Josephine Quinn, “Het westen – Een 4000-jarige geschiedenis”, een meesterwerk, uitgegeven door Thomas Rap.

“Het Westen” is een baanbrekend boek, waarin het traditioneel verhaal van de westerse beschaving en de pre-klassieke wereld, volledig wordt herzien. Josephine Quinn, specialiste van de Oudheid, onderzocht nl. hoe de oude wereld, van de bronstijd tot de Verlichting, werd gevormd door voortdurende wereldwijde ontmoetingen en uitwisselingen. In plaats van de gebruikelijke opvatting van afzonderlijke ‘beschavingen’, laat Quinn zien dat het contact tussen verschillende samenlevingen, van het ontstaan van het alfabet in Egypte tot de intrede van Indiase cijfers in Europa, de échte motor was van de geschiedenis. Een monumentaal werk, dat een heel nieuw beeld geeft van de oorsprong van de westerse geschiedenis en het westers beschavingsdenken.

Het Westen, zo gaat het verhaal, was gebouwd op de ideeën en waarden van het oude Griekenland en Rome, die tijdens de donkere middeleeuwen uit Europa verdwenen en vervolgens door de Renaissance werden herontdekt. In haar fascinerend epos over de culturele en militaire gebeurtenissen rond de Middellandse Zee in de twee millennia voor Christus tot aan de middeleeuwen, stelt Quinn vanuit haar diepgravend onderzoek en in een toegankelijke schrijfstijl, dat er nooit één zuiver westerse of Europese cultuur heeft bestaan. Met duiding en beschrijvingen, rijk aan details, van bv. krijgsvrouwen in de steppe in het eerste millennium v.Chr., een fragment uit een verloren gegaan toneelstuk van Euripides, waarin de schrijver, Kadmos, de stichter van de stad Thebe, beschreef als een “geboren Feniciër, die zijn afkomst veranderde in Griekse afkomst”, en door het beschouwen van Myceners en Minoërs als aparte beschavingen als onderdeel van de “Egeïsche cultuur”, weerlegt ze de verhalen, die het Westen over zichzelf vertelde en maar blijft vertellen.

“In de eenentwintigste eeuw is deze manier van denken nog steeds de norm: het Westen, een christelijke cultuur met Grieks-Romeinse, of zelfs oudere, ‘Indo-Europese’ wortels, wordt onderscheiden van het Oosten, dat Rusland, China of de islamitische wereld als centrum heeft”, schrijft Quinn.

In haar boek ontdekt u tal van “alternatieve” benaderingen van en nieuwe en vernieuwende beschouwingen over dit ondertussen achterhaald fenomeen. Aan de hand van de historische situering en betekenis van o.a. “Amarna”-brieven tussen o.a. de vorsten van Egypte, Cyprus en Babylon, de beschrijving van Constantijn als de introductie van “een christelijke, Aziatische god” in het Romeinse Rijk, en Feniciërs en culturen in het Oud Middellands Zeegebied, ontkracht ze het eenzijdig beeld, dat sinds de geschiedschrijving in de 19de eeuw, over de oorsprong van het Westen, zich in de geschiedenisboeken heeft verankerd. In een gedurfd en magistraal werk van een immense omvang, betoogt Josephine Quinn dat het werkelijke verhaal van het Westen veel groter is dan dit gevestigde paradigma ons doet geloven. Zoveel van onze gedeelde geschiedenis is verloren gegaan, overstemd door het concept, ontwikkeld in het Victoriaans tijdperk, van afzonderlijke ‘beschavingen’. “Het verhaal achter wat nu het Westen wordt genoemd is veel breder en interessanter”, schrijft ze.In 30 hoofdstukken neemt Quinn u mee terug in de tijd, beginnend in de bruisende havenstad Byblos in Libanon rond 2000 v.Chr., midden in de bronstijd. De bekroonde geschiedenisprofessor uit Oxford traceerde innovaties en tradities naar samenlevingen over de hele wereld en betoogt dat het Westen al altijd mondiaal is geweest. Het beschavingsdenken geeft een verkeerd beeld van onze geschiedenis, stelt Quinn. In “How the World Made the West” ging Josephine Quinn de uitdaging aan om dit “beschavingsdenken” over de oorsprong van de westerse cultuur, nl. het idee dat beschavingen afzonderlijk en duidelijk van elkaar zijn ontstaan, te vervangen door het lokaliseren van de wortels van het moderne Westen, van de wetboeken van Babylon, de Assyrische irrigatie en de Fenicische zeilkunst, tot de Indiase literatuur, Arabische wetenschap en de metaal bewerkende ruiters van de Steppe. In de inleiding leest u trouwens een magnifieke, historische schets van het ontstaan en ontwikkeling van het “beschavingsdenken”, dat gelinkt aan ‘het Westen’, geleidelijk vervlochten werd tot de ‘westerse beschaving’.  

Volgens Quinn verarmt het reduceren van de achtergrond van het moderne Westen tot een verhaal, dat zich enkel richt op Griekenland en Rome onze kijk op het verleden. “Dit historisch begrip zou voor de oude Grieken en Romeinen, die hun eigen connecties van en ontleningen aan anderen begrepen en bespraken, zelf onzin zijn geweest”, zo stelt ze. “Ze presenteerden hun eigen cultuur consequent als het resultaat van contact en uitwisseling”, zo vervolgt ze. “Grieken en Romeinen hadden hun eigen geschiedenis, die veel ontleende aan andere plaatsen en volken. Zij pasten ideeën en technologieën van elders aan hun eigen behoeften aan: wetscorpora en literatuur uit Mesopotamië, beeldhouwkunst uit Egypte, irrigatietechnieken uit Assyrië en het alfabet uit de Levant. Wat westerse waarden worden genoemd, vrijheid, ratio, rechtvaardigheid en verdraagzaamheid, zijn niet van oorsprong westers, en het Westen zelf is voor een groot deel het resultaat van zeer oude banden met een veel groter netwerk van samenlevingen in het noorden, zuiden, en oosten”.

Quinn bouwt voort op nagelaten geschriften met rijke analyses van andere oude literaire bronnen, zoals het Gilgamesj-epos, heilige teksten en nieuw ontdekte documenten die details uit het dagelijks leven onthullen. “How the World Made the West”, een werk van adembenemende wetenschap, put ook uit de cultuur van die tijd in kunst en artefacten, evenals bevindingen van de nieuwste, wetenschappelijke ontwikkelingen in koolstofdatering en menselijke genetica om de mythe van het moderne Westen als een zogenaamd ‘selfmade wonder’, grondig te ontkrachten.

“Moslims”, schrijft Quinn, “combineerden de Griekse kennis met de wetenschappelijke ideeën uit Perzië, India en Centraal-Azië, breidden nieuwe technologieën zich uit naar Afrika, Arabië en het gebied rond de Indische Oceaan, en brachten zeelieden uit Scandinavië en ruiters van de steppe goederen en ideeën van China tot aan Ierland. Dit was de grote wereld die zich uitstrekte van de Stille tot de Atlantische Oceaan en die de opkomende staten van West-Europa in de vijftiende eeuw erfden, toen ze scheep gingen op zoek naar een nieuwe wereld”. In levendig proza en door middel van kaarten en kleurenillustraties, herdefinieert Quinn met verfrissende helderheid ons begrip van het westerse zelf en de westerse beschaving in de kosmopolitische wereld van vandaag. Het boek getuigt van haar immense, encyclopedische kennis en verbeeldingskracht en is een monumentaal verslag van de oude wereld. is één van de fascinerendste en belangrijkste werken van de wereldgeschiedenis.

Van de Bronstijd naar het Tijdperk van de Ontdekkingen, onthult “Het Westen”, gebaseerd op recent historisch, archeologisch en natuurwetenschappelijk onderzoek, een nieuw verhaal, een verhaal dat de millennia van wereldwijde ontmoetingen en uitwisselingen volgt die wat nu het Westen wordt genoemd, hebben gevormd, toen samenlevingen elkaar ontmoetten, verstrengeld raakten en soms ook uit elkaar groeiden. Van de uitvinding van het alfabet door Levantijnse arbeiders in Egypte, die in een vreemd land voor het eerst werden aangezet om dingen in hun eigen taal op te schrijven, tot de komst van Indiase getallen in Europa via de Arabische wereld, betoogt Quinn dat het begrijpen van geïsoleerde samenlevingen zowel achterhaald als verkeerd is. Het zijn contact en verbindingen, en niet solitaire beschavingen, die historische verandering teweegbrengen. Het zijn niet volkeren die geschiedenis maken, mensen doen dat, is haar boodschap. Buitengewoon! “How the World Made the West” werd vertaald door Brenda Mudde en Maarten van der Werf. Een hele prestatie!

Josephine Quinn (1973) is een historica en archeologe, die zich specialiseerde in de Griekse, Romeinse en Fenicische geschiedenis. Zij is een bekroond schrijver, docent en hoogleraar Oude Geschiedenis aan de Universiteit van Cambridge. Ze is fellow aan St. John’s College, en benoemd op 1 januari 2025, is zij de eerste vrouw die de leerstoel Oude Geschiedenis bekleedt aan de Universiteit van Cambridge. Voorheen was ze hoogleraar Oude Geschiedenis aan de Faculteit Klassieke Talen van de Universiteit van Oxford en Martin Frederiksen Fellow en Tutor in Oude Geschiedenis aan Worcester College van de Universiteit van Oxford.

Josephine Quinn Het westen Een 4000-jarige geschiedenis 633  bladz. geïllustreerd uitg. Thomas Rap ISBN 9789400411470

https://www.stretto.be/2022/11/23/vadim-s-jigoulov-de-feniciers-de-grootste-zeemogendheid-uit-de-oudheid-een-fascinerende-uitgave-van-omniboek/