


Anton Rubinstein (1829-1894) was een joods-Russische componist en dirigent, en was één van de beste pianisten van de 19de eeuw. Hij componeerde in een romantische, eerder westers georiënteerde stijl, waarmee hij zich distantieerde van de muziek van de leden van “Mogoetsjaja koetsjka” of “Het Machtige Hoopje” rond Balakirev. Hij was weliswaar één van de meest gevierde pianisten van zijn tijd, maar hij was ook dirigent en bovenal, een productieve componist.

Anton Rubinstein was een van de grootste pianisten van zijn tijd, een virtuoos als Liszt en een populaire componist wiens carrière hem over de hele wereld voerde. Ondanks zijn onschatbare bijdragen aan de Russische muziek, bleek zijn nalatenschap controversieel bij latere generaties. Vandaag kunnen we Rubinsteins zeer reële prestatie waarderen als een begaafde en originele componist wiens werken opvallen door hun melodische memorabiliteit en buitengewone verscheidenheid aan texturen.
Als componist kreeg Anton Rubinstein (foto) zijn scholing samen met zijn broer Nikolaj tussen 1844 en 1847 in Berlijn, bij Siegfried Dehn. In 1848 vestigde hij zich in Sint-Petersburg en legde er de basis voor de professionele muziekcultuur in Rusland. In 1862 stichtte hij het Conservatorium van Sint-Petersburg. Rubinstein publiceerde in 1859 een album met zes magnifieke, lyrische pianominiaturen, “Six Soirees à Saint Petersbourg” op. 44. Rubinsteins “Mélodie in F” en zijn Barcarolle op. 93 nr. 5, werden omwille van hun meteen aansprekende, gevoelige lyriek, wereldberoemd. Hans von Bülow noemde hem immers “de Michelangelo van de muziek”.
Zijn zes stukken, op. 51, gedateerd 1857, bv. markeerden voorlopig het einde van Rubinsteins carrière in het buitenland, een periode die hij had doorgebracht in Weimar, recitals in Parijs en Londen en in verschillende Duitse vorstendommen. De Zes Stukken waren kenmerkend voor de componist, een soms veeleisende aanvulling van zijn eigen concertrepertoire en een blijk van zijn streven naar erkenning als componist. Tsjaikovski beschouwde de composities die Rubinstein in deze specifieke periode componeerde trouwens als zijn beste.
Anton Rubinstein was een technisch zeer begaafd componist en als pianist, de gelijke van Liszt. Maar naar eigen zeggen werd hij door zijn tijdgenoten als te Duits ervaren om Russisch, en te Russisch om Duits te zijn. Zijn muziek werd daarom vaak in diskrediet gebracht. Hij componeerde o.a. vier pianosonates en componeerde tussen 1850 en 1874, vijf pianoconcerti. De twee sonates, gecomponeerd tussen 1848 en 1854, bevatten indrukwekkend bravoure spel en zijn gepassioneerde werken. Het is misschien een ironie van de geschiedenis van de smaak, dat Rubinsteins composities pas ongeveer 125 jaar na zijn overlijden, opnieuw worden gewaardeerd.
Anton Rubinstein betreurde het altijd dat zijn status als pianist zijn reputatie als componist overschaduwde. Recente opnames tonen aan dat zijn muziek melodieus onderscheidend en aantrekkelijk was, zoals bv. blijkt uit zijn hier opgenomen, grote werken uit het midden van de jaren 1860. De Fantasia in mi-klein uit 1866, opgedragen aan de pianist, Sigismond Thalberg (1812–1871), is een voorbeeld van romantische grandeur, met Beethoveniaanse echo’s in de finale. De Vijf Stukken op. 69 uit 1867, zijn karakterstudies, die doen denken aan Chopin en Schumann, en die eindigen met een briljante Toccata. De “Trot de cavalerie” uit 1850, een mars voor bereden troepen, was een populair genre in de 19de eeuw.
Regina Chernychko werd geboren in 1986, in Charkov (Oekraïne) in een familie van muzikanten. Ze begon op vierjarige leeftijd met pianospelen in Charkov en studeerde verder piano bij Olga Rissin Morenova en kamermuziek bij de Fins-Duitse pianist en dirigent, Ralf Gothóni aan de Hochschule für Musik in Karlsruhe. Hierna studeerde ze bij Leonid Margarius aan de Internationale Pianoacademie Incontri col Maestro in Imola en bij Jacques Rouvier aan de Mozarteum Universiteit in Salzburg. Ze ontving ook artistieke begeleiding van gerenommeerde musici als Jerome Rose, Sontraud Speidel, Akiko Ebi, Peter Donohou, Boris Petrushansky, Malcolm Bilson, Joaquin Achúcharo, Alexander Braginsky en Philippe Entremont.
Tracklist:
Fantasie in e mineur, Op. 77
1.I. Adagio – Allegro met fuoco
2.II. Moderato assai
3.III. Allegro molto – Moderato – Allegro molto – Poco meno mosso – Presto
4.IV. Molto lento – Vivace assai – Tempo rubato – Quasi presto 
5 Pieces, Op. 69
5.Nr. 1. Caprice
6.Nr. 2. Nocturne
7.Nr. 3. Scherzo
8.Nr. 4. Romance
9.Nr. 5. Toccata
10.Trot de Cavalerie (vereenvoudigde versie in D)


Anton Rubinstein Fantasia in E minor Five Pieces Trot de cavalerie Regina Chernychko Piano cd Naxos 8.574697