Patrick De Rynck, “Dagboek van de oudheid, 365 dagen van veldslagen, bacchanalen en goddelijke verhalen”, uitgeven door Lannoo. Warm aanbevolen.

Hoe kan een boek over Grieken en Romeinen zo onderhoudend zijn en tegelijk zo interessant? Wel, door elke dag van het jaar te verbinden aan een gebeurtenis, een fenomeen, een feest, een personage, een anekdote, of aan een getuigenis, zelfs terwijl we soms eigenlijk maar bij benadering weten, wanneer het feit zich eigenlijk heeft voorgedaan.  

De Olympische Spelen, de democratie en de eed van Hippocrates, waren drie hedendaagse zaken die hun oorsprong hadden in de klassieke wereld. Op veel gebieden van wetenschap, architectuur, staatsinrichting en geschiedschrijving, zijn we tot op de dag van vandaag op bepaalde aspecten nog steeds schatplichtig aan de ontwikkelingen, ideeën en uitvindingen die in de oudheid werden gedaan en bedacht werden door en voor mensen. In het oude Griekenland en Rome werd elke dag grote en kleine geschiedenis geschreven. Daar weten we heel veel maar tegelijk ook heel weinig over. Classicus Patrick De Rynck weet er heel veel over en vertelt met evenveel overgave over de grote en kleine geschiedenis van het oude Griekenland en Rome.

Het verbinden van een datum aan een bepaalde gebeurtenis of een bepaald gegeven was soms een uitdaging. De oude Romeinse of Latijnse kalender bestond nl. uit meerdere plaatselijke maankalenders, gebaseerd op de cyclus van de schijngestalten (de deels verlichte en deels donkere gedaanten) van de maan, die in de tijd van het Romeinse koninkrijk en de Romeinse republiek, almaar gewijzigd en aangepast werden aan het principe van een lunisolaire kalender.

In de Romeinse tijd werd een datum aangegeven door het aantal dagen te noemen dat nog restte voor de Kalendae, de Nonae of de Idus. De Kalendae was de eerste dag van de maand, de Nonae was de vijfde dag van de maand of de zevende in de maanden maart, mei, juli en oktober, en de Idus was de 13e dag van de maand of de 15e in de maanden maart, mei, juli en oktober. In de tijd van Gaius Julius Caesar (12 of 13 juli, 100 v.Chr. – Idus van maart (15 maart) 44 v.Chr.) was de discrepantie tussen de maankalender en de seizoenen zo groot geworden, dat hij de kalender hervormde en ze op de lengte van een zonnejaar baseerde. Of er een schrikkelmaand zou worden toegevoegd, werd in februari, in Rome, beslist door de Pontifex Maximus, de hogepriester van de Romeinse godsdienst. Op enkele correcties na, die door paus Gregorius XIII als de gregoriaanse kalender werden ingevoerd, is de basis van de juliaanse kalender tot op heden in gebruik.

De Grieken hadden in de Oudheid een op de maan en een op de zon gerichte kalender met maanden van om de beurt 29 of 30 dagen, met om de twee of drie jaar een ingelaste schrikkelmaand. Een van de manieren om de jaren aan te geven was om deze te benoemen binnen een bepaalde “olympiade”, een vierjarige periode tussen twee opeenvolgende Olympische Spelen. (De eerste spelen zouden in 776 v.Chr. hebben plaatsgevonden.) Een van de belangrijkste Griekse kalenders was de Attische kalender.

De Grieken gebruikten zelden een absolute jaartelling. In plaats daarvan kenden zij een relatieve tijdsaanduiding, gebonden aan de regeerperiode van een vorst of aan de ambtstermijn van een magistraat. Bij de oude Grieken had elke polis een eigen lokale kalender, die vaak sterk verschilde van die van een naburige polis. Bijgevolg waren er grote verschillen in tijdsaanduidingen. Elke polis gebruikte daarenboven eigen benamingen voor maanden en had een eigen startpunt voor het nieuwe jaar. De Ionische en Attische kalenders bv. deelden weliswaar enkele maandnamen en Delos deelde enkele maanden met Athene. Naast seizoensgebonden kalenders ontstonden in de loop der tijd religieuze en politieke kalenders met lokale varianten. De eenwording van de Griekse poleis onder Macedonische heerschappij, leidde tot de geleidelijke verspreiding van de Macedonische kalender, die de meest gedocumenteerde Griekse kalender werd.

“In dit boek”, schrijft de auteur, “heb ik het over belangrijke gebeurtenissen en personages uit de westerse geschiedenis die tot dat collectieve geheugen van ons behoren en die ik verbind met een concreet moment, maar net zo goed ook over ogenschijnlijk minder belangrijke ‘mensen en dingen’ die even sprekend zijn voor hun tijd.” Patrick De Rynck zette ook de oude maankalender van de oude Grieken om naar onze kalender en loodst u aan de hand van 365 bijzondere verhalen, dag na dag, doorheen de antieke wereld van de Grieken en Romeinen, van keizers en verraad, over feesten en veldslagen, tot mythische goden, literaire meesterwerken en architectuur. 365 dagen van het jaar (én de ene schrikkeldag) en brengen alle data in beeld.

Patrick De Rynck (1963) is auteur, vertaler, recensent, bloemlezer en (eind)redacteur. Zijn publicaties gaan over de oudheid en haar doorwerking, schilderkunst en erfgoed. Hij beheert de populaire website Hic et Nunc, waar hij samen met tientallen gastauteurs de actualiteit duidt vanuit de oudheid. Ook voor het Gallo-Romeins museum in Tongeren schrijft hij regelmatig stukken over de alomtegenwoordigheid van de oudheid in ons leven.

Patrick De Rynck Dagboek van de oudheid 365 dagen van veldslagen, bacchanalen en goddelijke verhalen geïllustreerd uitg. Lannoo ISBN 9789020975819