![]()

![]()
Arrigo Boito (1842-1918) componeerde slechts 2 opera’s. Hij wordt tegenwoordig omzeggens enkel en alleen nog herinnerd als librettist en als de componist van zijn enige, voltooide Faust-opera uit 1868, “Mefistofele”, één van de meest originele, Italiaanse opera’s uit de 19de eeuw. De partituur voor “Nerone” bleef echter door het overlijden van de componist onvoltooid. Ontdek deze uitzonderlijk opera o.l.v. de Italiaanse dirigent, Francesco Cilluffo.



Arrigo Boito (foto) schreef de libretti voor verschillende Italiaanse componisten, voornamelijk van opera’s van Verdi (samen op de foto) (“Simon Boccanegra”, “Otello”, Falstaff), maar ook voor Ponchielli (“La Gioconda”) en Faccio (“Amletto”). Hij vertaalde ook Webers “Der Freischütz” en Wagners “Rienzi”. Samen met zijn broer Camillo behoorde hij tot de Scapigliatura-groep (“movimento letterario della Scapigliatura”), een Lombardische kunstenaarsgroep van dichters, schrijvers, musici, schilders en beeldhouwers, die bestond tussen 1860 en 1880. Scapigliatura was het Italiaans equivalent van het Franse ‘bohème’ (bohemien). Het gedachtengoed van de groep was gekenmerkt door antiburgerlijk protest, verzet tegen de retoriek van het Risorgimento en kritiek op kerk en religie. Ze verheerlijkten echter de zinnelijke liefde en het kwaad. De term Scapigliatura was afgeleid van de roman “La Scapigliatura e il 6 Febbraio” van Cletto Arrighi, pseudoniem van Carlo Righetti (1830-1906), éen van de voorlopers van de beweging.
De belangrijkste Italiaanse inspiratiebron voor de Scapigliati waren de invloedrijke esthetische theorieën in zijn essays “Le Tre Arti”, van de schrijver en journalist Giuseppe Rovani (1818-1874), auteur van de roman “Cento Anni”, een anticonformistische en charismatische figuur aan de rand van de literaire wereld van Milaan, de stad waar de beweging zich voor het eerst ontwikkelde via literaire ‘cenakels’, die bijeenkwamen in tavernes en cafés. Het trok de aandacht en schandaliseerde de conservatieve en katholieke kringen van Italië met vele pamfletten, tijdschriften en magazines. De groep droeg ook bij aan de introductie van Wagners muziek in Italië, met de musicus Franco Faccio (1840-1891) (foto) (foto), die de eerste Italiaanse uitvoeringen van “Die Meistersinger von Nürnberg” dirigeerde.
Arrigo Boito (foto) sloot zich in 1862, Milaan aan bij deze revolutionaire intellectuelenbeweging, in wier kringen hij een jaar of vijf verbleef. In die periode schreef hij een libretto voor Franco Faccio’s opera “Amleto” (1865). Samen met Faccio nam hij trouwens in 1866, als vrijwilliger dienst in de vrijheidsstrijd tegen de Oostenrijkers. Toen in 1866 de Pruisisch-Oostenrijkse Oorlog uitbrak, moedigde Napoleon III het verenigde Italië nl. aan in alliantie te treden met Pruisen. Dit werd de voorbode van de Frans-Pruisische Oorlog van juli 1870 tot 10 mei 1871, waarin Italianen aan de zijde van Pruisen tegen de Fransen vochten.


Frankrijk was beducht geraakt voor de snel groeiende Pruisisch-Duitse macht. Tot 1870 was Frankrijk nl. dé overheersende natie op het vasteland in Europa geweest, maar zag zijn dominante positie nu bedreigd door de Noord-Duitse Bond onder leiding van kanselier Otto von Bismarck. De oorlogsverklaring van Frankrijk aan Pruisen paste in het plan van Bismarcks “Realpolitik”, het verenigen van de Duitse staten tot één Duits Rijk. Dit werd door Frankrijk en Oostenrijk geblokkeerd omdat zij op het Europees continent, naast henzelf en Rusland, geen vierde grootmacht wilden.

“Nerone” werd voltooid door de componisten Vincenzo Tommasini (1878-1950) (foto), een gewezen leerling van Max Bruch in Berlijn en Antonio Smareglia (1854-1929) (foto), de componist van de opera, “Nozze istriane” uit 1895, samen met Arturo Toscanini (foto), die in 1924, de wereldpremière dirigeerde in het Teatro alla Scala in Milaan. De pianotranscriptie werd voorbereid door Ferrucio Calusio (1889-1983).


Het verhaal concentreert zich op keizer Nero (54–68 n. Chr.) ten tijde van een conflict tussen het geloof in keizerlijke Romeinse goden en het christendom, en eindigt met tragische drama’s te midden van de Grote Brand van Rome. Met invloeden van onder andere Wagner en Sibelius gebruikt Boito’s zelden uitgevoerde Nerone een uitzonderlijk opwindend harmonisch palet, dat tot uiting komt in immense, meesterlijke orkestrale kracht.
“Nerone” (“Nero”), een opera in vier akten op een in het Italiaans geschreven libretto door de componist zelf, bestaat uit een reeks fictieve scènes uit het keizerlijke Rome ten tijde van keizer Nero, die in de figuur van Asteria, een jonge vrouw die verscheurd wordt tussen haar liefde voor Nero en haar christelijke sympathieën, de spanningen tussen de keizerlijke religie en het christendom uitbeelden, De opera eindigt met de “Grote Brand van Rome” op 19 juli 64 n.Chr. Volgens Tacitus en latere christelijke tradities gaf keizer Nero nl. de christelijke gemeenschap in de stad de schuld van de verwoesting, wat het begin was van de eerste christenvervolging in het rijk.


De vijfde akte, waarin de keizer ten prooi valt aan waanzin, werd wel tekstueel voltooid, maar niet compositorisch. Boito had ook een prozaversie geschreven, in vijf akten, die zijn eerste doel vertegenwoordigde, met een slotakte die in de opera ontbreekt. In deze akte krijgt Nero een psychische inzinking tijdens het reciteren van de Orestes, na de verschijning van de geest van Agrippina. In de openingsscène van het drama, probeerde Nero de geesten en de woede van zijn moeder te sussen. Deze akte, aanvankelijk wel aanwezig in het libretto, werd op advies van de uitgever Ricordi geschrapt.
De première vond postuum plaats in La Scala op 1 mei 1924, gedirigeerd door Arturo Toscanini. De opera werd bij de première zeer goed ontvangen en het toen onlangs herbouwde operagebouw van Rome opende in 1928 zijn eerste seizoen met Nerone. Sindsdien is het echter slechts zelden opgevoerd, zelfs niet in Italië. De Amerikaanse première vond pas plaats in april 1982, toen het in een concertversie werd uitgevoerd door het Opera Orchestra of New York o.l.v. de Amerikaanse dirigent en emerita artistiek directeur van het Opera Orchestra of New York (OONY), Eve Queler (1931) in Carnegie Hall. Ook Pietro Mascagni componeerde trouwens een opera “Nerone” (Milaan 1935).
Rolverdeling:
Mikheil Sheshaberidze, Nerone (tenor)
Franco Vassallo, Simon Mago (bariton)
Roberto Frontali, Fanuèl (bariton)
Valentina Boi, Asteria (sopraan)
Deniz Uzun, Rubria (mezzosopraan)
Dongho Kim, Tigellino (bas)
Vassily Solodkyy, Gobrias (tenor)
Het Coro del Teatro Lirico di Cagliari, Orchestra del Teatro Lirico di Cagliari staan o.l.v. Francesco Cilluffo.
Francesco Cilluffo (1979), chef-dirigent van de Wexford Festival Opera, werd geboren in Turijn, waar hij afstudeerde in directie en compositie aan het conservatorium en muziekgeschiedenis aan de universiteit (DAMS). Hij behaalde een masterdiploma aan de Guildhall School of Music & Drama en een doctorstitel aan King’s College London. Later werkte hij als assistent samen met Michael Tilson Thomas, John Eliot Gardiner, Asher Fisch, John Mauceri en Lothar Zagrosek.
Het befaamd Orchestra del Teatro Lirico, opgericht in 1933, heeft sinds zijn oprichting een internationale reputatie opgebouwd door samenwerkingen met vooraanstaande Italiaanse dirigenten zoals Tullio Serafin, Vittorio Gui en Antonino Votto, en componisten zoals Ottorino Respighi, Ermanno Wolf-Ferrari en Alfredo Casella. Het orkest heeft ook samengewerkt met dirigenten zoals Mstislav Rostropovich, Ton Koopman, Iván Fischer, Carlo Maria Giulini, Gennady Rozhdestvensky, Rafael Frühbeck de Burgos, Neville Marriner en Christopher Hogwood, en werkte regelmatig samen met Lorin Maazel, tijdens een tournee door Europa in 1999.
Het Coro del Teatro Lirico heeft in meer dan honderd operaproducties opgetreden en beschikt over een breed symfonisch repertoire. Het staat momenteel onder leiding van Giovanni Andreoli. Het koor heeft samengewerkt met talloze dirigenten, waaronder Ton Koopman, Frans Brüggen en Georges Prêtre, en met dirigenten als Dario Fo, Luca Ronconi en Denis Krief. In 2003 speelde het koor delen uit Gershwins Porgy and Bess met de New York Philharmonic en Lorin Maazel, en in 2004 speelde het in Mahlers Tweede symfonie met het Philharmonia Orchestra en Esa-Pekka Salonen. Samen met het Coro del Teatro Lirico heeft het orkest talloze opnames gemaakt, onder meer voor de labels Naxos en Unitel. Het koor en orkest maakten in 2018 ook een tournee naar New York, onder leiding van Donato Renzetti, waar ze optraden met L’ape musicale aan de Columbia University en Oratorio for the Benefit of the Orphan Asylum uitvoerden in de basiliek van de oude kathedraal van St. Patrick.


Arrigo Boito Nerone Sheshaberidze Vassallo Frontali Boi Uzun Orchestra del Teatro Lirico di Cagliari Francesco Cilluffo 2 cd Naxos 8660582-83

