


Piet Mondriaan (1872-1944) en Bart van der Leck (1876-1958) stonden aan de basis van dé grote vernieuwing in de schilderkunst. In dit boek staan hun beslissende ontmoeting in 1916, en de spannende artistieke dialoog die daardoor op gang kwam, centraal. Niet te missen!

In november 1917 verscheen het eerste exemplaar van het tijdschrift “De Stijl”. Redacteur was de schilder, dichter, romanschrijver, typograaf, fotograaf, interieurontwerper en architect, Theo van Doesburg (1883-1931). 100 jaar na het ontstaan van “De Stijl” organiseerde het Gemeentemuseum Den Haag, de tentoonstelling ‘Piet Mondriaan en Bart van der Leck – De uitvinding van een nieuwe kunst”. Het museum heeft nl. werelds grootste Stijl-collectie.
Piet Mondriaan en Bart van der Leck stonden meer dan honderd jaar geleden in het Noord-Hollandse Laren met hun volledig abstracte kunst aan de basis van kunstzinnige en visuele vernieuwingen in de schilderkunst van die tijd. Primaire kleuren en horizontale en verticale lijnen en verhoudingen moesten uitdrukking geven aan een totaal nieuw concept en besef van kunst.
Piet Mondriaan werd bekend door zijn abstracte en non-figuratieve stijl. Zijn wereldberoemde schilderijen met composities in rood, geel en blauw met horizontale en verticale lijnen verschenen weliswaar pas vanaf 1925. Piet Mondriaan, de francofiele schilder met literaire aspiraties uit een streng gereformeerd gezin, trok voor de eerste keer naar Parijs in 1911. Hij bleef er tot 1914. Na zijn periode in Laren, keerde hij in 1919 terug naar zijn oud Parijs atelier aan de Rue du Départ waar hij tussen coryfeeën als Picasso, Salvador Dalí, Josephine Baker en Le Corbusier, als een ster aan de rand van het cultureel firmament schitterende. In zijn klein, vijfhoekig atelier in de desolate stationsbuurt van Montparnasse, was alles rechthoekig en in wit, zwart of in primaire kleuren geschilderd.

Na zijn kubistische werken (foto’s), werden Mondriaans utopische composities iconisch en internationaal. Kunst was een spiritueel middel om universele harmonie te bereiken. Hij introduceerde de variabele, dubbele lijn en vond zichzelf daarmee opnieuw uit als profeet van een paradijselijke toekomst van de mensheid. Door het kosmisch evenwicht van de harmonische verhoudingen tussen horizontalen en verticalen met verhoudingen waarvan de regels bepaald werden door een onaantastbare, universele en objectieve geest, bracht Mondriaans kunst terug tot zijn meest elementaire vorm, in primaire kleuren, wit grijs en zwart.
Geïnspireerd door de theosofie, was Mondriaans kunst (foto) vergeestelijkte, apollinische sublimering van libido. Mondriaans onbewogenheid der ziel en destructie van lichamelijkheid inspireerde Yves Saint-Laurent en oogstte bijval van El Lissitzky. Het zou uiteindelijk de meest herkenbare kunst uit de geschiedenis worden.


Bart van der Leck kwam werkte in de jaren 1890, in enkele Utrechtse glasschilderateliers en was aanvankelijk illustrator en boekbandontwerper. Naderhand ontwikkelde hij een eigen stijl, bestaande uit gestileerde en vereenvoudigde vormen, zonder perspectief, geschilderd in uitsluitend primaire kleuren.


In 1916 ontmoette Van der Leck, Mondriaan voor het eerst en in 1917 werd hij door Van Doesburg uitgenodigd om voor De Stijl te schrijven. Omdat Van der Leck in zijn schilderijen lijn en vlak nog duidelijker van elkaar scheidde, en de ‘voorstelling’, voor zover die nog aanwezig was, nog verder ‘deconstrueerde’, oefende hij invloed uit op de ontwikkeling van Mondriaan (Compositie in lijn, 1916-1917) (foto) en Van Doesburg (Ritme van een Russische dans, 1918) (foto).

Mondriaan was rond 1914 geïnteresseerd geraakt in de ruimte die zich voordoet tussen de toeschouwer en het schilderij, en hoe die ruimte door ervaring van het schilderij tot leven kon worden gebracht. Als de kunstenaars met elkaar kennis maakten bleek dat ze dezelfde fascinaties en aspiraties hadden. In de loop van 1916 en 1917 ontspon zich een bijzondere wisselwerking tussen beide kunstenaars. “De Stijl” was geboren.
Voorjaar 1918, verliet Van der Leck (foto) de groep echter vanwege een artistiek meningsverschil met Van Doesburg en Mondriaan over het gebruik van vlakken en (diagonale) lijnen. Ook nam Van der Leck het op voor Peter Alma (1886-1969), over wiens werk (foto) Van Doesburg een negatieve recensie had geschreven in De Stijl. Aan de Académie Humbert in Parijs (1907-1914), was Alma bevriend geraakt met Piet Mondriaan. Hij woonde nl. in het ateliercomplex 26, Rue du Départ waar ook Mondriaan woonde.

In 1914, vestigde Alma zich met Mondriaan in Laren en raakte er in 1916, betrokken bij de geboorte van het tijdschrift, “De Stijl”. Maar, anders dan Mondriaan, zocht Alma onder invloed van het Russisch constructivisme en suprematisme na de revolutie in 1917, naar de mogelijkheden om binnen de kunst, de gemeenschap en de klassenstrijd te dienen. Hij woonde zelfs in 1921, de 3e Communistische Internationale in Moskou bij, waar hij contact maakte met o.a. El Lissitsky, Tatlin (foto) en Malevitsj.
In dit boek is er met uiterst deskundige teksten van wel 10 auteurs, en met o.a. een analyse van drie schilderijen en twee studies van Bart van der Leck uit 1917, voor het eerst een precies verslag gedaan van het ontstaan van het tijdschrift “De Stijl”, waarin Piet Mondriaan en Bart van der Leck een beslissende rol speelden, en is er voor het eerst een uitgebreid, materieel technisch verslag van hun manier van werken. Niet te missen!

Piet Mondriaan & Bart van der Leck, de uitvinding van een nieuwe kunst Laren 1916-1918, 168 bladz. geïllustreerd Wbooks ISBN 9789462581937