Dirk Collier, “Keizers van de Taj, Glorie en ondergang van het Mogolrijk”, een uitzonderlijke uitgave van Academia Press.

Wat zegt de geschiedenis van de Mogols over religieuze tolerantie, over macht en cultuur, over de rol van erfgoed in de moderne tijd, en waarom blijft deze dynastie relevant, niet alleen voor het Indiase subcontinent, maar ook daarbuiten? Lees in dit uitzonderlijk erudiet en verrijkend boek, het meeslepend, schitterend verhaal over het rijk verleden van de legendarische Mogoldynastie en de geschiedenis van India, en verneem alles over de blijvende erfenis van de Mogols binnen de wereldgeschiedenis.

“Het vroeger algemeen gangbare Perzische woord ‘Hindustān’ (Hindoestan)”, zo vertelt de auteur, “betekent: het land van de Indus. Of, om meer precies te zijn: het land achter de Indus, daar waar de Vedische (hindoe)beschaving algemeen verspreid was en nog steeds is. In de enge betekenis van het woord verwijst het enkel naar het noorden van het subcontinent, van de toppen van de Himalaya tot en met het stroomgebied van de Indus (Sindh), de Ganges (Ganga) en de Brahmaputra; maar in de bredere betekenis omvat het ook Zuid-India en Sri Lanka”. “Groot-India (Greater India)”, zo vervolgt hij, “wordt tegenwoordig meestal gedefinieerd als de drie grote landen die zijn ontstaan uit de splitsing van Brits-India in 1947, Pakistan in het westen, de Republiek India in het midden en Bangladesh in het oosten, aangevuld met de eveneens voornamelijk of gedeeltelijk hindoeïstische landen Nepal en Bhutan in de Himalaya, en Sri Lanka in het uiterste zuiden”.

De in dit boek in 7 hoofdstukken, uitvoerig besproken, meer dan 5.000 jaar Indiase geschiedenis, kan vóór de komst van de Britten, grotendeels opgesplitst worden in 2 grote perioden, het hindoe-islamitische tijdperk (1100-1857) en de tijd van de kleinere of Lesser Mughals 1707-1857). In het boek ontdekt u de heersers over het Mogolrijk, Babur, Humayun, Akbar de Grote (foto), Nuruddin Salim Jahangir (foto), Shah Jahan en Aboe Moezaffar Moḥī-oed-Dīn Mohammed Aurangzeb Ālamgīr (Aurangzeb) (foto).

Na de sultanaten van Delhi (1192-1526), bestond het Mogolrijk met daarin de roemrijke periode van de Grootmogols (1526-1707) (foto), van 1526 tot 1857. Dit rijk dat bijna 4 eeuwen bestond, werd gevolgd door het Maratharijk (1713-1818), het rijk van de Sikhs (1799-1849) en het Afghaans (Durrani) rijk (1747-1862). Het Maratharijk ontstond uit een opstand tegen de Mogolkeizer Aurangzeb onder de charismatische leider Shivaji (1630-1680) (foto). Na de onafhankelijke sultanaten van Delhi in het zuidoosten van India, beheersten de Maratha’s in de 18de eeuw het gebied (Dekan of Deccan, een groot deel van het huidige India en Pakistan), maar werden daarna in een reeks oorlogen door de Britten onderworpen.

De verdere geschiedenis werd beheerst door de British East India Company (1757-1858), gevolgd door de British Raj (Brits bestuur van 1858 tot 1947), en de Indiase Prinselijke Staten (1721-1949), vanaf 1858, de Indiase vorstenlanden (Princely States), formeel onafhankelijk maar onder Britse voogdij. In augustus 1947 kwam de Onafhankelijkheid en de opsplitsing.

De vroege Mogolkeizers waren geen Mongolen, maar Centraal-Aziatische Turken, zo lezen we. Babur (1483-1530), de stichter van India’s beroemdste dynastie, werd geboren in de Fergana-vallei in Centraal-Azië in wat nu het grensgebied is tussen Oezbekistan, Tadzjikistan en Kirgizië. Hij was in mannelijke lijn de achter-achter-achterkleinzoon van de roemruchte veroveraar Timoer Lenk of Tamerlane (1336-1405) en was via zijn moeder, een afstammeling van Genghiz Khan. “Hij was een typisch vijftiende-eeuwse, Centraal-Aziatische Turk, een kind van de Zijderoute met haar typische Turks-Perzisch-islamitische mengcultuur”, schrijft Collier. “De Mogolkeizers noemden zichzelf de Silsila-i-Gurkaniyya, de dynastie van de Goerkanieden, een verwijzing naar het woord Gurkan of ‘schoonzoon’, de eretitel van hun roemruchte voorvader Amīr Temür, in het Westen beter bekend als Timoer, Timoer Lenk of Tamerlane”. Bahadur Shah II, de allerlaatste Mogolkeizer, een zachtmoedige, minzame, tolerante soefimoslim (sic) was een van hindoes afstammende Indiër.

“De geschiedenis van de Indiase Mogoldynastie is een caleidoscoop van pracht en praal, hartstocht en macht, verraad en verlangen. Met de wereldberoemde Taj Mahal als fonkelend symbool van haar cultureel nalatenschap, blijft deze dynastie tot de verbeelding spreken”, schrijft de auteur.

Na de Indusbeschaving (Harappacultuur) (ca. 3300-1300 v.C.) en de Vedische beschaving (ca. 1500-500 v.C.), verspreidde zich in India van 500 tot 200 v.C., het boeddhisme en jaïnisme. De klassieke hindoebeschaving (200 v.C.-1100 n.C.) was de pre-klassieke periode van de grote epossen en de Purana’s, het Gupta-rijk, de ‘gouden eeuwen’ van het hindoeïsme (320-550 n.C.) en de Laat-klassieke beschaving en politieke versnippering (650-1100 n.C.).

“De beruchte horde van Genghiz Khan”, zo lezen we, “was een coalitie van verschillende Mongools- en Turkssprekende buurvolkeren of stammen, die in de veroverde gebieden cultureel en religieus volledig geassimileerd werd door de volkeren die ze veroverd had. In het oosten werden ze Mantsjoe- of Chineessprekende boeddhisten en taoïsten, en in Centraal-Azië namen ze de lokale Turks-Perzische islamitische cultuur over”.

In de proloog wordt nader ingegaan op de Centraal-Aziatische oorsprong van de dynastie en op de geschiedenis van de islam in India, en de epiloog is een korte samenvatting van wat er na het einde van de Mogoldynastie is gebeurd. Dit boek is een epos, dat leest als een klassiek drama, groots en meeslepend, vol menselijke emoties en historische intriges. Maar, meer dan een fascinerend verhaal, werpt het ook een scherpe blik op thema’s die nog steeds actueel zijn, van religieuze diversiteit en machtspolitiek tot culturele bloei en verval. Het is een uitstekend geschreven, grondig onderzocht en fascinerend meeslepend stuk geschiedenis over leiderschap, tolerantie en visie, bloei en verval, relevant voor de wereld van vandaag. “Keizers van de Taj” is een herwerkte vertaling van “The Great Mughals and Their India”, in 2016 uitgegeven door Hay House Publishers in Delhi. Een immense meerwaarde. Zeker lezen!

Dirk Collier (1956), is bestuurder van vennootschappen en lid of erelid van verschillende raden van bestuur, auteur van verschillende boeken en artikels, voornamelijk over geschiedenis, recht en filosofie. In 2011, verscheen “The Emperor’s Writings, Memories of Akbar the Great”, heruitgegeven onder de titel “Akbar’s Farewell, Letters from a Father” (Amaryllis, Delhi, 2024), een historische roman over het leven van de Indiase Grootmogol Akbar de Grote. Het boek werd vertaald in het Nederlands onder de titel “Afscheid van de keizer”, en in het Turks onder de titel “Ekber Ȿah” (Kaknüs, Istanbul, 2019).

In december 2013, publiceerde hij het essay “Paths to Peace: Religion, Ethics & Tolerance in a Globalising World”, met een voorwoord door Herman Van Rompuy, Erevoorzitter van de Europese Raad (Vakils, Mumbai). Een non-fiction geschiedenis van de Mogoldynastie verscheen in 2016 onder de titel “The Great Mughals and Their India” (Hay House India, Delhi).

Dirk Collier Keizers van de Taj Glorie en ondergang van het Mogolrijk 439 bladz. uitg. Academia Press ISBN 9789020992366