Shostakovich, “Music for Film”, World Premiere Recordings op 7 cd’s, op het label Naxos. Een revelatie!

Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975) werd en bleef in het Westen vooral, en eigenlijk enkel, bekend om zijn symfonieën en strijkkwartetten, maar was met 36 films, waarvoor hij de muziek componeerde, ook één van de meest productieve filmcomponisten van de 20ste eeuw. Vanaf zijn tienerjaren als pianist in bioscopen in Leningrad, die stille films begeleidde, tot begin jaren ’70, componeerde Sjostakovitsj zijn hele leven lang filmmuziek. Stalin steunde hem als filmcomponist en zijn filmpartituren bestreken vrijwel zijn hele professionele carrière. Ontdek in deze box Sovjet-regisseurs van weleer en de onbekende Sjostakovitsj in 9 van zijn filmpartituren, “New Babylon”, “Alone”, “The Girlfriends”, “Love and Hate”, “The Fall of Berlin”, “The Unforgettable year 1919”, “The Gadfly”, “The counterplan” en “Hamlet”.

Sjostakovitsj componeerde zijn eerste filmmuziek voor het historisch drama “Novyy Vavilon” (“New Babylon”), geregisseerd door Grigori Kozintsev en Leonid Trauberg, 2 jonge leden van de in 1921, opgerichte, experimentele theatergroep “”FEKS (De Fabriek van de Excentriekelingen), verwant aan het dadaïsme en het futurisme. De film vertelt het verhaal van de Parijse Commune van 1871 en volgt het tragisch lot van twee geliefden die door de barricades van elkaar gescheiden worden. Kozintsev en Trauberg vonden voor hun film voor een deel inspiratie in “De Burgeroorlog in Frankrijk” en “De Klassenstrijd in Frankrijk, 1848-1850” van Karl Marx. Hoewel de film een flop was, werd Sjostakovitsj door de regisseurs toch gevraagd om ook muziek te willen componeren voor hun volgende film. Sjostakovitsj bleef zelfs met Kozintsev samenwerken tot in de jaren ‘70.

“New Babylon” uit 1929, was niet alleen Sjostakovitsj’ eerste poging tot een volledige partituur, maar ook zijn enige volledige livebegeleiding bij een stomme film. Gecomponeerd voor een klein orkest, werd de muziek voor het eerst gespeeld ter begeleiding van een vertoning in Moskou. Sjostakovitsj’ muziek is tumultueus inventief en zit vol verwijzingen naar Franse muziek, ‘La Marseillaise’ en cancans, galops en populaire melodieën uit Offenbachs “Le belle Hélène”, die tot dezelfde historische periode behoren als de actie in de film. In 1929 componeerde Sjostakovitsj als 27-jarige, overigens ook zijn eerste toneelmuziek, bij de komedie “Klop” (“De bedwants”) van Vladimir Majakovski (op.19) (niet te verwarren met Majakovski’s  “Bayyy, Banya” (“Het Badhuis”)), en bij het toneelstuk “The Gunshot” van de Sovjet -dichter, scenarioschrijver en journalist, Aleksandr Bezymenski (1898-1973), (op. 24). “Het Badhuis” ging in maart 1930 in het Meyerhold Theater in première, met muziek van Vissarion Sjebalin (1902-1963).

Het verhaal van de film “Novyy Vavilon” met als ondertitel “Aanval op de Hemel: Episoden uit de Frans-Duitse Oorlog en de Commune van Parijs, 1870-71”, was een experimenteel en politiek geïnspireerd melodrama over geweld, revolutie en klassenstrijd. Gemaakt door twee jonge regisseurs die later zeer beroemd zouden worden, combineerde de film de revolutionaire filmtechnieken van Sovjet- filmregisseur, scenarioschrijver, filmeditor en filmtheoreticus, Sergei Eisenstein (1898-1948) (foto), bv. in diens “Oktober: Tien dagen die de wereld schokten” (foto) uit 1928, met de avant-gardistische acteerstijl van de Russische regisseur, acteur, theaterdirecteur en producent, Vsevolod Meyerhold (1874-1940) (foto).

Tijdens de “Grote Zuivering” werd Meyerhold in juni 1939, gearresteerd. Hij werd gemarteld, zijn tweede vrouw, Zinaida Nikolayevna Reich (foto) werd vermoord en begin februari 1940, werd hij door een vuurpeloton geëxecuteerd. Vroege vertoningen van de film met de wilde en satirische muziek veroorzaakten weliswaar een schandaal, maar tegenwoordig wordt ‘New Babylon’ erkend als een baanbrekend en briljant origineel werk, vooral vanwege de geestige en satirische manier waarop de muziek speelt met de beelden die op het scherm te zien zijn.Ook “Alone” (“Odna”) was een Sovjetfilm, in 1931 geschreven en geregisseerd door Grigori Kozintsev en Leonid Trauberg. De film was oorspronkelijk gepland als een stomme film, maar werd uiteindelijk uitgebracht met een soundtrack met geluidseffecten, wat dialogen (opgenomen na de opnames) en een volledige orkestrale partituur van Sjostakovitsj. De film, over een jonge leraar die naar Siberië wordt gestuurd om te werken, behandelde drie politieke onderwerpen die toen zeer actueel waren, onderwijs, technologie en de eliminatie van de koelakken.De film vertelt het verhaal van Jelena Koezmina, een pas afgestudeerde lerares uit Leningrad. Ze gaat met haar verloofde Petja meubels kopen en in een fantasiescène fantaseert ze over het lesgeven aan een klas nette, gehoorzame stadskinderen. In plaats daarvan krijgt ze een opdracht in het Siberische Altajgebergte. Omdat ze niet wil vertrekken, smeekt ze om in de stad te mogen blijven. Hoewel haar verzoek wordt ingewilligd (door een anonieme Nadezjda Kroepskaja, die alleen van achteren te zien is), wordt ze uiteindelijk door de veroordeling van ‘lafaards’ zoals zij, door de overheid toch overgehaald om de functie te aanvaarden.

“The Counterplan” (“Het Tegenplan”), een Sovjetdrama uit 1932, geregisseerd door Sergej Joetkevitsj (foto) en Fridrikh Ermler (foto), had een duidelijke propagandaboodschap. De film draait om een fabriek in Leningrad die een krachtige turbine bouwt onder de enthousiaste leiding van de toegewijde partijsecretaris Vasja. Hij is heimelijk verliefd op Katja, de vrouw van zijn vriend Pavels, maar zal teleurgesteld worden. De bouw van de turbine wordt onderbroken door het slordig werk van de oude, dronken Babtsjenko en fouten in de tekeningen, die de burgerlijke sloper Skvortsov had opgemerkt maar opzettelijk had genegeerd. Desondanks levert de fabriek de turbine met succes af, leert Babtsjenko het drinken van wodka af en moderne methoden te gebruiken, en wil hij lid worden van de partij. De opgetogen baas heft het glas. Ter ondersteuning van dit romantisch verhaal over de heldhaftige inspanningen van jonge arbeiders componeerde Sjostakovitsj een van zijn meest levendige en populaire partituren. De soundtrack, vol dansritmes en memorabele melodieën, werd trouwens wereldwijd lovend ontvangen door critici.De titelsong van de film, “Het Lied van het Tegenplan” op tekst van de dichter Boris Kornilov (1907-1938) (foto), geëxecuteerd in 1938, werd wereldberoemd. Sjostakovitsj’ compositie, werd nl. kort daarna met nieuwe tekst van Jeanne Perret, gebruikt in het lied van de Franse socialistische beweging, “Au-devant de la vie”. Sjostakovitsj zou het lied opnieuw gebruiken in zijn “Poem of the Motherland” (1947), een andere film getiteld “Mitchurin” (1948) en in zijn operette “Moskva, Cheryómushki” uit 1958. In 1942, werd het lied door Harold Rome van een Engelse tekst voorzien onder de titel “United Nations on the March” en in deze versie werd het gebruikt als koorfinale van MGM’s patriottische oorlogsmusical “Thousands Cheer” (1943). Datzelfde jaar maakte Leopold Stokowski een orkestrale bewerking, die de titel “United Nations March” kreeg.

“Lioubov i nenavist” (“Liefde en haat”) (Franse vertaling, “Femmes en révolte”) was een film uit 1935, van Albert Gendelshtein (1906-1981), over de strijd van mijnwerkersvrouwen tegen de tsaristisch gezinde “Witeen”. In 1919, verlieten de mijnwerkers in de Donbass het dorp met de terugtrekkende troepen van het Rode Leger. Generaal Denikins Wit-Russische detachement trok het dorp binnen en de soldaten vestigden zich in de mijnwerkershutten. Omdat alleen vrouwen en kinderen in het dorp achterbleven, werden ze gedwongen in de mijnen te werken. Toen de vrouwen hoorden dat het Rode Leger in de aanval was gegaan, verzamelden ze zich en besloten ze in opstand te komen. De terugtrekkende “Witten” probeerden de mijnen te saboteren en te vernietigen, maar de vrouwen wisten, ten koste van hun leven, te voorkomen dat de mijn werd vernietigd.

De film werd gepresenteerd op het filmfestival van Moskou in 1935, waar het een doorslaand succes was en unaniem lof ontving van critici, die het een voorbeeldige revolutionaire film noemden en het vergeleken met de films “Battleship Potemkin” uit 1925, geregisseerd en mede geschreven door Sergei Eisenstein, een dramatisering van de muiterij die in 1905 plaatsvond toen de bemanning van het Russisch slagschip Potjomkin in opstand kwam tegen hun officieren, en met “Chapayev”, een Sovjet-biografische oorlogsfilm uit 1934, geregisseerd door de gebroeders Vasiljev voor Lenfilm, een gefictionaliseerde biografie van Vasili Ivanovitsj Tsjapajev (1887-1919), een opmerkelijke commandant van het Rode Leger tijdens de Russische Burgeroorlog, gebaseerd op de gelijknamige roman van de Russische schrijver en bolsjewistische commissaris, Dmitri Foermanov (1891-1926), die aan de zijde van Tsjapajev in de Burgeroorlog vocht. De film “Lioubov i nenavist” werd lange tijd vergeten, maar halverwege de jaren ’70, werd ze opnieuw vertoond in de Illusion-bioscoop als onderdeel van de “Cinema of Revisited Films”.

Rond 1936 begon de eerste periode van terreur, Grote Zuivering of “Bolsjaja tsjistka” van Stalin. Mensen werden om het minste en geringste zonder proces of met een schijnproces beschuldigd van samenzwering en ter dood veroordeeld. Sjostakovitsj’ schoonbroer, de fysicus Vsevolod Konstantinovich Frederiksen en zijn beschermheer maarschalk Michail Nikolajevitsj Toechatsjevski, werden afgevoerd naar werkkampen in Siberië. Sjostakovitsj werd dit lot bespaard omdat hij in zijn tweede symfonie (“Aan Oktober”, 1927), in zijn derde symfonie (“1 Mei”, 1929), in cantaten (bv. in “Van Karl Marx tot onze tijden”, 1932) en in filmmuziek (tussen 1927 en 1940 componeerde Sjostakovitsj de muziek voor wel 17 sovjetfilms !), de marxistisch-Leninistische doctrine trouw had bezongen en opgehemeld.

De 40-jarige Sjostakovitsj had bv. in 1947 reeds 9 geniale symfonieën gecomponeerd, muziek bij wel 15 sovjet films, al dan niet experimenteel, avantgardistisch of propagandistisch, 3 indrukwekkende balletten (“Zolotoi vek” (“The Golden Age”), “The Bolt” en “The Limpid Stream”), veel toneelmuziek, en het fantastisch, dromerig en vrolijk eerste Pianoconcerto voor piano, trompet en strijkers. Daarenboven was Sjostakovitsj toen reeds houder van verschillende functies, titels, prijzen en onderscheidingen, zoals Afgevaardigde in het Leningrads stadsdeelbestuur, hoogleraar, Afgevaardigde van de Leningradse Arbeidersraad, Orde van het Rode Vaandel (of Rode Banier), twee Stalin prijzen 1ste klas (voor zijn pianokwintet en zijn 7de symfonie), een Stalin prijs 2de klas (voor zijn Pianotrio), de Leninorde, Afgevaardigde van de Opperste Sovjet voor het district Leningrad, en er zouden er nog vele, vele volgen. Daarnaast was de componist reeds in 1943 benoemd tot Erelid van de “American Academy and Institute of Arts and Letters”…

De film “Podrugi” (“The Girl Friends”) van Lev Arnshtam (foto), uit 1935 is een episch verhaal over drie vriendinnen, Asya, Zoya en Natasja, die opgroeien onder het tsarisme en hun latere avonturen als verpleegsters in de Russische Burgeroorlog. De film werd in 1936 in de VS uitgebracht met als titel, “Three Women”. In het eerste deel zijn ze nog echt meisjes en Sjostakovitsj heeft effectieve muziek, terwijl de familiesituaties leiden tot een grote staking in de rubberfabriek waar de ouders van de meisjes werken. Na de bijna-dood van Asya’s moeder proberen de meisjes geld te verdienen door te zingen in een herberg. Na dit aangrijpend verhaal breekt er een rel uit en ontsnappen de meisjes ternauwernood aan de komst van de militie.

Deel 2 speelt zich af in 1919 en wordt ingeluid met een geweldige fanfare voor koperblazers en orgel. De meisjes zijn verpleegsters geworden voor het Rode Leger en worden bijna gevangengenomen wanneer de stad Poesjkin in handen van de Witten valt. Ze worden door Sylich in een trein gered en tijdens hun vlucht horen we de meest verrassende muzikale episode van de film, een reeks bizarre varianten van de “Internationale”, destijds het Sovjet-volkslied, gespeeld op de theremin. Er zijn nog meer ontsnappingspogingen voor de drie, maar uiteindelijk wordt Asya gedood en eindigt de film met een zeer ontroerende elegie. Van de drieëntwintig nummers is bijna elk nummer gecomponeerd voor een andere kleine groep instrumenten, hoewel verschillende nummers een strijkkwartet en piano bevatten.

“De val van Berlijn” (“Padeniye Berlina”) was een Sovjet-epos in twee delen uit 1950, een oorlogs- en propagandafilm. De film werd geproduceerd door Mosfilm Studio en geregisseerd door Mikheil Chiaure naar een scenario dat hij samen met Pjotr Pavlenko schreef. De film portretteert de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog met de nadruk op een zeer positieve uitbeelding van de rol van Sovjetleider Jozef Stalin (gespeeld door Mikheil Gelovani). “De val van Berlijn” wordt beschouwd als één van de belangrijkste manifestaties van Stalins persoonlijkheidscultus en als een treffend voorbeeld van Sovjet-realisme. Na de destalinisatie werd de filmtientallen trouwens jaren verboden in het Oostblok.

De Sovjet-historische dramafilm “Het onvergetelijke jaar 1919” (“Nezabyvaemyy 1919 god”) uit 1951, werd geregisseerd door Mikheil Chiaureli. Het verhaal speelt in mei 1919. De stad Petrograd, het bolsjewistische bolwerk in het nieuwe Rusland, wordt aangevallen door het contrarevolutionair Witte Leger van generaal Nikolaj Joedenitsj, gesteund door de imperialistische Britten, en vooral door de “oorlogszuchtige” Winston Churchill. De Hoge Sovjet van de stad is gedemoraliseerd en staat op het punt een evacuatie te bevelen, terwijl de Witte Vijfde Colonne binnenin een opstand beraamt. Het fort Krasnaja Gorka stuurt een detachement matrozen van de Baltische Vloot om Petrograd te helpen, onder wie de jonge Vladimir Sjibajev. Terwijl het Rode Leger een nederlaag lijdt tegen de Witten, arriveert Jozef Stalin op het slagveld, mobiliseert de communisten en verslaat de vijand, waarmee hij de stad redt.

“The Gadfly” (“Ovod”) was een historische Sovjet-actiefilm uit 1955, geregisseerd door Aleksandr Faintsimmer, gebaseerd op de roman van de Ierse romanschrijfster Ethel Lilian Voynich (1864-1960) (foto), geb. Boole. Ethel schreef 4 romans, maakte vertalingen van Russische literatuur en redigeerde de brieven van Chopin. Haar populairste roman, de revolutionaire tragische romance, “The Gadfly” ( “De horzel”) (1895), was de aanleiding voor meerdere toneelstukken, opera’s en films en bezorgde haar veel roem in haar latere jaren in de Sovjet-Unie, waar het in de jaren vijftig een heropleving beleefde. Hoewel ze in de Engelstalige wereld uit het cultureel geheugen is verdwenen, zijn haar boeken in talloze talen vertaald en zijn er wereldwijd meer dan 20 miljoen exemplaren van verkocht.

Toen Chatsjatoerjan gedwongen moest stoppen met het componeren van de muziek voor de film “De Gadfly” (“De horzel”) wegens ziekte, nam Sjostakovitsj het over. De plot van de film, die zich afspeelt tijdens de 19de -eeuwse Italiaanse strijd tegen de Oostenrijkse overheersing, draait om het leven van hoofdpersoon Arthur Burton en zijn tragische relatie met zijn geliefde Gemma. Tegen de achtergrond van de ondergrondse strijd van Italiaanse patriotten tegen de Oostenrijkse indringers voor de onafhankelijkheid van hun vaderland, speelt zich het tragisch verhaal af van een man die transformeerde van een enthousiaste jongeman tot een meedogenloze revolutionair, de legendarische en ongrijpbare “Gadfly”, een verhaal over geloof, desillusie, revolutie, romantiek en heldendom dat resoneerde met de zorgen van de Sovjet-Unie over de afbraak van religie en de verstrengeling van verschillende staten. Sjostakovitsj schreef met “De horzel”, waarin hij de weelderige beschrijvingen van het Alpenlandschap verwerkte in een reeks sfeervolle en kleurrijke karakterstukken, één van zijn meest toegankelijke en populaire partituren. Eén van de hoogtepunten dienaangaande was de sentimentele “Romance”, die de gevoelige Arthur begeleidt in de bibliotheek van zijn mentor kardinaal Montanelli.

De verfilming was ideologischer dan de roman van Voynich en de romantische subplot was aanzienlijk ingekort. Arthur en Gemma werden bv. niet als geliefden maar als partijgenoten getoond en de jaloezie tussen Arthur en Giovanni vanwege Gemma, werd niet uitgebeeld. In 1955, was de film de derde film in de Sovjet-Unie qua bezoekersaantallen, met een kaartverkoop van zo maar eventjes 39,16 miljoen. De muziek voor de film werd in het Westen vooral bekend door de suitebewerking van Levon Atovmyan (1901-1973), die veel arrangementen maakte van werken van Sjostakovitsj. De volledige originele partituur werd met de hulp van Sjostakovitsj’ derde vrouw, Irina (foto) en zijn biograaf, Krzystof Meyer, gereconstrueerd door de dirigent Mark Fitz-Gerald (1954) (foto) en in 2016, uitgegeven als deel van de DSCH New Collected Works-editie.

De Russische verfilming uit 1964 van Shakespeare’s toneelstuk. “Hamlet” (“Gamlet”), niet te verwarren met de toneelmuziek op. 32 van Sjostakovitsj bij Shakespeare’s Hamlet uit 1931-1932, was gebaseerd op een vertaling van Boris Pasternak. De film werd geregisseerd door Grigori Kozintsev en Iosif Shapiro en had Innokenty Smoktunovsky in de hoofdrol als Prins Hamlet (foto). De film, uitgebracht in juni 1964, toen Nikita Chroesjtsjov eerste secretaris van de USSR was, werd tweemaal in de VS uitgebracht (1964, 1966), en kreeg in het Westen, o.a. op het Filmfestival van Venetië, verschillende nominaties. In het Verenigd Koninkrijk werd de film in 1965, genomineerd voor een BAFTA voor Beste Film en Beste Acteur en stond hij tijdens het jaarlijks Shakespeare-seizoen, jarenlang op het repertoire van de Academy Cinema in Londen.

De orkesten zijn Basel Sinfonietta, Frankfurt Radio Symphony, Deutsche Staatsphilharmonie Rheinland-Pfalz, het Polish National Radio Symphony Orchestra o.l.v. Mark Fitz-Gerald, en het Moscow Symphony Orchestra, Adriano en het Russian Philharmonic Orchestra o.l.v. Dmitry Yablonsky. De koren zijn Men’s Voices of Camerata Silesia, de Katowice City Singers’ Ensemble, het Frankfurt Vocal Ensemble, het Mainz Bach Choir, het Mannheim Opera Choir, Moscow Capella en het Moscow Youth Chorus.

De vocale solisten zijn Irina Mataeva, sopraan, Anna Kiknadze, mezzosopraan en Dmitry Voropaev, tenor in “Alone” en Natalia Maiorova, mezzosopraan, in  “Love and Hate”. De solo instrumentalisten zijn  Nikolaus Boewer, viool, Florian Barak, cello, Ralph Herrnkind, gitaar, Christian Wernicke, mandoline & gitaar, en Elke Voelker, orgel, in “The Gadfly” en in “The Counterplan”, Elena Alekseyeva, piano in “The Unforgettable Year 1919”, en Celia Sheen, theremin, in “The Girlfriends”. Een theremin (foto) is een elektronisch muziekinstrument dat bespeeld wordt door de afstand tussen de handen en twee antennes.

Shostakovich Music for Film New Babylon Alone The Girlfriends Love and Hate The Fall of Berlin The Unforgettable year 1919 The Gadfly The counterplan Hamlet 7 cd Naxos 8.507016