunderhorn”.

Mahler voltooide wat het eerste deel van de symfonie zou worden in 1888, als een eendelig symfonisch gedicht genaamd “Totenfeier”. Enkele schetsen voor het tweede deel dateren ook uit dat jaar. Mahler twijfelde wel vijf jaar lang of hij “Totenfeier” al dan niet tot de openingsbeweging van een symfonie moest maken. In 1893 componeerde hij het tweede en derde deel, maar hoewel hij wist dat hij een vocaal laatste deel wilde, was de finale een probleem. Tijdens de begrafenis in 1984, in de St.-Michaelis-Kirche in Hamburg van Hans von Bülow (Mahler was sinds 1891 dirigent van de Opera in Hamburg), hoorde hij een bewerking van Friedrich Gottlieb Klopstocks gedicht “Die Auferstehung”. Door de woorden “Auferstehn, ja auferstehn wirst du”, voltooide hij de finale en herzag hij de orkestratie van het eerste deel, waarna hij het lied “Urlicht” als voorlaatste deel invoegde. Dit lied werd waarschijnlijk in 1892 of 1893 gecomponeerd. De première van de symfonie was in december 1895 in Berlijn o.l.v. Mahler zelf.

Mahlers Tweede symfonie is een werk van enorme omvang en ambitie. Het begint met een treurmars (Allegro maestoso), doordrenkt van wanhoop en existentiële vragen. De tweede beweging (“Andante moderato”) biedt een nostalgisch intermezzo, dat herinneringen oproept aan gelukkiger tijden en de derde beweging (“In ruhig fließender Bewegung”) is een scherzo, gebaseerd op Mahlers lied “Des Antonius von Padua Fischpredigt”, dat de zinloosheid van het menselijk streven parodieert. De vierde beweging (“Urlicht”), overgenomen uit zijn liederenverzameling “Des Knaben Wunderhorn”, introduceert voor het eerst de menselijke stem, die smeekt om goddelijk licht en verlossing. Het monumentaal laatste deel (“Im Tempo des Scherzos”) voor koor en orkest, culmineert in een triomfantelijk visioen van wederopstanding en eeuwig leven.

De laatste beweging bevat nl. Mahlers toonzetting voor koor van Friedrich Gottlieb Klopstocks gedicht, “Die Auferstehung” (“De Opstanding”), gecombineerd met zijn eigen tekst. Deze monumentale afsluiting viert de triomf van de geest over de sterfelijkheid en bevestigt een visie op eeuwige vernieuwing. Het koor van de Wiener Staatsoper, voorbereid door Norbert Balatsch, speelde daarom een cruciale rol in de finale van de symfonie. Hun zang van Friedrich Gottlieb Klopstocks “Aufersteh’n” (Ode van de Wederopstanding), met zijn boodschap van hoop en vernieuwing, is ronduit opwindend. Het vermogen van het koor om Mahlers veeleisende zanglijnen te navigeren en tegelijkertijd helderheid en emotionele intensiteit te behouden, getuigt van hun vakmanschap en toewijding.

Bruno Walter (1876-1962) was niet alleen een van de meest vooraanstaande dirigenten van zijn tijd, maar ook een naaste medewerker van Mahler. Hij assisteerde Mahler bij premières van diens werken en was sterk beïnvloed door de interpretatieve filosofie van de componist. Voor Walter was Mahlers muziek een uitdrukking van de totaliteit van de menselijke ervaring, het lijden, de schoonheid, de twijfel en de ultieme transcendentie ervan.

Walters relatie met Mahlers muziek (samen op de foto) kreeg in de jaren 40 een nieuwe betekenis. Na de nazivervolging te zijn ontvlucht vanwege zijn Joodse afkomst, werd Walter nl. een symbool van veerkracht en artistieke integriteit. Zijn terugkeer naar Wenen in 1948, een stad getekend door zowel haar rijke culturele erfgoed als haar recente medeplichtigheid aan de oorlogsgruwelen, was een daad van grote emotionele en artistieke betekenis. Het dirigeren van Mahlers ‘Wederopstandingssymfonie’ in deze context was een bewijs van de blijvende helende en verbindende kracht van kunst en meer bepaald van muziek. Bruno Walter maakte trouwens een bewerking van de symfonie voor piano vierhandig. Walters interpretatie in deze live-uitvoering werd gekenmerkt door emotionele directheid en spirituele diepgang. Zijn tempo van de sombere openingsmars tot de extatische slotzang, weerspiegelde een meesterlijke balans tussen structuur en expressie.

Daarenboven had de Wiener Philharmoniker een unieke band met Mahler. Als directeur van de Weense Hofopera van 1897 tot 1907 dirigeerde Mahler het orkest regelmatig en gaf hij vorm aan de klank en het repertoire. Tegen 1948 was het orkest reeds volop bezig zijn internationale reputatie te herbouwen en de samenwerking met Walter aan deze live-opname gold als een mijlpaal in de naoorlogse geschiedenis. Ook het Wiener Staatsopernchor leverde een essentiële bijdrage aan deze uitvoering en bracht de koorclimax van de finale met precisie en overweldigende emotionele kracht ten gehore. Mahlers complexe en dramatische koorschriftuur vereist nl. zowel helderheid als intensiteit, kwaliteiten die het Staatsopernchor onder Walters leiding met opmerkelijke samenhang wist te bereiken. De laatste beweging, “Im Tempo des Scherzos”, is een kosmisch drama, dat zich van chaos en strijd naar een triomfantelijke visie op wederopstanding beweegt. Het samenspel van orkest, solisten en koor bereikt zijn hoogtepunt in de climax van de uiteindelijke overwinning van het leven op de dood.

De vocale solisten speelden een cruciale rol in het overbrengen van de spirituele essentie van het werk. Maria Cebotari (1910-1949) (sopraan) (foto), een van de meest vooraanstaande sopranen van haar tijd, stond bekend om haar stralende stem en diepgaande interpretatieve vaardigheden. Haar uitvoering van de sopraansolo in het laatste deel, met haar zwevende lijnen en transcendente schoonheid, was zowel engelachtig als diep menselijk.

Rosette Anday (1899-1977), (eigenl. Piroska Anday), een gevierde joods-Hongaarse alt van de Weense Staatsopera, bracht warmte en ernst in het vierde deel, Urlicht (“Oerlicht”). Haar rijke, expressieve toon legt de gebedsvolle intimiteit van dit cruciaal moment vast en belichaamde Mahlers visie op troost en hoop. De altsolo, begeleid door tedere orkestratie, is een moment van stille introspectie. Andays uitvoering straalde diepe nederigheid en vertrouwen uit, en overbrugde de wanhoop van de eerdere bewegingen met de hoop van de finale. Samen versmelten hun stemmen naadloos met het orkest en koor, wat een gevoel van eenheid en transcendentie creëert dat zowel ontroerend als opbeurend is. De thema’s van de ‘Wederopstandingssymfonie’ worstelen met sterfelijkheid, de waarde van het leven bevestigen en zoeken naar spirituele verlossing. Deze opname is niet alleen een bewijs van het genie van Mahler en de briljante interpretatie van Walter, maar ook een herinnering aan de kracht van muziek om veerkracht, hoop en transcendentie te inspireren te midden van de grootste uitdagingen in het leven.

De uitvoering door de Wiener Philharmoniker, de Konzertvereinigung Wiener Staatsopernchor en de gerenommeerde solisten, was niet zomaar een muzikale gebeurtenis, het was een daad van culturele en spirituele artisticiteit, geschiedenis en menselijke veerkracht. De ‘Verrijzenis’-symfonie, met haar verkenning van leven, dood en transcendentie, resoneerde krachtig in een stad die zich herstelde van de littekens van de oorlog. Walters interpretatie, geïnspireerd door zijn persoonlijke band met Mahler en zijn eigen ervaringen met ballingschap en terugkeer, gaf deze uitvoering een buitengewone diepgang en menselijkheid. Deze opname is een tijdloos eerbetoon aan de kracht van muziek om te inspireren, troosten en opbeuren, zelfs in de donkerste tijden. Voor luisteraars die de volledige emotionele en filosofische reikwijdte van Mahlers “Wederopstanding” willen ervaren, is deze historische uitvoering een essentiële en onvergetelijke ervaring.

Gustav Mahler Symphony No. 2 in C Minor Resurrection Wiener Philharmoniker Bruno Walter cd Fra Bernardo FB2564847