Saskia Gras, “Nieuwe Haagse School Bovenal Vrij 1945-1975”, een tentoonstelling in Kunstmuseum Den Haag en alweer een magnifiek kunstboek, uitgegeven door Wbooks.

In de jaren ’50, bloeide er in Den Haag een verrassend vernieuwende en experimentele kunstbeweging, de Nieuwe Haagse School, gekenmerkt door uitbundig kleurgebruik in abstracte, non-figuratieve en modern-figuratieve kunst. Het Kunstmuseum brengt met een tentoonstelling de “Nieuwe Haagse School”, opnieuw onder de aandacht.

Frits Becht (1930-2006) (foto) was de initiator van de groep experimentele, Haagse schilders, bekend als de “Posthoorngroep”, oprichter van de artistieke werkgroep “De Nieuwe Ploeg” uit Voorburg en manager en vertegenwoordiger van de “Groep Atol”, die samen met de groep “Verve” en de groep “Fugare”, de “Nieuwe Haagse School” vormde, een term bedacht door de legendarische Jos de Gruyter (1899-1979) (foto), destijds de hoofdconservator Moderne Kunst van het Gemeentemuseum Den Haag. De term Nieuwe Haagse School wordt weliswaar ook gebruikt voor moderne, Nederlandse architectuur tussen 1925 en 1940.

Eind 19de eeuw buitelden in Frankrijk, België en Duitsland nieuwe schilderstijlen over elkaar heen, van impressionisme en post-impressionisme, tot fauvisme en symbolisme. Deze vernieuwingsgolf ging echter volledig aan Nederland voorbij. Sinds 1870, was de kunstwereld in de ban van het realisme van de Haagse School: polderlandschappen onder grootse wolkenluchten en taferelen uit het leven van de vissersbevolking. Enkele vooruitstrevende kunstenaars organiseerden weliswaar rond de eeuwwisseling internationale tentoonstellingen waardoor Nederlanders konden kennismaken met de artistieke vernieuwingen uit de omringende landen.

De allereerste expressionistische beweging van Nederland ontstond omstreeks 1914, toen een groep jonge kunstenaars geïnspireerd raakte door de internationale avant-garde die steeds vaker te zien was in Nederland. Vanaf dan werkten de kunstenaars van de Bergense School in een gemeenschappelijke stijl die afrekende met het impressionisme. In Bergen in de Nederlandse provincie Noord-Holland, de woonplaats van Adriaan Roland Holst (1888-1976), de “Prins der Dichters”, ontstond nl. een belangrijke schilderschool. In de periode 1880-1940, de ’tweede Gouden Eeuw’, behoorde die School tot de Europese avant-garde.

De Nederlandse schilders en beeldhouwers van vlak na de Tweede Wereldoorlog, actief tussen 1945 en 1975, die we kennen als ‘Nieuwe Haagse School’, wilden ‘Bovenal vrij’ zijn. Géén dogma’s, niet te veel theorieën, geen figuratief maar abstract werk. Er telde maar één ding, en dat was dat je karakter tot uiting kwam in je werk. Vrijheid in vorm en expressie stond centraal. Met ‘Bovenal vrij’ braken de kunstenaars binnen deze beweging, met het keurig imago van hun voorgangers van de Haagse School.

‘Zoals de vogels zingen’, zei Paul Citroen, ‘zo moeten we werken’. Dus de één teer en fijnbesnaard, de ander luid en schel. Subtiele figuratie of radicale expressie, het kon allemaal in Den Haag. ‘Bovenal vrij’ was niet zomaar een uitspraak, maar een gevoel, een levenshouding die tot in de haarvaten van de Haagse kunstwereld en haar bestuurders was doorgedrongen.

De tentoonstelling richt zich op de diversiteit van de Haagse kunstwereld in de decennia na de oorlog, met bijzondere aandacht voor belangrijke kunstenaars, maar die in deze periode vaak onderbelicht zijn gebleven, zoals de kinderboekenillustrator en kunstenares Jenny Dalenoord (foto), Jan van Heel, Quirine Collard (foto) en Willem Schrofer (foto), omstreeks 1948, volop ten tijde van Cobra, opnieuw figuratief ging schilderen. Alle getoonde werken zijn afkomstig uit de eigen collectie van het museum, aangevuld met bijzondere affiches uit een particuliere verzameling.

Het rijk geïllustreerd boek biedt een uitgebreide, kleurrijke kijk op de diversiteit van de Haagse beeldende kunst in de periode 1945-1975. Het boek bevat een overzicht van de Haagse kunstenaarsgroepen, Equipe, Verve, De Nieuwe Ploeg, Posthoorngroep, Atol, Fugare, ODIS, kunstenaars uit Indonesië, Suriname en de Antillen, en “Haagse aquarellisten”, in 1955, opgericht door negen Haagse kunstenaars, de meesten leden van “Pulchri Studio” (foto), een schilderkundig genootschap en galerie voor hedendaagse kunst in Den Haag.  

In 1949, ontstond allereerst de “Posthoorngroep”, genoemd naar het café met kunstzaal “De Posthoorn” in Den Haag. Wie de tentoonstelling wilde zien kon aan het buffet van het café de sleutel ophalen. Het stamcafé was niet alleen een ontmoetingsplek voor kunstenaars, maar ook voor een aantal schrijvers, zoals J.C. Bloem, Clara Eggink, Martinus Nijhoff, A. Roland Holst en Simon Carmiggelt. De “Posthoorngroep” werd in 1962 opgeheven. In 1951 ontstond de groep “Verve”, die zich toelegde op de Haagse, modern-figuratieve interpretatie van de vernieuwingen van de joodse kunstenaars van de “École de Paris”, een term, in 1925, bedacht door de schrijver, tekenaar en kunstcriticus, André Warnod (1885-1960). De groep “Verve” bestond tot 1957.

Als een bijna logisch vervolg op “Verve” werd in 1960, de groep “Fugare” opgericht met het accent op non-figuratieve kunst. Deze groepering bestond tot 1967. Het boek bevat ook 65! biografieën van o.a. de schilder, graficus, fotograaf, schrijver, leraar en postzegelontwerper, Paul Citroen (1896-1983), Charlotte (Lotti) van der Gaag (1923-1999) (foto), één van de belangrijke vernieuwers van de Nederlandse beeldhouwkunst na 1945, Piet Ouborg (1893-1956) en Co Westerik (1924-2018) (foto).

Eerder publiceerde de cultuurhistorica Saskia Gras “Vrijplaats voor de kunsten, De Haagse Vrije Academie – Psychopolis 1947-1982” (uitg. Eburon, 2018) (foto). In 2017, promoveerde Saskia Gras nl. op haar onderzoek naar het kunstonderwijs op de Haagse Vrije Academie. “Vrijplaats voor de kunsten” met foto’s en kunstwerken van studenten en betrokken kunstenaars, waarvan een groot deel in kleur, was de handelseditie van haar uitzonderlijk proefschrift.

Tentoonstelling | Nieuwe Haagse School Kunstmuseum Den Haag

7 september 2025 – 1 januari 2026

Saskia Gras Nieuwe Haagse School Bovenal Vrij 1945-1975 geïllustreerd 256 bladz. Wbooks ISBN 9789462587274