


De “Messa a quattro voci con Violoncelli, Fagotti, Basso, ed Organo” uit 1793, was een voorbeeld van een bepaald type religieuze muziek aan het 18de eeuws, Portugese hof. Een instrumentaal ensemble, 2 celli en 2 fagotten, waarbij de baspartij aan een contrabas en het orgel werd toegewezen, begeleidde er nl. de 4 vocale partijen. Een 30-tal Missen, psalmzettingen, een Te Deum, Vespers en Responsoria, wijzen op het belang dat dit repertoire had in het Portugees muziekleven van de 18de eeuw. Deze unieke praktijk bleef er trouwens standaard tot het eerste kwart van de 19de eeuw.


Deze eerste opname van een werk uit dit uniek, Portugees repertoire met obligaat celli en fagotten, werd aangevuld met de Introïtus en Credo uit de “Missa pro defunctis de Capella com Fagotes, Violoncelo e Basso”, een anonieme transcriptie van Mozarts Requiem, bewaard in het archief (“Arquivo da Sé de Évora”) van de kathedraal van Évora (foto’s) in de regio Alentejo, in het zuidoosten van Portugal. Het is tevens de allereerste opname van een werk van António de Pádua Puzzi (ca. 1762- ca. 1819).

Net als de hobo had de fagot zijn wortels in Frankrijk. De fagot ontwikkelde al vroeg een eigen repertoire, vaak gecomponeerd door virtuozen op het instrument en tegen het einde van de 17de eeuw, was de fagot een belangrijk solo-instrument. De eerste virtuozen kwamen dan ook uit Frankrijk, waar de fagot als basinstrument werd gebruikt in militaire orkesten en waar uitmuntende fagottisten als solisten, concerten speelden.
Etienne Ozi (1754-1813) (foto) bv., geboren in Nîmes, kwam rond 1777, naar Parijs, waar hij fagotleraar en fagottist werd van “La Chapelle et la Chambre du Roy”. Vanaf 1779 tot 1790, speelde hij wel 37 keer als solist op de “Concerts Spirituels”, waar hij ook een deel van zijn eigen werken interpreteerde. Ook als pedagoog en componist was hij heel actief. Na de Franse Revolutie werd hij lid van de Parijse Nationale Garde en werd tegelijkertijd docent aan de muziekschool van deze garde. In 1793, werd deze school het “Institut National de Musique”, waaruit in 1795, het befaamd “Conservatoire National Supérieur de Musique” werd gevormd. In 1788, publiceerde hij zijn fagotmethode, “Nouvelle Méthode de basson”, hoewel het instrument toen nog ver afstond van de perfectie van vandaag. Vanwege de grote kwaliteit van deze methode werd zij ook in het Duits, Italiaans en Spaans vertaald. Vanzelfsprekend speelde Ozi ook een belangrijke rol in de ontwikkeling van de kwalitatieve verbetering van het instrument. Later speelde hij ook in de Chapelle van Napoleon.
Ook zijn tijdgenoot, Francois Devienne (1759-1803) (foto), soms wel eens de ‘Franse Mozart’ genoemd, stond bekend om zijn talenten als fluitist en fagottist. Hij was één van de eerste professoren aan het Conservatorium van Parijs, opgericht in de beginjaren van de Republiek. Devienne wijdde een groot deel van zijn composities, in verschillende vormen, aan de twee instrumenten, fluit en fagot, waarvan hij een virtuoze exponent was. Zijn solistendebuut maakte hij 1782 bij de Concerts Spirituels, waar hij zijn eerste fluitconcert uitvoerde. 
Vanaf 1789, speelde hij als fagottist in het orkest van het “Théâtre de Monsieur” in Parijs. Eveneens was hij in 1790 actief lid van het harmonieorkest van de Franse Garde Nationale, en was hij één van de belangrijkste figuren in het Parijs muziekleven gedurende de periode van de Franse revolutie. Michel Corrette (1707-1795) componeerde rond 1735, een Concerto “Le Phénix” voor 4 fagotten en continuo, waarvan de solopartijen weliswaar ook konden worden uitgevoerd op cello of gamba.
Weet overigens dat Mozart in 1774, een fagotconcerto componeerde en dat we van Antonio Vivaldi wel 39! fagotconcerti kennen. Aangenomen wordt dat Mozart zijn fagotconcerto, overigens zijn eerste concerto voor een blaasinstrument, componeerde op bestelling van zijn leeftijdgenoot, de aristocratische amateurfagottist, Thaddäus Wolfgang Freiherr von Dürnitz (1756-1807), die in München woonde en die zelf Sonaten voor fagot en klavier heeft gecomponeerd. In het andante ma adagio van Mozarts concerto komt een thema dat hij hergebruikte in de aria “Porgi, amor” van de gravin aan het begin van de 2de akte van “Le nozze di Figaro”. Mozart zou nog 3 andere fagotconcerti gecomponeerd hebben, maar die zijn verloren gegaan.

Op zijn beurt zou Vivaldi zijn fagotconcerti gecomponeerd hebben voor Antonin Möser, de fagottist van de muziekkapel van Graaf Morzin, niet te verwarren met Karl Joseph, graaf Morzin (1717-1783), bij wie Joseph Haydn van 1757 tot 1761, in dienst was en voor wie hij zijn eerste symfonieën componeerde. Vivaldi leerde als kersverse Maestro di Cappella van Philipp van Hessen-Darmstadt (foto) gouverneur van Mantua, graaf Morzin kennen in Venetië. Hij werd zijn maestro di musica in Italia en droeg aan hem zijn bundel Vioolconcerti, “Il cimento dell’armonia e dell’inventione” op.8 op. Tot die bundel behoren de “Vier Jaargetijden”.
António de Pádua Puzzi was één van de vele hofcomponisten die in de geschiedenis van de Portugese muziek voor de bezetting van 2 celli en 2 fagotten componeerden. De zanger en componist, António de Pádua Puzzi, was één van de muzikale zonen van de bas Tadeo Puzzi en zijn vrouw Juanna Leonora Puzzi. Hij werd geboren in 1762, maar volgens de huwelijksakte van zijn vrouw, Sipriana Rosa Vieira, was Antonio Puzzi afkomstig uit Saksen, wat erop wijst dat zijn vader ten tijde van zijn geboorte diende in de Koninklijke Kapel van het Keurvorstendom. Hij woonde al in Portugal toen hij 1776, samen met zijn broer João (Giovanni) Baptista Puzzi (ca. 1763-1825), toegelaten werd tot het “Real Seminário de Música da Patriarcal”. In 1782 werd Antonio Puzzi aangenomen als zanger van de Koninklijke Kapel in Lissabon en in juli 1783, sloot hij zich aan als broeder bij het “Real Irmandade” (Koninklijk Broederschap) van Santa Cecília, gevestigd in de Basílica de Nossa Senhora dos Mártires (foto’s).


Vanaf 1785, zong Antonio Puzzi in opera’s en tijdens plechtige, religieuze festiviteiten, en zong hij dat jaar ook ter gelegenheid van de verjaardag van prinses Maria Francisca de Bragança van Brazilië, in het koor van de opera “Ercole sul Tago” van Luciano Xavier dos Santos (1734-1808) in Queluz (foto), de officiële residentie van het Portugees koningshuis. In 1793, zong António Puzzi in het oratorium “La Preghiera Exaudita” van Giovanni Cavi, uitgevoerd in Queluz voor de geboorte van Maria Teresa van Bragança, prinses van Beira, de oudste dochter van de latere koning Jan VI van Portugal en Carlota Joaquina van Spanje.
In 1799, werd Puzzi benoemd tot “Compositor di Camera di S. M. la Regina”, van Koningin (Dona) Maria I van Portugal (1734-1816) (foto), zoals beschreven staat op de kaft van zijn oratorium “Il Giudizio di Salomone”, uitgevoerd in het Teatro Real de São Carlos tijdens de vastentijd van dat jaar. In 1804, werd hij in opdracht van haar zoon, de Prins-Regent João (1767-1826) (foto), kapelmeester van de Basiliek van het paleis van Mafra.

Het uniek Paleis van Mafra (“Palácio Nacional”) (foto’s) was nl. gebouwd rondom een basiliek. In 1806-1807, kreeg de basiliek door toedoen van de “Príncipe Regente”, João, wel 6 orgels (foto), (twee in de hoofdkapel, twee in het noordelijk transept en twee in het zuidelijk transept), gebouwd door de 2 belangrijkste, Portugese orgelbouwers van die tijd, António Xavier Machado e Cerveira en Joaquim António Peres Fontanes. Een deel van de composities van Puzzi was dan ook gecomponeerd voor mannenkoor en deze 6 orgels. Wat betreft Puzzi’s activiteiten als componist, waren zijn oudste bekende werken een sinfonia en een credo uit 1791, die bewaard worden in het archief van de kathedraal van Lissabon. Zijn laatste werken dateren uit 1807, maar verder is er geen enkele informatie over deze “cantor-compositor,” zelfs niet de datum van zijn overlijden.
Het Ensemble Bonne Corde, opgericht in 2009, is gewijd aan de studie en onthulling van oude muziek en brengt een flexibele en gevarieerde groep instrumentalisten samen die gepassioneerd zijn door historisch geïnformeerde interpretatieve praktijken. Onder artistieke leiding van de celliste en onderzoeker Diana Vinagre (foto) specialiseert de groep zich in 18de-eeuws repertoire, waarin de cello een prominente plaats inneemt, zowel in de context van instrumentale als vocale muziek.
In deze context is het duidelijk de ontdekking en het herstel van verschillende werken in moderne premières van het Portugees, religieus repertoire uit de klassieke periode waarin een innovatief gebruik van basso continuo-instrumenten wordt onderzocht, wat het centraal thema was van Diana’s doctoraatswerk. Een van de meer recente projecten was de deelname van de groep aan de XXXVII Ciclo de Cámara con los Stradivarius de la Colección Real (Madrid, 2021), waar Diana Vinagre de kans kreeg om de prestigieuze Stradivarius 1700 cello uit de Spaanse Nationale Erfgoedcollectie te bespelen.
De uitvoerders zijn Ana Quintans en Raquel Mendes, sopraan, Gabriel Diaz en António Lourenço Menezes, alt, Rodrigo Carreto en Fernando Guimarães, tenor, en Hugo Oliveira en Luís Rendas Pereira, bas. De instrumentalisten zijn Rebecca Rosen, cello, Tomasz Wesolowski en Kamila Marcinkowska-Prasad, fagot, Marta Vicente, contrabas en Fernando Miguel Jalôto, orgel. De artistieke leiding is in handen van Diana Vinagre (foto), die tevens cello speelt.
Tracklist:
Puzzi: Messa a quattro voci con Violoncelli, Fagotti, Basso, ed Organo
Kyrie
Gloria
Laudamus te
Gratias
Domine Deus
Qui tollis
Qui sedes
Quoniam
Cum Sancto Spiritu
Mozart: Missa pro defunctis de Capella com Fagotes, Violoncelo e Basso
Introitus
Kyrie 


António de Pádua Puzzi Messa a quattro voci con Violoncelli Fagotti Basso ed Organo Ensemble Bonne Corde Diana Vinagre cd Ramée RAM 240