

Op 3 juni markeerde het jaar 2025, de 150ste sterfdag van Bizet, één van de grootste Franse componisten aller tijden. Deze cd van de bekroonde Litouwse mezzosopraan Justina Gringytė, één van de meest vooraanstaande, rijzende sterren van de operawereld, samen met de pianist Malcolm Martineau, is haar eerste soloalbum en de complete opname van Georges Bizets (1838-1875) lang vergeten meesterwerk, “Vingt Mélodies”, op. 21.
Tijdens zijn korte carrière van iets meer dan twintig jaar, componeerde Bizet een aanzienlijke hoeveelheid muziek, waaronder wel 15 opera’s. Bizet wordt vergeleken met Mozart vanwege zijn gevoeligheid en zijn begrip van het expressief potentieel van de menselijke stem. Verschillende van zijn opera’s dateren van vóór zijn hier opgenomen 20 liederen op. 21, gecomponeerd tussen 1854 en 1872. Iedereen die deze liederen leert kennen, zal zich afvragen hoe muziek van zo’n consistente kwaliteit, zo lang verwaarloosd kon worden. Het is immers overduidelijk dat ze tot Bizets meest representatieve werken behoren.
Berlioz componeerde de eerste Mélodies in zijn “Les Nuits d’été” (1841). Camille Saint-Saëns (1835-1921) (foto), een legendarische figuur van de Franse romantische muziek, heeft er meer dan 150 gecomponeerd, reflecties van zijn liefde voor poëzie en voor de Franse taal. Hoewel de eeuwwisseling van de 20ste eeuw het gouden tijdperk was van het Franse lied, werd het genre meestal op piano begeleid en slechts zelden georkestreerd. Maar Camille Saint-Saëns, eveneens een groot liefhebber van poëzie, was een voorstander van de georkestreerde mélodie in de Franse stijl. Hij wilde met zijn 25! “Mélodies avec orchestre”, de overweldigende populariteit van opera aria’s op concertprogramma’s compenseren. Als groot bewonderaar van Victor Hugo, heeft Saint-Saëns veel van zijn gedichten getoonzet, waaronder “L’Enlèvement”, “Rêverie” en “Le Pas d’Armes du Roi Jean”, beschouwd als één van zijn meesterwerken.
Charles Gounod (foto), de componist van wel 170! Mélodies, is vooral bekend om zijn toonzettingen van Franse dichters, maar heeft toch ook bijna een derde van zijn liederen op Engelse gedichten gecomponeerd. Deze ontstonden nl. tijdens de vier jaar dat de componist in Londen doorbracht, van het najaar 1870 tot het voorjaar 1874, maar ook na zijn terugkeer naar Frankrijk. Daarnaast componeerde hij er 15 in het Italiaans, sommige in het Spaans en in het Duits.
Gabriel Fauré (foto) componeerde bekend geworden Liedcycli als “Mélodies de Venise” (1891) en “La Bonne Chanson” op. 61 (1892-1894), beide op tekst van Paul Verlaine, “La Chanson d’Eve” op. 95 (1906-1910), op tekst van Charles van Lerberghe en “L’Horizon Chimérique” (1921) op tekst van Jean de la Ville de Mirmont. Daarnaast componeerde hij tal van losse Mélodies, die per drie uitgegeven werden. 
Henri Duparc (1848-1933) (foto) componeerde tussen 1868 en 1884, 17 Mélodies, waarvan hij er, weliswaar veel later, 9 orkestreerde en Claude Debussy heeft wel 100 melodieën nagelaten, waarvan slechts de helft tijdens zijn leven werd gepubliceerd. Dit, om u maar een idee te geven van de aanwezigheid en het belang van het lied (Mélodie) in de Franse 19de eeuw.

Het oeuvre van Georges (hij heette eigenl. Alexandre-César-Léopold) Bizet kent o.a. 2 liedcycli, “Feuilles d’album” (1866) en “Chants des Pyrénées, six chansons folkloriques” (1867). In 1873, waren zijn Mélodies, vanaf “Aubade” (1873), op de aria van Lovelace, uit de eerste akte van zijn opéra-comique, “Clarisse Harlowe”, op een nieuwe tekst van de toneelschrijver en librettist, Paul Ferrier (1843-1920) (foto), omzeggens alle gebaseerd op aria’s uit zijn opera’s, waarvan vele op teksten van de Franse journalist en librettist, o.a. in 1884, van “Manon” van Jules Massenet, Philippe Gille (1830-1901) (foto).
De keuze van obscure dichters, Félix Arvers, Louis de Courmont, Jean-François Regnard, Louis-Hyacinthe Bouilhet, Édouard Pailleron, Marceline Desbordes-Valmore, Charles-Hubert Millevoye of Casimir Delavigne, allen tijdgenoten van Bizet, tot wie hij zich aanvankelijk richtte, werd naderhand stilaan vervangen door de grote romantici of de klassieken, Hugo, Lamartine, Musset en Gautier of door een sonnet van Ronsard. Naast 4 gedichten van Victor Hugo, twee van Lamartine en één van Théophile Gautier, koos Bizet bv. voor zijn cyclus op. 21, gedichten van o.a. Felix Arvers, Michel Carré, Louis Gallet en Louis Bouilhet. Er kan niet worden gezegd dat de musicus altijd hun beste verzen koos of dat hij ze altijd met nauwgezette aandacht toonzette, maar feit is wel dat de muziek en vooral de vocaliteit (herhaalde woorden, versieringen, korte passages) voorrang kreeg. Grote intervallen, sprongen in sexten, septiemen en octaven, droegen daar toe bij. De zanglijn werd wel meteen gekenmerkt door nuances en expressie die veel talrijker waren dan bij de meeste componisten, en dat al vanaf zijn eerste melodieën uit 1854. De kwaliteit van de begeleidingen getuigde zowel van het pianistisch talent van Bizet als van zijn harmonische vindingrijkheid. 
In 1868 publiceerde Georges Hartmann (1843-1900) (pseudoniem, “Henri Grémont”) (foto), die net in 1868, zijn uitgeverij had opgericht om jonge, Franse componisten (Massenet, Delibes, Saint-Saëns, Lalo) te ondersteunen, afzonderlijk zes nieuwe melodieën van Bizet. Maar Bizet had omtrent deze Mélodies twijfels, die overeenstemden met zijn verlangen naar vernieuwing.
Bizet stemde ermee in om fragmenten uit zijn dramatische werken op te nemen in de bundel “Vingt Mélodies”, in 1873, uitgegeven door Antoine de Choudens (1825-1888), die in 1875 ook “Carmen” zou uitgeven. Het betrof “Ouvre ton cœur” uit “Vasco da Gama”, “Sérénade” uit “Les Pêcheurs de perles”, “Je n’en dit rien” uit “La Jolie Fille de Perth”, “J’aime l’amour” uit “Djamileh” en “Le Matin” uit zijn toneelmuziek bij “L’Arlésienne” van Alphonse Daudet. Na zijn vroegtijdig overlijden (Bizet werd amper 36 jaar oud), zocht Choudens, om een tweede bundel samen te stellen (“Seize Melodies”, 1886), twee aria’s Pourquoi pleure? en Qui done t’aimera mieux? en losse fragmenten uit zijn verloren gegane opera, “La Coupe du roi de Thulé” uit 1868.
De zeven andere liederen in deze bundel waren eveneens bewerkingen. “Le Doute” (waarvan de melodie die van het andante uit de fantaisie symphonique, “Symphonie “Roma” (Souvenirs de Rome), uit 1860-1868, is), moet oorspronkelijk een andere tekst hebben gehad dan deze van Paul Ferrier. Ferier liet zich van zijn betere kant zien in “Conte” en “Aubade”. De eerste, enigszins in de lijn van Gounod en neoklassiek, die een verliefde koning en een boerenmeisje, dat onverschillig staat tegenover rijkdom, verklankt, is evenwichtig, terwijl “Aubade” de opgaande beweging en de charme bezit, passend bij de schone slaapster die haar geliefde volgt. De muziek van “Pastel” op tekst van Philippe Gille, bezit effectief de door de titel gesuggereerde kleur en de zoetheid.
De bekroonde, Litouwse mezzosopraan, Justina Gringytė (1986) studeerde af aan het Jette Parker Young Artists Programme van het Royal Ballet and Opera in Covent Garden – waar ze onder andere optrad tijdens de openingsceremonie van het Olympisch Comité voor de Olympische Spelen in Londen, samen met Renée Fleming, Bryn Terfel en Plácido Domingo, en tijdens een speciaal concert ter ere van het diamanten jubileum van koningin Elizabeth II. Justina wordt beschouwd als een van de meest vooraanstaande rijzende sterren in de operawereld. Haar veelgeprezen optreden bij de English National Opera, een veelgeprezen Carmen, werd zelfs live in de bioscoop vertoond. Ze trad op bij veel van ’s werelds toonaangevende operagezelschappen, op het concertpodium heeft ze samengewerkt met grote orkesten en heeft liedrecitals gegeven in beroemde zalen zoals Wigmore Hall.
Malcolm Martineau (1960) staat op het hoogste internationaal niveau bekend als een van de beste begeleiders van het Verenigd Koninkrijk. Hij heeft over de hele wereld opgetreden met ’s werelds beste zangers, speelde op ’s werelds belangrijkste podia en op de festivals van Aix-en-Provence, Wenen en Salzburg en presenteerde zijn eigen series in de Wigmore Hall en op het Edinburgh Festival. Malcolm Martineau is professor pianobegeleiding aan de Royal Academy of Music en eredoctor en International Fellow of Accompaniment aan het Royal Conservatoire of Scotland en werd in 2016, benoemd tot OBE in de New Year’s Honours voor zijn verdiensten voor de muziek en jonge zangers.


Bizet 20 Songs Op. 21 Justina Gringytė Mezzo-soprano Malcolm Martineau piano cd Ondine ODE 14582 