


Deze complete opnames van magische orkestwerken van Maurice Ravel door het Orchestre National de Lyon o.l.v. Leonard Slatkin, bevat o.a. de grandioze en veelgeprezen uitvoeringen van Ravels Boléro, zijn beide Pianoconcerti, “Tzigane”, “Ma Mère l’Oye” en “Daphnis et Chloé”, maar ook van zijn beide eenakters, “L’Heure espagnole” en “L’Enfant et les Sortilèges”. Daarenboven zijn ook Ravels meesterlijke orkestraties van Moessorgski’s “Schilderijententoonstelling” en van werken van Schumann, Debussy en Chabrier opgenomen, en zijn er tal van Ravels onbekende werken te ontdekken. Niet te missen!


Maurice Ravel (1875-1937) werd geboren in Ciboure aan de kust in Frans-Baskenland, nabij de Spaanse grens, en was van moederszijde van Baskische afkomst. Zijn vader was een ingenieur uit Franstalig Zwitserland. Nog in Ravels geboortejaar, verhuisde het gezin naar Parijs. Ravel bracht weliswaar het grootste deel van zijn leven door in Parijs, maar was desondanks toch buitengewoon trots op zijn Baskische afkomst. Veel elementen van Baskische volksmuziek zijn trouwens terug te vinden in zijn composities.
De magische muziek van Maurice Ravel, sinds zijn debuut geliefd bij musici en publiek, is altijd een eerder moeilijk onderwerp geweest voor de muziekwetenschap. De traditionele, stilistische categorieën, impressionisme, symbolisme en neoclassicisme, hoewel op zich relevant, hadden nl. te weinig aanknopingspunten met dit fascinerend en raadselachtig oeuvre.
Het was Ravels goede vriend en biograaf Alexis Roland-Manuel (samen op de foto) die in een artikel uit 1925 de metafoor van de maskers voor het eerst gebruikte. Ze werd opgepikt door Jankélévitch en later door Theodor Adorno, die op die manier de inschatting van Ravels muziek mee bepaalde. ‘Ces masques que lui prêtent les snobismes du siècle’ (Jankélévitch). In zijn opvatting zou Ravel zich in zijn muziek behaaglijk verschansen achter talrijke klinkende maskers. Dientengevolge had men moeite met de bijzondere esthetiek van afstand en vervreemding die Ravels muziek kenmerkte. Zijn onvermoeibaar streven naar vormelijke perfectie en zijn ondoorgrondelijke, gemaskerde artistieke persoonlijkheid zou hem afsluiten van een esthetiek van de onmiddellijke, onontkoombare emotionaliteit.

Ontdekkingen zijn Ravels orkestraties van “Carnaval” van Schumann, van het “Menuet pompeux” van Chabrier, van de Sarabande uit “Pour le piano” en de “Tarantelle styrienne” van Debussy, en de toneelmuziek, “Antar”, naar Nikolaj Rimski-Korsakov (foto), uit 1910 (cd3), in een wereldpremière opname van de gereconstrueerde versie uit 2014. Rimski-Korsakov componeerde “Antar” in 1868, maar herzag het in 1875 en 1891. Hij noemde het werk aanvankelijk zijn 2de Symfonie, maar later noemde hij het werk een symfonische suite. Rimski-Korsakovs “Antar” werd voor het eerst uitgevoerd in maart 1869, tijdens een concert van de Russische Muziekvereniging.


De Russische- en oosterse cultuur, het exotisme van “Duizend-en-een-nacht”, bleef Ravel zijn hele leven boeien. Zijn kleurrijk georkestreerde selectie van 16 nummers uit Rimski-Korsakovs symfonische suite “Antar” en uit zijn opera “Mlada” uit 1889-1890, met interpolaties van zijn eigen muziek, voor een theaterproductie, zijn hier te ontdekken in de première-opname van de herwerkte en gereconstrueerde versie.


In 1910, kreeg Ravel van het Parijse Théâtre de l’Odéon de opdracht om de toneelmuziek te verzorgen voor een nieuw toneelstuk van de Libanese schrijver, toneelschrijver, dichter en journalist, Chekri Ganem (1861-1929) (foto), die zich baseerde op “De Romance van Antar”, een 12de eeuws, Arabisch epos over de heldendaden van de pre-islamitische dichter en ridder, Antarah ibn Shaddad al-Absi (525-608 n.Chr.) (foto). In 1898, had Étienne (Nasreddine) Dinet (1861-1929) (foto/zelfportret), een Franse, oriëntalistische schilder en één van de oprichters van de “Société des Peintres Orientalistes”, nl. een vertaling van het Arabisch epos gepubliceerd, die Antarah ibn Shaddad al-Absi in Europa onder de aandacht bracht.


Het toneelstuk van Chekri Ganem debuteerde met veel bijval in januari 1910, in het Théatre de Monte-Carlo, en in februari 1910, in het Odéon (foto) in Parijs. “Antar” was door de romantiek en ridderlijke geest van de krijgsdichter Antar en zijn geliefde Abla, het eerste grote voorbeeld van Libanese, Franstalige literatuur en een open manifest van Arabisch nationalisme. De Franse componist, Gabriel Dupont (1878-1914) (foto) bewerkte in 1912–1913, het toneelstuk zelfs tot een opera, die in 1921, in première ging in het Théâtre National de l’Opéra.


Ravel maakte coupures, herschikkingen en bewerkingen van Rimski-Korsakovs “Antar”, nam ook veel over van de heksensabbatscène uit Rimski-Korsakovs opera, “Mlada”, en voegde korte intermezzo’s en overgangen van zijn eigen hand toe. De hele partituur werd gereconstrueerd voor concertuitvoeringen in Lyon in 2014, die de bron vormden voor deze opname. Ganems toneelstuk werd vervangen door een nieuwe, bondiger tekst van Amin Maalouf (1949), gesproken door de acteur André Dussollier (foto) als melodrama.



Verdere ontdekkingen zijn Ravels “Shéhérazade, Ouverture de féerie” uit 1898, niet te verwarren met de gelijknamige titel van zijn 3 Mélodies voor sopraansolo en orkest, op tekst van de Franse dichter, muzikant, schilder en kunstcriticus, Tristan Klingsor (1874-1966) (foto), die u, gezongen door Isabelle Druet (foto), op cd 5 ontdekt, en zijn 3 chansons, “Don Quichotte à Dulcinée’ op tekst van Paul Morand (1888-1976) uit 1932, een opdracht om drie Spaanse liederen te componeren voor de film “Don Quichot” (1933) van de Oostenrijkse filmregisseur Georg Wilhelm Pabst, met de beroemde, Russische zanger en acteur, Fjodor Sjaljapin in de titelrol. Ravel kon de opdracht niet voltooien, waarna Jacques Ibert (1890-1965) de verdere filmmuziek componeerde.
Leonard Slatkin werd in 1944, geboren uit een muzikale familie afkomstig uit de gebieden die deel uitmaakten van het Russische Keizerrijk die nu deel uitmaken van Oekraïne. Zijn vader Felix Slatkin was violist, dirigent en oprichter van het Hollywood String Quartet, zijn moeder Eleanor Aller was celliste bij dat strijkkwartet. Zijn broer Frederick is ook cellist. Aangenomen wordt dat de oorspronkelijke naam van de familie Zlotkin was. Slatkin studeerde aan de Indiana University en de Los Angeles City College, alvorens hij studeerde aan de Juilliard School bij Jean Paul Morel. Hij maakte zijn debuut als dirigent in 1966. In 1968 benoemde Walter Susskind hem tot assistent-dirigent van het Saint Louis Symphony Orchestra. Hij bleef er tot 1977, toen hij muzikaal adviseur werd van de New Orleans Symphony.
Het Orchestre National de Lyon (ONL) heeft als belangrijkste concertlocatie, het Maurice Ravel Auditorium. De voorloper van het orkest was de Société des Grands Concerts de Lyon, die in 1905 werd opgericht door Georges Martin Witkowski. Witkowski dirigeerde de concerten van de vereniging van 1905 tot 1943. Zijn zoon, Jean Witkowski , volgde hem op van 1943 tot 1953.
In 1969, richtte de stad Lyon officieel een orkest voor de stad op, aanvankelijk met de naam l’Orchestre Philharmonique Rhône-Alpes. Louis Frémaux was van 1969 tot 1971, de eerste muziekdirecteur van het orkest, gevolgd door Serge Baudo. Tijdens zijn ambtsperiode vestigde het orkest zich in 1975 in het l’Auditorium (foto) de Lyon. In het seizoen 1978-1979 richtte Bernard Têtu een koor op voor het ONL, dat na de naamswijziging van het orkest, de naam Choeur de l’Orchestre national de Lyon kreeg. In 1993 werd het ONL-koor omgedoopt tot Choeurs et Solistes de Lyon-Bernard Têtu. In 1983 werd het orkest uiteindelijk omgedoopt tot de huidige naam, l’Orchestre National de Lyon. Baudo beëindigde zijn dienstverband bij het ONL in 1986 en na hem was Emmanuel Krivine 1987 tot 2000, de muzikaal leider.
De Amerikaanse dirigent David Robertson was van 2000 tot 2004 muziekdirecteur van ONL en tevens artistiek directeur van l’Auditorium de Lyon, de eerste persoon die beide functies tegelijkertijd bekleedde. Robertson dirigeerde het eerste optreden van ONL bij The Proms in augustus 2002. Van 2005 tot 2011, was Jun Märkl muziekdirecteur van ONL. De meest recente muziekdirecteur was Leonard Slatkin (van 2011 tot 2017), die nu de titel draagt van “Directeur musical honoraire” van het ONL.

Inhoud:
CD 1 Alborada del gracioso; Pavane pour une infante défunte; Rapsodie espagnole; Pièce en forme de habanera (Jennifer Gilbert, violin); Shéhérazade – Ouverture de féérie; Menuet antique; Boléro.
CD 2 Valses nobles et sentimentales; Gaspard de la nuit; Le Tombeau de Couperin; La Valse.
CD 3 ‘Orchestrations’ Chabrier: Menuet pompeux; Debussy: Sarabande; Debussy: Danse; Schumann: Carnaval (surviving fragments); Mussorgsky: Pictures at an Exhibition.
CD 4 Daphnis et Chloé; Une barque sur l’océan.
CD 5 Antar (reconstructed 2014 version); Shéhérazade. (André Dussollier, narrator; Isabelle Druet, mezzo-soprano)
CD 6 Piano Concerto in G major; Tzigane (Jennifer Gilbert, violin); Piano Concerto for the Left Hand. (François Dumont, piano)
CD 7 L’Heure espagnole; Don Quichotte à Dulcinée. (Isabelle Druet, mezzo-soprano; Luca Lombardo, tenor; Frédéric Antoun, tenor; Marc Barrard, baritone; François le Roux, baritone; Nicolas Courjal, bass)
CD 8 ‘L’Enfant et les Sortilèges & Ma Mère l’Oye’ L’Enfant et les Sortilèges; Ma Mère l’Oye. (Hélène Hebrard, soprano; Ingrid Perruche, soprano; Annick Massis, soprano; Julie Pasturaud, mezzo-soprano; Delphine Galou, contralto; Jean-Paul Fouchécourt, tenor; Marc Barrard, baritone; Nicolas Courjal, bass; Chœur Britten; Jeune Chœur symphonique; Maîtrise de l’Opéra National de Lyon)


Maurice Ravel Orchestral Works and Operas including Alborada del Gracioso Boléro Daphnis et Chloe La Valse Pavane pour une infante défunte Piano Concertos Rhapsodie espagnole L’Heure espagnole L’Enfant et les Sortilèges Orchestre National de Lyon Leonard Slatkin 8 cd Naxos 8508022