


Julius Benedict (1804-1885) studeerde bij Hummel en Weber, begon als virtuoos pianist en werd later dirigent en operacomponist. In 1835 verhuisde hij naar Engeland, waar hij de daaropvolgende 50 jaar doorbracht als een veelgeprezen componist, docent en schrijver.

Het Oostenrijkse keizerrijk en de Duitse vorstendommen van de 19de eeuw kenden verschillende, belangrijke pianisten/componisten, die op tournee gingen en van wie verschillende ook bekend waren in Engeland. We denken daarbij o.a. aan Cramer uit Mannheim, Thalberg uit Pâquis, nabij bij Genève, Kalkbrenner, geboren tussen Kassel en Berlijn, Moscheles uit Praag, von Bronsart uit Berlijn en zijn echtgenote, Ingeborg, von Henselt uit Schwabach (nabij Nürnberg), en aan Julius Benedict. Deze Duits-Joodse pianist en componist, geboren in Stuttgart, studeerde piano en theorie bij de Duitse pianist, organist, dirigent, muziekleraar en componist, Johann Christian Ludwig Abeille (1761-1838), die net als Carl Maria von Weber, verbonden was aan het hof van koning Friedrich II von Württemberg (1754-1816) en Charlotte Augusta Mathilde van Hannover (1766-1828) (foto’s), (de oudste dochter van de Engelse koning George III), in Stuttgart.



Julius Benedict was reeds op 12-jarige leeftijd een virtuoos. Zijn vader, een rijke bankier, stuurde hem in 1819 naar Johann Nepomuk Hummel in Weimar en op verzoek van zijn vader begon Julius in 1821, te studeren bij Carl Maria von Weber (foto) in Dresden, met wie hij in juni van dat jaar naar Berlijn ging en in 1823, Beethoven bezocht. In die tijd maakte Benedict kennis met de jonge Felix Mendelssohn, die grote indruk op hem maakte. Tegen 1824 behoorde Benedict reeds tot de meest vooraanstaande Duitse musici van zijn tijd en had hij meegewerkt aan opvoeringen van Webers opera’s “Der Freischütz” in Berlijn en “Euryanthe” in Wenen. Hij zette dat jaar zijn indrukwekkende carrière voort als dirigent van het Hoftheater in Wenen en was van 1825 tot 1834, verbonden aan de theaters San Carlo en Fondo in Napels.

Op advies van de beroemde, Spaans-Franse operazangeres, Maria Malibran (1808-1836) (foto) verhuisde Julius Benedict in 1835 naar Londen. In 1836, werd hij muziekdirecteur van het Lyceum Theatre (foto) en in 1838, van het Drury Lane Theatre, tegenwoordig “Theatre Royal Drury Lane” (foto), een beroemd musicaltheater in West End Londen. In het Drury Lane Theatre werden 3 opera’s van hem in première opgevoerd. Van 1845 tot 1878, leidde Benedict het driejaarlijks festival van Norwich in het graafschap Norfolk, nu een stad van 144,000 inwoners, maar met 9 theaters plus een openluchttheater! 

Benedictus’ pianospel was opmerkelijk en jarenlang begeleidde hij de “Monday Popular Concerts” in St. James’s Hall. Hij was tussen 1850 en 1852, de begeleider van de Zweedse sopraan, Jenny Lind (1820-1887) (foto) aan het begin van haar uitgebreide Amerikaanse tournee, maar gaf deze rol in 1851, over aan haar toekomstige echtgenoot, de Duits-joodse pianist en componist Otto Goldschmidt (1829-1907) (samen op de foto). 


Interessant om weten is dat Jenny Lind op tournee ging naar Amerika op uitnodiging van de circusuitbater, Phineas Taylor Barnum ((1810-1891) (foto), die in zijn circus, de rariteitenshow, “The greatest Show on Earth”, exploiteerde. Eén van de voornaamste attracties was een Afrikaanse olifant, die hij in 1882 van de dierentuin in Londen had gekocht. De olifant kreeg een naam, afgeleid van het Swahili, “Jumbo” (foto). Geschat wordt dat 16 miljoen volwassenen en vier miljoen kinderen, Jumbo hebben gezien. Barnum had de zangeres leren kennen tijdens zijn tournee in Europa in 1857, met Charles Sherwood Stratton (1838-1883), een dwerg, bekend als “General Tom Thumb” (foto).
Een nieuwe sensatie was de “Swedish Nightingale”, Jenny Lind, die hij het astronomisch bedrag van 150.000 dollar aanbood voor een monstertournee van 150! concerten (1000 dollar per concert) in de Verenigde Staten. Jenny Lind zong er 93 van en organiseerde de andere onder eigen management. Het grootste deel van de opbrengst van haar tournee, $ 350.000 (zou vandaag $ 13.228.600! zijn), schonk ze aan goede doelen, voornamelijk aan de stichting van gratis scholen in Zweden. 

De vioolvirtuoos Niccolò Paganini (1782-1840) trok overal bomvolle zalen. Toen er eens in Parijs, plotseling omzeggens niets van publiek was, kwam dat omdat het publiek massaal naar een (andere) attractie was getrokken. Op dat moment arriveerde nl. het geschenk van de gouverneur van Ottomaans Egypte, Mehmet Ali (foto) aan koning Karel X van Frankrijk. Mehmet Ali hoopte met zijn geschenk de koning ertoe te bewegen om zijn steun aan de Griekse opstand in te trekken. Toen het geschenk op 9 juli 1827 in Parijs aankwam, waren er 100.000 mensen op de been om het te zien. Het betrof een giraf, “Zarafa” (foto), die vanuit Khartoem in Soedan naar Parijs was gebracht. Samen met Zarafa werd er ook een giraf gestuurd naar de Engelse koning George IV en één naar keizer Frans II in Wenen. Deze dieren stierven echter binnen twee jaar, maar Zarafa kreeg een nieuwe thuis in de Jardin des Plantes in Parijs, waar ze 18 jaar later stierf. 

Overigens, het geschenk was tevergeefs. Op 20 oktober 1827 versloeg een geallieerde vloot, bestaande uit Franse, Engelse en Russische schepen, de Ottomaanse vloot in de Zeeslag in de Baai van Navarino (nu Pylos) aan de westkust van de Peloponnesos, waardoor de Griekse onafhankelijkheid onafwendbaar werd. Deze Zeeslag was de laatste grote zeeslag die uitsluitend met zeilschepen werd geleverd, vóór de komst van stoomschepen, slagschepen en granaten.



Na deze tournee werd Benedict directeur van Her Majesty’s Theatre (foto’s), tegenwoordig het beroemd musical theater in West End, waar van 1986 tot en met maart 2020!, “The Phantom of the Opera” werd gebracht. Benedict overleed financieel hulp behoevend op 81-jarige leeftijd in Londen. Om hem te helpen was er in 1884, met koninklijke steun en met een benefietconcert in de Royal Albert Hall, het “Sir Julius Benedict Testimonial Fund” opgericht.
Als begenadigd pianist verloor Benedict nooit zijn interesse in het spelen, lesgeven en componeren voor de piano. Veel van zijn pianostukken waren arrangementen en fantasieën, gerelateerd aan populaire melodieën, liederen en aria’s, bv. zijn Variaties op “Carnaval de Venise” voor fluit en piano. Zijn bekendste werk is de opera “De Lelie van Killarney” (Covent Garden, 1862), maar de muziek voor zijn eigen instrument getuigt van zijn vroegrijp talent. Dit is het duidelijkst te horen in de hier opgenomen Pianosonate nr. 1 in E uit 1823, waar nieuwigheid en betoverende modulaties samengaan met de invloed van zijn docenten. De kleinere stukken tonen zijn smaak, finesse en volwassenheid, terwijl het “Andante en Rondo Brillante”, een schitterend pronkstuk is.
Ongetwijfeld hebben Benedicts onberispelijke muzikale afkomst en voorbeeldige opleiding een blijvende invloed gehad op zijn muzikale visie. In tegenstelling tot sommige populaire componisten uit zijn tijd die voor het muziektheater schreven, bezat Benedict een eersteklas compositietechniek en een aanzienlijke vaardigheid en vindingrijkheid in zijn creatieve werk. Dit wordt bevestigd in Benedicts latere composities in oratorium- en cantatevorm, waarin hij zich bekwaamde in contrapuntisch schrijven, wat in zijn opera’s niet mogelijk zou zijn geweest. In de opera’s zelf evolueerde zijn vaardigheid in het schrijven in de Rossiniaanse stijl echter geleidelijk naar een stijl die beter paste bij het ballade-operaformaat dat destijds door het Britse publiek werd geprefereerd. Benedictus werd in 1871 tot ridder geslagen.

De Italiaanse pianist, Nicolò Giuliano Tuccia (1999) studeerde in 2022 af aan het Conservatorium van Cesena (foto), samen met Forlì, de hoofdstad van de provincie Forlì-Cesena in Emilia-Romagna. Hij heeft meer dan 50 prijzen gewonnen op belangrijke nationale en internationale pianowedstrijden, waaronder de eerste prijs op de MAP International Music Competition in Los Angeles, en speelde op prestigieuze podia in heel Europa en Italië, zoals het Teatro Municipal de Bologna, de St. Marie Perivale-kerk en de Steinway Hall in Londen, en de concertzaal van het IIC in Berlijn. In 2024 toerde hij met werken van Franz Liszt en Julius Benedict door Polen (Gdansk, Warschau en Krakau) en maakte opnames voor het label Naxos. In 2025 werd hij uitgenodigd voor een recital in het prestigieus Klavierhaus in New York.
Tracklist:
Piano Sonata No. 1 in E Major, Op. 2
Scherzo in E Major
Etude für die linke Hand allein
Etude in A-Flat Major
Rêverie, Op. 39
Gigue écossaise
Andante and Rondo Brillante in A-Flat Major



Julius Benedict Piano Works Sonata n°1 Andante & Rondo Brillante Rèverie Nicolò Giuliano Tuccia cd Naxos 8.574586