Mozart, Flute Concertos N°1 & 2 – Concerto for Flute & Harp, door Anna Besson, traverso, Clara Izambert, harp, en A Nocte Temporis o.l.v. Reinoud Van Mechelen, op het label Alpha. Top!

In 1777 ontmoette Mozart de rijke Ferdinand Dejean, een amateurfluitist en gepensioneerd chirurg van de Verenigde Oostindische Compagnie. Dejean gaf de jonge componist een handvol werken in opdracht, die ze ‘eenvoudige, korte concertino’s’ noemde, maar die in feite van de solist een grote virtuositeit en een gevoel voor tonale nuances vereisen. Samen met A Nocte Temporis, het ensemble dat ze in 2016, samen met Reinoud Van Mechelen oprichtte, nam de fluitiste Anna Besson, inmiddels een van de meest geprezen instrumentalisten van haar generatie, deze werken op. Met de harpiste Clara Izambert hoort u haar in Mozarts heerlijk Concerto voor fluit en harp.

Mozart componeerde in april 1777 een hoboconcerto in C, KV 314 voor Giuseppe Ferlendis, componist en de hoboïst van het orkest van de aartsbisschop van Salzburg. Het hoboconcert werd in 1920 in Salzburg ontdekt. Uit o.m. onderzoek van Mozarts correspondentie bleek dat er een verband is met het 2de fluitconcerto in D, dat van het hoboconcerto is afgeleid.

De traverso was in de 18de eeuw samen met de cello, een geliefd en populair instrument. De violisten Carl Joseph Toeschi en Christian Cannabich, concertmeesters van het befaamd Orkest van Mannheim, en Johann Christian Bach componeerden fluitkwartetten, gevolgd door componisten als o.a. François Devienne, Ignaz Pleyel, Franz Danzi en Ferdinand Ries. Mozart componeerde zijn fluitkwartetten (voor fluit, viool, altviool en cello) in de concertante, galante, “Empfindsame” stijl van de Mannheimse School. Mozart hield naar eigen zeggen niet echt van het instrument. Hij hield nl. niet van de (toen nog) houten traverso, omdat die volgens hem meer lucht dank klank produceerde.

Nochtans kent het oeuvre van Mozart een Fluitconcerto en Fluitkwartetten. Toen Mozart in Mannheim verbleef, kreeg hij nl. de opdracht van een onbekende Nederlandse arts om drie fluitconcerti te componeren. Uit tijdnood bewerkte Mozart zijn hoboconcerto tot een fluitconcerto. Een derde fluitconcerto is er nooit gekomen en dus kreeg Mozart maar een deel van het afgesproken honorarium. Mozart noemde zijn opdrachtgever ‘de Indiaanse Hollander’. Ondertussen weten we dat Mozart met ‘Unser Indianer’ en ‘ein Holländer’, Ferdinand Dejean (1731-1797) (foto) bedoelde. De Nederlandse Frank Lequin (1946), specialist van de “Vereenigde Oostindische Compagnie”, onthulde nl. in 1981, als eerste, zijn ware naam.

Dejean was in Mozarts woorden een “Liebhaber von allen Wissenschaften und ein grosser Freund und Verehrer von mir”, zo lezen we in het boek. Dejean kende zeven talen, was muzikaal en vermogend en was een uitermate verlicht lid ‘van goeden wille’ der achtiende-eeuwse Republiek der Letteren. Dat was een zeldzame combinatie, ‘ein rarer Mann’, dus. Dat Dejean een fervent fluitist was weten we uit de diverse dwarsfluiten die in zijn nalatenschap werden gevonden.

Dejean beloofde in december 1777 aan Mozart 200 gulden voor drie korte, gemakkelijke fluitconcerti en enkele fluitkwartetten. Mozart leverde onder grote tijdsdruk drie kwartetten af en twee concerti en ontving daarom maar 96 gulden. In 1777 en 1778, bezocht Dejean Mannheim, vermoedelijk om zijn vriend de “kurpfälzischer Hofkammerrat”, Johann Martin Römer te bezoeken, die hij kende uit zijn tijd in Batavia. Het Hof in Mannheim bezat een uitstekend orkest en de keurvorst Prins Carl Theodor (foto) was zelf een verdienstelijk amateur fluitspeler. De fluitist van het orkest was Johann Baptist Wendling (foto). Dejean ontmoette Mozart ten huize van Wendling in Mannheim. De prachtige composities die wij aan deze opdracht te danken hebben zijn Mozarts fluitkwartetten KV 285, KV 285a, KV258b, de twee fluitconcerti KV313, KV314 en het Andante voor fluit en orkest KV 315. In tegenstelling tot Dejean beschikte deze nobele virtuoos over een modern instrument met acht kleppen, waardoor de fluit tot de centrale C kon reiken en in de tot dan toe onpraktische toonaard C kon spelen.

Dejean vestigde zich in 1790 definitief in Wenen en had er o.m. contact met twee collega’s Franz Closett en Mathias von Sallaban. Zij waren de artsen van Mozart en waren aanwezig op de verschrikkelijkste gebeurtenis in de geschiedenis van de Westerse muziek. Ze waren er nl. bij toen Wolfgang Amadeus Mozart, na een vreselijke doodstrijd, om vijf minuten voor één uur op 5 december 1791, overleed.

Mozart componeerde zijn Concerto voor fluit en harp in april 1778, tijdens zijn zeven maanden durend verblijf in Parijs, in opdracht van Adrien-Louis de Bonnières, hertog van Guînes (1735-1806) (foto), een fluitist, en zijn oudste dochter, Marie-Louise-Philippine (1759-1796), een harpiste, die in hun huis , het Hôtel de Castries, compositieles kreeg van Mozart. Mozart verklaarde in een brief aan zijn vader dat hij vond dat de hertog ‘buitengewoon goed’ fluit speelde en dat Marie’s harpspel ‘magnifiek’ was. Als compositiestudente vond Mozart, Marie echter volkomen onbekwaam. De hertog (tot 1776 de graaf van Guines), een aristocraat die Mozart begon te verachten, betaalde de componist nooit voor dit werk, en Mozart kreeg in plaats daarvan slechts de helft van het verwachte honorarium voor de lessen aangeboden, via de huishoudster van De Guines. Maar hij weigerde het. (Voor zijn begeleiding was Mozart zes Louis d’or verschuldigd.) Er is weinig bekend over de vroege uitvoeringsgeschiedenis van het werk, hoewel het waarschijnlijk lijkt dat vader en dochter het als eersten speelden.

Mozart componeerde dit meesterwerk waarschijnlijk met de specifieke muzikale capaciteiten van de hertog en zijn dochter in gedachten. Waarschijnlijk componeerde hij het grootste deel van dit concert ten huize van Joseph Legros, de directeur van het Concert Spirituel. Monsieur Legros had Mozart het gebruik van zijn klavier in zijn huis gegeven, zodat hij kon componeren. (Mozart componeerde misschien ook een deel van het concert in zijn tweede appartement in Parijs, waar hij bij zijn moeder logeerde, aan de rue du Gros Chenet). Het werk heeft in wezen de vorm van een Sinfonia Concertante, die destijds enorm populair was in Parijs. De harppartij lijkt meer op een bewerking van een pianostuk dan op een originele harppartij. Dit is vooral duidelijk in de patronen van vijf en tien noten in alle drie de bewegingen, die voor een harpist niet zo makkelijk in de vingers vallen, aangezien de vijfde vingers doorgaans niet worden gebruikt, hoewel ze werden beschouwd als onderdeel van de vroege harptechniek.

De Franse fluitiste, Anna Besson (1988) studeerde eerst aan het Regionaal Conservatorium van Perpignan en het Regionaal Conservatorium van Versailles. In 2008 ging ze naar het Conservatorium van Genève om verder dwarsfluit en traverso te studeren bij Michel Ballavance en Serge Saitta. Ze vervolgde haar traversostudie aan het Conservatoire National de Musique et de Dans de Paris, waar ze het Certificaat van Bekwaamheid voor dwarsfluit behaalde. Sinds 2020-2021, doceert Anna Besson Traverso aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel, als opvolgster van Frank Theuns.

Clara Izambert-Jarry geeft les aan het Regionaal Conservatorium van Amiens. Ze begon op 8-jarige leeftijd met piano en harp aan het Conservatoire à Rayonnement Régional van Saint-Maur-des-Fossés (Val-de-Marne/Île-de-France) en ontmoette later aan het Conservatorium van Parijs, de harpiste Marielle Nordmann (1941) (samen op de foto) uit Montpellier, een gewezen leerlinge van de legendarische, joods-Franse harpiste, Lily Laskine (1893-1988), de lerares van o.a. Jean-Pierre Rampal. In 2010, behaalde ze op briljante wijze haar masterdiploma harp aan het Nationaal Conservatorium voor Muziek in Parijs, bij Isabelle Moretti (1964), evenals de hogere cyclus kamermuziek bij de hoboïst, David Walter (1958), medeoprichter van het Quintette Moragues, en de fluitist, Michel Moraguès, solist bij het Nationaal Orkest van Frankrijk, hoogleraar kamermuziek aan het Conservatoire National Supérieur de Musique de Paris en sinds 1989, docent fluit aan het Conservatoire à Rayonnement Régional de Paris.

In 1980 richtte Michel Moraguès, samen met zijn twee broers, Pierre en Pascal, David Walter en Patrick Vilaire, het Moragues Quintet op, een schitterend ensemble, waarmee hij sindsdien over de hele wereld toert. Gepassioneerd door de verschillende kamerformaties, treedt Clara Izambert regelmatig op met het Trio Dauphine (klavecimbel, harp en barokviool) waarmee ze twee door critici geprezen albums opnam (Arion / Evidence Classics) en speelt o.a. ook regelmatig samen met de harpiste Alexandra Luiceanu, het Duo Manora, de violiste You Jung Han en met de organist, Gaétan Jarry. Na haar ontmoeting met Nanja Breedijk, docente klassieke harpen aan het CRR in Versailles en basso continuo aan het CNSM in Parijs, besloot Clara Izambert zich toe te leggen op het Frans repertoire van de tweede helft van de 18de eeuw.

De tenor, Reinoud Van Mechelen (1987) behaalde in 2012 zijn masterdiploma aan het Koninklijk Conservatorium Brussel, waar hij studeerde bij de Oostenrijkse mezzosopraan, Dina Grossberger, een gewezen lid van het Arnold Schönberg Chor. De Vlaamse tenor beleefde in 2007, één van zijn eerste publieke successen tijdens de Académie Baroque Européenne d’Ambronay onder leiding van Hervé Niquet. In 2011 maakte hij deel uit van Le Jardin des Voix, de academie voor jonge solisten van Les Arts Florissants onder leiding van William Christie en Paul Agnew. Sindsdien trad hij regelmatig met hen op, waaronder tijdens de festivals van Aix-en-Provence en Edinburgh. Ook werkte hij samen met barokensembles als Le Concert Spirituel, La Petite Bande, L’Arpeggiata en B’Rock. Sinds 2016 heeft hij zijn eigen ensemble, a nocte temporis.

Mozart Flute Concertos Anna Besson Clara Izambert Reinoud Van Mechelen A Nocte Temporis cd Alpha 1115