Rolf Lislevand, “Libro primo”, composities voor aartsluit en chitarrone, op het label ECM New Series. Subliem!

Op zijn nieuwste opname voor ECM’s New Series speelt de Noorse luitvirtuoos, Rolf Lislevand, “Music for Archlute and Chitarrone”, opvallende solowerken van 17de-eeuwse, Italiaanse componisten, waarin hij het intiem, doch progressief, experimenteel karakter van deze werken verkent.

Op het programma staan 6 Toccata’s uit “Libro primo d’intavolatura di lauto” uit 1611, en “Folia” van Johann Hieronymus Kapsberger (1580-1651), “Tasteggiata” uit “Li cinque della chitarra alla Spagnola” uit 1640, van Giovanni Paolo Foscarini (periode 1600-1647), “Corrente con le sue spezzate” uit “Il liuto di Bernardo Giaconcelli detto il Bernardello” uit 1650, van Bernardo Gianoncelli (periode 1650), en 2 Recercada’s uit “Trattado de Glosas” uit 1553, van Diego Ortiz (1510-1558).

Johannes Hieronymus of Giovanni Girolami Kapsberger was voornamelijk werkzaam in Venetië en in Rome. Hij componeerde een twintigtal boeken met luit- chitarrone- en gitaartabulaturen, liederen, sinfonia’s, madrigalen en aria’s. Samen met de Bolognese componist, Alessandro Piccinini, was hij één van de belangrijkste componisten van muziek (Intavolatura’s) voor de chitarrone of theorbe.

Er is niets bekend over de precieze geboortedatum en geboorteplaats van Kapsberger. Zijn vader, kolonel Wilhelm (Guglielmo) von Kapsperger, een Oostenrijks, militaire functionaris, vestigde zich mogelijks in Venetië, de stad die daarom mogelijks de geboorteplaats van Kapsberger was. Na 1605 verhuisde Kapsberger naar Rome, waar hij al snel een reputatie als briljante virtuoos verwierf. Hij had contacten met verschillende machtige individuen en organisaties en zelf organiseerde hij “academies” in zijn huis, die tot de “wonderen van Rome” werden gerekend. Rond 1609 trouwde Kapsberger met Gerolima di Rossi, met wie hij minstens drie kinderen kreeg. Rond dezelfde tijd begon hij zijn muziek te publiceren. De komende tien jaar verscheen er meer dan een dozijn muziekcollecties. Deze omvatten de “Libro I d’intavolatura di lauto” (1611), Kapsbergers enige overgebleven muziekcollectie voor luit.

In 1624 trad Kapsperger in dienst van kardinaal Francesco Barberini (foto), waar hij samenwerkte met talrijke belangrijke componisten als Girolamo Frescobaldi en Stefano Landi en dichters, onder wie Francesco Bracciolini en Giulio Rospigliosi, de later paus Clemens IX. Francesco Barberini was door zijn oom Maffeo Barberini, de pas verkozen paus Urbanus VIII (foto), benoemd tot kardinaal, staatssecretaris bij de Heilige Stoel en pauselijk legaat voor Avignon. Vanwege zijn interesse in literatuur en kunst was hij een belangrijke mecenas. Als grootinquisiteur van de Romeinse Inquisitie maakte hij deel uit van het tribunaal dat Galileo berechtte. Hij was weliswaar één van de drie leden die Galileo niet wilden veroordelen. Kapsberger werkte tot 1646 in het huishouden van de kardinaal en zette ook gedichten van Maffeo Barberini (paus Urbanus VIII) op muziek, “Poematia et carmina composita à Maffaeo Barberino” (Rome 1624).

Lislevand neemt historisch geïnformeerde vrijheden in zijn interpretaties, improviseert veelvuldig, zoals in de barok gebruikelijk was, en speelt zijn eigen compositie, een uitdagende “Passacaglia al modo mio”. De moderniteit van de melodische en ritmische gevoeligheid van deze muziek is verrassend. “De nieuwe stijl markeerde een breuk met de traditionele renaissancepolyfonie”, schrijft Lislevand in de tekst van het bijbehorend boekje. “De zogenaamde Nuove Musiche”, zo vervolgt de luitist, “bracht ongewoon dissonante en gedurfde harmonische idiomen voort, evenals een nieuw ontdekt vermogen om de emotionele inhoud van tekst uit te drukken, vergezeld van voorheen ongehoorde ritmische complexiteit”. In 2006, kreeg de eerste (ECM New Series) cd van Lislevand, trouwens de titel, “Nuove Musiche” (foto).

De Italiaanse musici van die tijd streefden ernaar om met hun blaas- en snaarinstrumenten, de diepten van de menselijke ziel te doorgronden. Een muzikale zin correspondeerde volgens de ‘Stile moderno’ of ‘Seconda pratica’, met ‘affetti’ of emoties. Deze stijl was in vergelijking met de vroegere ‘Prima pratica’ of ‘stile antico’, onvoorspelbaar en is vandaag nog steeds fascinerend om uit te voeren en om te beluisteren.

De term ‘Seconda pratica’, wordt toegeschreven aan Claudio Monteverdi en de term ‘stile moderno’ wordt toegeschreven aan Giulio Caccini, die in zijn werk “Le nuove musiche” uit 1602, het begrip gebruikte en toepaste. De instrumenten wekten net zoveel opwinding en verwondering op als castraatzangers en dankzij de vaardigheid van virtuoze spelers en de sonates, canzona’s, sinfonia’s, diminuties en balletti, die ze componeerden, ging de instrumentale muziek de muziekscene stilaan domineren. De ‘stile moderno’ lag trouwens ook aan de basis van de basso continuo-praktijk, die naast monodie, de instrumentale kamermuziek van de barok typeerde.

De Noorse gitarist en luitist, Rolf Lislevand (1961), de vader van de bekende gambist Andre, studeerde gitaar aan de Noorse Staatakademie voor Muziek en studeerde verder bij Hopkinson Smith en Eugène Dombois aan de Schola Cantorum Basiliensis. Daarna speelde Lislevand in prestigieuze ensembles als Hespèrion XX, La Capella Reial de Catalunya en Le Concert des Nations en werd docent luit en historische uitvoeringspraktijk aan de Trossingen Musikhochschule. Zijn solo-opnames hebben ondertussen talloze prijzen gewonnen.

Op de cd “Libro primo” bespeelt Rolf Lislevand een aartsluit van Hendrik Hasenfuss (foto’s) uit Meissen, uit 2009 naar een Pietro Railich (1639-1678) en een 14-snarige chitarrone van Hendrik Hasenfuss uit 2004, naar Tieffenbrucker, een lid van een verschillende generaties omvattende familie van luthiers, oorspronkelijk afkomstig uit Beieren, maar die van het begin van de 16de eeuw tot ongeveer 1630, actief waren in Venetië en Padua.

Het bekendste lid van de familie was Gasparo Duiffopruggar (1514-ca.1570) (foto), wiens oorspronkelijk Duitse familienaam ook gespeld werd als Tieffenbrucker of Tiefenbrugger. De meeste instrumenten met zijn labels waren echter fictieve reproducties van zijn instrumenten. De zogenaamd door hem gebouwde violen kwamen eigenlijk uit de werkplaats van de Parijse vioolbouwer, Jean-Baptiste Vuillaume, die voor Vuillaume gemaakt werden door Honoré Derazey (1794-1883) en aan het publiek verkocht werden als oude(re) instrumenten. Van Tieffenbrucker of Duifopruggar wordt er momenteel aangenomen dat hij nooit violen heeft gebouwd. Hij maakte nl. bijna uitsluitend luiten maar verkocht ook instrumenten van andere bouwers.

Tracklist:

Johann Hieronymus Kapsberger: Toccata terza

Giovanni Paolo Foscarini: Tasteggiata

Kapsberger: Toccata sesta

Bernardo Gianoncelli: Corrente con le sue spezzate

Kapsberger: Toccata quinta

Rolf Lislevand: Passacaglia al modo moi

Kapsberger: Toccata seconda

Diego Ortiz: Recercada sesta

Kapsberger: uit Libro quarto d’intavolatura di chitarone :

Toccata seconda arpeggiata

Toccata prima

Gagliarda prima

Kapsberger/Piccinini: Folias

Diego Ortiz: Recercada quinta

Rolf Lislevand Libro primo cd ECM New Series 4878234

https://www.stretto.be/2021/04/12/forqueray-unchained-door-andre-lislevand-gamba-op-het-label-arcana-magnifiek/