


Na zijn succes met “Idomeneo” in de Lindenoper in Berlijn, begeleidt Simon Rattle (1955) met zijdezachte strijkers, vlekkeloze blazers, een van schoonheid bedwelmende cast eersteklas zangers, de Britse tenor Andrew Staples in de veeleisende titelrol, de sopraan Sabine Devieilhe en de mezzosopraan Magdalena Kožená als de ontroerende geliefden Ilia en Idamante en de sopraan Elsa Dreisig als de jaloerse en wanhopige Elettra. Een nieuwe live-opname vanuit de Hercules Hall in München van de bovenste plank, een uitvoering van de hoogste orde.

In 1786, componeerde Mozart een concertaria, “Ch’io mi scordi di te?… Non temer, amato bene”, K505. Eerder dat jaar had hij voor een privéoptreden in het paleis van Prins Auersperg in Wenen, een muzikaal slechts in de verte verwante partituur geproduceerd op basis van dezelfde tekst, als een invoeg-aria voor het personage Idamante in een herziene versie van zijn opera “Idomeneo” uit 1781. Voor die versie herwerkte Mozart de rol van Idamante (oorspronkelijk een castraat) voor een tenorstem. De K. 505-versie werd weliswaar gecomponeerd voor de Engelse sopraan, Nancy Storace (1765-1817) (foto), waarschijnlijk voor haar afscheidsconcert uit Wenen in februari 1787 in het Theater am Kärntnertor. Mozart speelde hoogstwaarschijnlijk zelf de obbligato klavierpartij. “Non temer, amato bene”, K. 490 heeft trouwens ook een obbligato vioolpartij. Men dacht dat de woorden van de aria afkomstig waren van Lorenzo Da Ponte, maar ze waren in beide gevallen, met uitzondering van het kort recitatief, precies die van Varesco’s origineel Idomeneo-libretto uit 1781.

Met zijn dramma per musica, “Idomeneo, Rè di Creta” (KV 366) op een libretto van Giambattista Varesco, over de Kretenzische koning, die na zijn terugkeer uit de Trojaanse Oorlog, gedwongen wordt Idamante, zijn zoon, op te offeren, vernieuwde Mozart in 1781, het genre, dat men toen ouderwets en achterhaald vond. Met dit omvangrijk en ambitieus opdrachtwerk van het Residenztheater in München opende hij een reeks opera’s.
Mozart hoopte een positie als kapelmeester aan het hof van München te verwerven en Salzburg te kunnen verlaten, maar dit bleek ijdele hoop. Zijn ambitie resulteerde weliswaar in een meesterwerk met veeleisende aria’s en genuanceerde rolverdelingen, een virtuoze orkestpartij en diverse grote koorscènes in een verhaal vol goden, stormen en monsters. Het orkest en gezelschap dat hij tot zijn beschikking had, waren uitstekend. Keurvorst Carl Theodor (foto) had in Mannheim een uitstekend en zeer beroemd orkest opgebouwd en na de Beierse Successieoorlog zijn hof naar München verplaatst. Mozart beschikte in München over een volledig blaasorkest, fluiten, hobo’s, klarinetten en fagotten per twee, vier hoorns en zelfs drie trombones.
Mozart zou de ervaren tenor Anton Raaff (66 jaar) in de titelrol hebben. Zijn stem stond bekend als zeer mooi en zou ook de jonge castraat Vincenzo dal Prato als Idamante kunnen casten. Twee leden van de familie Wendling zouden de sopraanrollen zingen – en een paar andere leden speelden mee in het orkest. De première werd gedirigeerd door Christian Cannabich, die had bijgedragen aan het creëren van de typische Mannheimse klank. Het was trouwens wederom in München dat in de jaren 1880 de heropleving van Mozarts opera’s begon o.l.v. Richard Strauss. In Engeland werd Idomeneo in 1951, voor het eerst in een eersteklas productie gebracht in Glyndebourne o.l.v. Fritz Busch, met Richard Lewis in de titelrol.


Een storm raast over het eiland Kreta; het dwingt koning Idomeneo, die terugkeert van de Trojaanse Oorlog, een noodlottige belofte aan Neptunus te doen. Als de woedende zeegod hem toestaat het eiland veilig te bereiken, zal hij de eerste mens die hij tegenkomt offeren. Aangekomen aan de kust ontmoet Idomeneo, uitgerekend, zijn zoon Idamante. En de onvergeeflijke wereld van de goden lijkt erop aan te dringen dat de belofte wordt vervuld… De storm die Mozarts muziek zo krachtig oproept, woedt ook in de personages van de opera. Vader en zoon, de twee van elkaar vervreemde koninklijke dochters Ilia en Elettra, die hopen op betere tijden na de traumatiserende oorlog, zijn met z’n allen hulpeloos overgeleverd aan de krachten van de natuur en hun emoties.
![]()

“Idomeneo” is al lang één van Sir Simon Rattle’s (foto) favoriete stukken en hij dirigeerde de opera al eerder. Hij dirigeerde Idomeneo nl. reeds in 2003 in Luzern en in Glyndebourne in een productie van Peter Sellars, en het jaar daarop in Salzburg. Simon Rattle debuteerde trouwens als operadirigent in 1975, op 20-jarige leeftijd op het Glyndebourne Festival. Aan het hoofd van het Orchester des Bayerischen Rundfunks kreeg de Britse dirigent de kans om het werk in München, in de stad waar het werk werd gecreëerd, opnieuw leven in te blazen. Mozarts grote opera gaf hem de kans om direct na zijn aantreden als nieuwe chef-dirigent van het Koor en Symfonieorkest van de Beierse Radio in het najaar van 2023, intensief met het koor samen te werken en zijn betrokkenheid bij de historische uitvoeringspraktijk in München verder te verdiepen.
Rattle wordt vergezeld door een eersteklas cast van Mozartzangers, de sterke, Britse tenor Andrew Staples in de veeleisende titelrol, sopraan Sabine Devieilhe en mezzosopraan Magdalena Kožená als de ontroerende geliefden Ilia en Idamante (een broektol), en de woest triomfantelijke maar sensueel verleidelijke sopraan Elsa Dreisig als de jaloerse en wanhopige Elettra. Het koor, 5 koorsolisten en het orkest zorgen voor een fris, veerkrachtige en ritmisch levendige, uitstekend in balans gebrachte klank. 
De tijdloze mezzosopraan Magdalena Kožená (foto) vormt een verbluffende vocale drie-eenheid met de buitengewoon uitmuntende Sabine Devieilhe en de woedende demonische kracht van Elsa Dreisig. Magdalena Kožená maakte trouwens al bijna meer dan twintig jaar geleden, deel uit van Simon Rattle’s Idomeneo. Zij zong bv. reeds in 2006, 4 aria’s uit Idomeneo op de cd “Operatic Arias” (Archiv/DGG) met het Orchestra of the Age of Enlightenment o.l.v. Rattle.

Haar Idamante bleef de jongeman, verloren in de liefde, die in de trillende klankkleur de uitdrukking vindt van een volkomen spontane hartstocht. Net als Ilia heeft Sabine Devieilhe (foto) de lichtheid, maar ook de ernst, en de passende pastelkleuren om een “Zeffiretti lusinghieri” van onweerstaanbare melancholie te bereiken, terwijl Elsa Dreisig (foto), één en al ingehouden woede en genereuze harmonieën, de valkuilen aangaat waarmee Mozart de aria’s van Elettra bestrooide met een muzikaliteit en integriteit die bewondering afdwingen. Eén van de meest opwindende momenten van de opera, in de overgang van de barokke seria naar de preklassieke hervormingsopera van Gluck. Elettra, Agamemnons dochter, roept woedend de goden aan, en een zeestorm, aangewakkerd door de woedende zeegod Neptunus, breekt los, waarbij zeelieden om hulp smeken. Zelden was zo’n dramatisch geladen moment van woede en verdriet op het toneel uitgebeeld, een scenisch keerpunt zo opwindend als in “Idomeneo”.


In “Idomeneo”, Mozarts grootste kooropera, kan het wonderbaarlijk goed Koor van de Beierse Radio zich vocaal volledig in uitleven. Bovendien experimenteerde Mozart in Idomeneo, meer dan in zijn andere opera’s, met oude vormen en nieuwe gevoeligheden. Hij vond verrassende oplossingen, bv. wanneer vier personages hun gevoelens uiten in een kwartet, wat nieuw was voor die tijd. Een dergelijk vocaal kwartet zou opnieuw een hoogtepunt bereiken in opera “Così fan tutte”, voor het opgevoerd in 1790 in Wenen.
Rolverdeling:
Andrew Staples, tenor (Idomeneo)
Magdalena Kožená, mezzosopraan (Idamante)
Sabine Devieilhe, sopraan (Ilia)
Elsa Dreisig, sopraan (Elettra)
Linard Vrielink, tenor (Arbace)
Allan Clayton, tenor (Hogepriester van Neptunus)
Tareq Nazmi, bas (Stem van het Orakel)
Sebastian Klinger cello en Tim Ribchester klavecimbel: continuo



Mozart Idomeneo Andrew Staples Magdalena Kožená Sabine Devieilhe Elsa Dreisig Chor und Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks Sir Simon Rattle 3 cd BR-KLASSIK 900215