“Marschner, Piano Trios 2,  N°2, Op. 111 and N°6”, Op. 148” door het Gould Piano Trio op het label Naxos.

Heinrich Marschner (1795-1861) was de belangrijkste Duitse operacomponist tussen Weber en Wagner, maar was door zijn 2 Pianokwartetten en 7 Pianotrio’s, ook van betekenis voor de Duitse kamermuziek.

Marschner (foto) kreeg les  van Johann Gottfried Schicht (1753-1823) (foto), de Gewandhauskapellmeister, Thomaskantor en directeur van de Leipziger Singakademie, en begon al vroeg te componeren. Hij wilde eigenlijk jurist worden, maar na een ontmoeting met Ludwig van Beethoven, omstreeks 1815-1816, besloot Marschner zich aan de muziek te wijden. Hij begon zijn muzikale carrière in Pressburg (nu Bratislava), gaf er les aan de adellijke familie van Johann Nepomuk Zichy (1777–1830), voor hij naar Dresden verhuisde, waar zijn eerste opera “Heinrich IV und D’Aubigné”, werd opgevoerd.

Daarna werkte hij in Leipzig en werd ten slotte “Königlich Hannoverschen Kapellmeister”  in Hannover, waar hij in 1861 overleed. In Leipzig, vestigde hij definitief zijn naam als een vooraanstaand componist van opera’s, “Der Vampyr” (1828) en het op Walter Scotts “Ivanhoe” gebaseerde, “Der Templer und die Jüdin” (1829), beide op een libretto van zijn zwager, de acteur, Wilhelm August Wohlbrück (1795-1848). Wohlbrück schreef trouwens ook de libretti voor Marschners “Des Falkners Braut”, (Leipzig 1831) en “Der Bäbu”, (Hannover 1838).

Toen hij vanaf 1831, het Hoftheater van het Koninkrijk Hannover ging leiden, eerst als Hofkapellmeister, later als Generalmusikdirektor, was zijn volgend succes “Hans Heiling “(1832), die naast “Der Vampyr” als zijn voornaamste opera wordt beschouwd. Hij was hiermee op het hoogtepunt van zijn roem, maar die begon te tanen door de successen van Giacomo Meyerbeer en later vooral door de vernieuwingen van Richard Wagner. Marschner had in 1840 de ambitie Gaspare Spontini op te volgen aan de Hofoper in Berlijn, maar dat verloor hij van Meyerbeer. Heinrich Marschner was een vooruitstrevende vernieuwer, die de Duitse opera een nieuwe dimensie gaf. Voorafgaand aan zijn opera’s, componeerde hij ouvertures en toneelmuziek (“Schauspielmusik”), die helaas te lang onbekend bleven.

Na de periode van het “Singspiel” in de late 18de- en in het begin van de 19de eeuw, liet Carl Maria von Weber (1786-1826), zich tussen 1799 en 1825, voor zijn 10 opera’s, o.a. inspireren door de rijke, Duitse folklore. De jonge Richard Wagner werd sterk door Marschner (foto) beïnvloed, onder meer bij het gebruik van “Sprechgesang”. Zowel literair als muzikaal was Marschners ‘Hans Heiling’ een heel belangrijk werk uit de Duitse operageschiedenis. De opera was nl. een verbindende schakel tussen de opera’s van Carl Maria von Weber, Otto Nicolai, Albert Lortzing, Coradin Kreutzer en Ludwig Spohr en deze van Richard Wagner, in wiens werken Marschners muziek nog weergalmde, bv. in de demonische figuur van de ‘Hollander’ of in de ondergrondse mijn (“Kluft aus der ein schwefliger Dampf hervorquillt”),“Nibelheim”, van de Nibelungen. Wagners “Grosse Romantische Oper”, “Die Feen” uit 1833, was daarenboven gemodelleerd naar deze van de Duitse romantische opera, in de lijn van Carl Maria von Weber, Heinrich Marschner en Conradin Kreutzer, en veel van de muziek was nog sterk Beethoveniaans (“Fidelio”).

In 1833 werd een aria van de toen 20-jarige Wagner (foto) opgevoerd. Het betrof de aria “Wie ein schöner Frühlingsmorgen” met een nieuw allegro: “Doch jetzt, wohin ich blicke, umgibt mich Schreckensnacht”, die Wagner had gecomponeerd voor Marschners opera “Der Vampyr”.  Het thema uit de aria van de koningin in 2de akte van “Hans Heiling” op de woorden “Sonst bist du verfallen”, werd door Wagner gebruikt in de 2de akte van “Die Walküre”, als het enigszins gewijzigd leidmotief dat bij de wederzijdse, beklemmende vragen en antwoorden vaak wordt herhaald, wanneer Brünnhilde verschijnt aan Siegmund. Als Brünnhilde ontroert geraakt door Siegmunds oprechte liefde voor Sieglinde, kiest ze niet voor Hunding, maar kiest ze voor de liefde en beschermt ze Siegmund. Wagner werd trouwens naar Dresden gehaald om Marschners “Der Templer und die Jüdin” (1829) te dirigeren, nadat hij deze opera reeds meerdere malen in Magdeburg had gedirigeerd.

Beethoven en Mendelssohn waren Marschners vrienden en Schumann bewonderde zijn kamermuziek, vooral zijn pianotrio’s. Schumann citeerde daarenboven de Romance “Du stolzes England freue dich” uit “Der Templer und die Jüdin” in de finale van zijn “Études symphoniques” op. 13 (een thema met 16 variaties op een thema van Baron von Fricken, plus de variatie op het thema van Heinrich Marschner), uit 1834, voor piano. Marschners Pianotrio’s nr. 2 en nr. 6 delen vergelijkbare kwaliteiten. Beide trio’s staan in mineur, zijn rijk aan opgewonden melodieën en zitten vol inventief samenspel tussen de drie instrumenten. In tegenstelling tot het eerder, luchtig Trio nr. 1 (Naxos, 8.574612) (foto), is nr. 2 een donkerder, meer spannend werk, zij het met Mendelssohniaanse gratie. Nr. 6 belichaamt ook elementen van de romantiek uit het midden van de 19de eeuw, overgebracht in muziek die varieert van turbulent tot spookachtig.

Het Gould Piano Trio (Lucy Gould, viool, Richard Lester, cello, Benjamin Frith, piano) wordt door de Washington Post vergeleken met het geweldige Beaux Arts Trio vanwege hun “muzikale vuur” en “toewijding aan het genre” en staat al meer dan een kwart eeuw aan de voorhoede van de internationale kamermuziekscene. Na het winnen van de eerste prijs op de Melbourne International Chamber Music Competition werden ze uitgeroepen tot “Rising Stars” van de European Concert Halls Organisation. Ze maakten een zeer succesvol debuut in de Weill Recital Hall in New York, die door Strad Magazine werd omschreven als “Pure Gould”. Hun vele optredens in de Wigmore Hall in Londen omvatten de complete pianotrio’s van Dvořák, Mendelssohn en Schubert. In het seizoen 2022-2023 keerden ze terug naar deze iconische locatie om een ​​Beethovencyclus te presenteren.

Marschner Piano Trios 2  N°2, Op. 111 and N°6, Op. 148 Gould Piano Trio cd Naxos 8.574682

https://www.stretto.be/2019/06/12/nieuwe-live-opname-van-de-opera-hans-heiling-van-heinrich-marschner-door-de-essener-philharmoniker-o-l-v-frank-beermann-op-het-label-oehms-classica/