


Deze nieuwe uitgave bevat werk van Johann Sebastian Bach (1685-1750), van elk van Bachs oudste zonen Carl Philipp Emanuel (1714-1788) en Wilhelm Friedemann (1710-1784), en van Anthony Romaniuk zelf. Beiden ronden het recital af met BWV 1032, een bewerking van de Siliciano uit BWV 1031 en een bewerking van de luitsuite, BWV 997, voor klavier en fluit.

In de 18de eeuw componeerde elke componist van naam en faam voor de traverso of dwarsfluit, denk maar aan Vivaldi, maar ook aan Telemann en Händel, en Johann Sebastian Bach, die de gelegenheid had om de fluitist Joachim Quantz verschillende keren te ontmoeten. Ook Bachs fluitcomposities behoorden tot de muzikale hoogtepunten van zijn tijd, niet alleen vanwege hun contrapuntische inhoud, maar ook vanwege de enorme technische eisen die hij stelde aan de fluitist. In sommige gevallen, overschreed Bach zelfs bijna de grenzen van de mogelijkheden van het instrument, maakte hij gebruik van het volledig toonbereik van het instrument en leidde hij de dwarsfluit zelfs naar veraf gelegen toonaarden.
Johann Sebastian Bach componeerde 3 sonates voor fluit en basso continuo, 4 sonates voor fluit met een obligate klavecimbelpartij en een Partita in la klein voor fluit solo, die soms ook sonate wordt genoemd. De fluitpartij van de sonates zou ook door blokfluit, viool of hobo gespeeld kunnen worden. De meeste werken voor fluit van Bach werden waarschijnlijk tussen 1715 en 1725 gecomponeerd, tussen het einde van zijn verblijf in Weimar en het begin van zijn periode in Leipzig. Ondertussen was Bach aan het hof in Köthen, koorleider en kamermuziekdirecteur van prins Leopold, een muziekliefhebber en zelf een musicus. In Köthen beschikte Bach over een goed orkest en het is daarom waarschijnlijk dat hij voor de musici van dit orkest enkele kamermuziekwerken componeerde. Daarnaast had Bach goede contacten met het hof van Dresden, waar de Franse fluitist Pierre-Gabriel Buffardin werkte. Ten minste enkele van Bachs composities voor fluit zijn waarschijnlijk voor hem gecomponeerd. Mogelijk heeft Bach in Leipzig enkele van de sonates uitgevoerd tijdens zijn concerten in het “Zimmermannischen Caffee-Hauß” in Leipzig.
In 1736 componeerde Bach weliswaar de enige twee gesigneerde sonates voor fluit en obbligato klavecimbel. Er is geen zekerheid met betrekking tot de opdrachtgever(s) voor de gesigneerde sonates. De relatie met Dresden die in die jaren door Bach werd onderhouden, leidt ertoe te theoretiseren dat het wellicht de fluitvirtuoos Pierre-Gabriel Buffardin kan zijn geweest, een goede vriend van de familie Bach. De Franse fluitist Pierre-Gabriel Buffardin (1690-1768) (foto) uit Avignon, was nl. van 1715 tot 1749, fluitist aan het hof van de keurvorst van Saksen in Dresden. Hij was de leraar van Johann Joachim Quantz (foto) en van Johann Jacob Bach, de broer van Johann Sebastian Bach.
Bach heeft in zijn kamermuziek voor zover bekend geen muziek gecomponeerd voor blokfluit. Hij componeerde wel partijen voor blokfluit in de Brandenburgse concerten nr. 2 en 4, in het recitatief nr. 19, “Oh Schmerz” van de Matthäus-Passion, en in enkele cantates en concerti. Het was daarentegen in Bachs tijd wel gebruikelijk om composities ook op andere instrumenten te spelen dan het oorspronkelijk voorgeschreven instrument. De fluitpartij van de hier opgenomen sonates kan ook op blokfluit, viool of hobo gespeeld worden. Het solo instrument in de Sonate in sol klein met obligaat klavecimbel, BWV 1020, bv. wordt in het handschrift als “viool” benoemd, maar wegens het relatief geringe bereik (de sonate kan zonder gebruik van de G-snaar van de viool gespeeld worden) en wegens het geheel ontbreken van specifieke effecten voor de viool, wordt het werk sinds Friedrich Spitta door fluitisten gespeeld. Het zou hier overigens gaan om een compositie van Bachs zoon Carl Philipp Emanuel.
Het handschrift van de Sonate BWV 1030 bv. dateert van na 1735, toen Bach dirigent was van het Collegium Musicum in Leipzig. Omdat er een kort fragment van de klavecimbelpartij van deze sonate bestaat in sol klein, mogelijk bedoeld voor een blokfluit als solo instrument, lijkt het werk gebaseerd op een eerdere versie voor twee solo instrumenten met continuo. BWV 1031 zou “gemodelleerd” zijn naar een eerder werk voor fluit in Es van Johann Joachim Quantz (foto), dat bewaard is gebleven in een versie voor fluit en obligaat klavecimbel en in een andere versie voor fluit, viool en continuo. Van de Sonate 1031 werd ook lange tijd gedacht dat het een compositie was van Carl Philipp Emanuel Bach (foto) of dat het een compositie betrof van vader en zoon samen. Het overzicht van Carl Philipp Emanuels nalatenschap uit 1790 noemt immers composities die hij samen met zijn vader heeft gecomponeerd. 
Maar, vanwege een afschrift gemaakt door Johann Nathanael Bammler (1722-1784), Bachs leerling, kopiist en secretaris, voorzien van Bachs naam, wordt tegenwoordig wel opnieuw gedacht dat het wel degelijk om een compositie van Johann Sebastian Bach gaat. De sonate zou wel degelijk gecomponeerd zijn door J.S. Bach, aangezien deze aan hem werd toegeschreven door twee onafhankelijke bronnen, enerzijds Bachs zoon Carl Philipp Emanuel Bach in het manuscriptexemplaar van het werk in zijn handschrift en anderzijds Christian Friedrich Penzel (1737-1801), Bachs laatste leerling, bekend om het maken van kopieën van enkele van Bachs werken.


“Préludes en improvisatie waren essentiële elementen van het musiceren in de 18de eeuw – voor ons is het vanzelfsprekend om preludes en postludes aan onze uitvoeringen toe te voegen”, zegt Shibata, die drie verschillende traverso’s bespeelt, nl. 2 traverso’s van Fridtjof Aurin uit Düsseldorf, één uit 2018 naar J.H. Eichentopf (ca 1720 ?) en één uit 2021 naar J.J. Quantz (ca 1745), en een traverso van Giovanni Tardino (foto) naar Buffardin zoon (ca 1725). Anthony Romaniuk, bespeelt een pianoforte van Akira Kubota (2020) naar Gottfried Silbermann (1746) en een klavecimbel van Kubota, in 2019, gebouwd naar verschillende Vlaamse modellen.


Op het programma staan geïmproviseerde preludes, een gedurfd slot van BWV 1032/I en een origineel extra deel: een Gigue uit BWV 997 met invloeden uit verschillende genres verweven in de baslijn, waarmee zowel de traditie als de inventiviteit worden geëerd.
Anthony Romaniuk was student aan de Manhattan School of Music in New York en aan de conservatoria van Amsterdam en Den Haag. Hij won prijzen op de MusicaAntiqua wedstrijd in Brugge (2010) en de Westfield International Fortepiano Competition (2011). Anthony Romaniuk maakte in de afgelopen seizoenen snel carrière. Als kamermusicus werkt hij graag met collega’s als Patricia Kopatchinskaja, Pieter Wispelwey en het Australian String Quartet, en als concertpianist toerde hij onder meer met de Camerata of St John’s en het AustralianChamber Orchestra. Geregeld dirigeert hij ensembles vanachter het klavier. Anthony Romaniuk maakte onder de titel “Tzigane”, een succesvolle solo-cd met muziek van Ravel en nam met tenor Steve Davislim Schuberts “Winterreise” op. Romaniuk, die in Amsterdam studeerde en momenteel in Antwerpen woont, is al jaren bekend om zijn werk met onder andere Vox Luminis. Enkele jaren terug liet hij zich ook opmerken met een opvallende uitstap naar de jazz. Samen met Jon Birdsong, trompettist van o.a. “Black Flower”, dook hij toen de wereld van de nocturnes in. Zowel Chopin als Ellington klonken toen door in de sfeervolle muziek, die ook veel ruimte gaf aan improvisatie.

Toshiyuki Shibata, geboren in Takamatsu in Japan, studeerde aanvankelijk taalkunde voor hij muziek studeerde in New York en later historische uitvoeringspraktijk in België, waar hij aan verschillende Koninklijke Conservatoria studeerde. Hij voelt zich evengoed thuis in solo-, orkest- als kamermuziekoptredens en trad op met ensembles zoals de Brussels Philharmonic, het Chamber Orchestra of Belgium, La Petite Bande, Il Fondamento, Le Concert Lorrain, Vox Luminis en BachPlus. In 2019 toerde hij als solist door Japan met het B’Rock Orchestra, samen met de blokfluitvirtuoos Lucie Horsch. Shibata was solist op festivals zoals het Tokyo Spring Festival, de Bach Academie Brugge en de Thüringer Bachwochen. Momenteel doceert hij historische fluit aan het Conservatoire à Rayonnement Régional (CRR) van Aubervilliers in Frankrijk en het Stedelijk Conservatorium van Brugge in België. Sinds 2017 is hij artistiek directeur van Muziek Antiqua Takamatsu, een festival voor oude muziek in zijn geboorteplaats.
Tracklist:
Carl Philipp Emanuel Bach: Flötensonate G-Dur WQ. 133 “Hamburger Sonate”
Wilhelm Friedemann Bach: Flötensonate e-moll FK. 52
Johann Sebastian Bach:
Flötensonate Es-Dur BWV 1031 (Siciliano)
Flötensonate A-Dur BWV 1032
Flötensonate C-Dur BWV 1033 (Andante-Presto)
Anthony Romaniuk: Prelude
Johann Sebastian Bach: Suite c-moll BWV 997


J.S. Bach & Sons, Flute Sonatas Toshiyuki Shibata Anthony Romaniuk cd Channel Classics CCS49725