“Johannes Brahms, Complete works for viola – Vol. 1, Mikhail Zemtsov & friends”, op het label Challenge Classics, een unieke, verrijkende, sonore ervaring.

Deze cd maakt deel uit van een project dat bestaat uit het opnemen van alle kamermuziekstukken met solistische instrumentale partijen waarvoor Brahms versies voor altviool heeft gemaakt. Deze eerste cd bevat zijn Hoorntrio (op. 40) en zijn 2 Klarinetsonates (op. 121). De tweede cd (die in 2026 verschijnt) zal het klarinettrio (op. 114), het klarinetkwintet (op. 115), de twee liederen (op. 91) en het scherzo uit de FAE-sonate bevatten. Niet te missen!De beide Klarinetsonates markeerden het einde en misschien wel het hoogtepunt van Brahms’ kamermuziekproductie. Hun zachtheid, sierlijkheid en innemende tederheid gingen samen met de schemering van hun ontwapenende eenvoud. Brahms had nog maar net besloten niet meer te componeren tot hij de klarinettist, Richard Mühlfeld (samen op de foto) hoorde spelen en geïnspireerd werd om speciaal voor hem toch nog verschillende kamermuziekwerken te componeren.

In 1891, maakte Brahms nl. een reis naar een Kunstfestival in Meiningen en raakte er geboeid door uitvoeringen van Carl Maria von Webers Klarinetconcert nr. 1 door het orkest van Meiningen o.l.v. Fritz Steinbach, de opvolger van Hans von Bülow. De soloklarinettist was Richard Mühlfeld. Hij geraakte innig bevriend met Mühlfeld en de prachtige toon van “Fräulein Klarinette” en het spel van Mühlfeld maakten op hem danig indruk, dat hij alle technische mogelijkheden van het instrument wilde leren kennen.

Zo bracht Brahms vele uren bij Mühlfeld thuis door om zoveel mogelijk diens oefeningen op zijn instrument te kunnen volgen, waarbij Mühlfeld Brahms aanspoorde om voor de klarinet nieuwe composities te componeren. Brahms was danig enthousiast dat hij in de zomer van dat jaar in Bad Ischl, daarop in ging, en hij voor Mühlfeld meteen twee werken componeerde, een Trio (op. 114) en het beeldschoon Kwintet (op. 115). Brahms zou daar in 1894, nog twee klarinetsonaten (op. 120) aan toevoegen. Beide klarinetsonaten werden door Mühlfeld en met Brahms aan de piano, op één jaar tijd, wel op twintig verschillende concerten uitgevoerd.

Brahms’ genegenheid voor en vertrouwdheid met de hoorn blijkt duidelijk uit de glorieuze solo’s die hij er voor componeerde in zijn symfonieën, en uit het feit dat hij het instrument een ereplaats gaf in een subliem hoorntrio. Toch heeft Brahms nooit nog enig ander kamermuziekwerk gecomponeerd, waarbij de hoorn als solist betrokken was. De hoorn was symbolisch omdat hij als jongen zelf hoorn speelde. Hij componeerde zijn Trio voor natuurhoorn of “Waldhorn”, viool en piano, tijdens de zomer van 1865, in het huis (foto) van Clara Schumann in Lichtental nabij Baden-Baden, in het Zwarte Woud, ter herdenking aan het overlijden van zijn moeder Christiane (foto), een eenvoudige naaister, eerder dat jaar.

Zijn moeder zou daarenboven veel van haar zoons hoornspel hebben gehouden en Brahms’ vader speelde ook hoorn. Het was dus geen toeval dat Brahms enkele maanden na haar overlijden in 1865, aan zijn aangrijpend Hoorntrio begon. Het “Adagio mesto” was duidelijk een ‘in memoriam’. De laatste beweging baseerde Brahms op het volkslied ‘Es soll sich ja keiner mit der Liebe abgeben’. Brahms koos ervoor om het werk voor natuurhoorn in plaats van voor ventielhoorn te componeren, ondanks het feit dat de nieuwe, moderne ventielhoorn reeds populair was. Het timbre van de Waldhorn was nl. somberder en melancholischer dan de ventielhoorn en creëerde een heel andere stemming.Brahms baseerde het werk daarenboven op een thema van een “Albumblatt” voor piano, dat hij twaalf jaar eerder, in 1853, als 20-jarige, componeerde, maar toen niet publiceerde. Het prachtig Hoorntrio werd voor het eerst in november 1865, in Zürich uitgevoerd en werd in november 1866 gepubliceerd. Het was het laatste kamermuziekwerk dat Brahms voor de komende acht jaar zou componeren.

De (laatste) werken van Brahms, geïnspireerd door de ontmoeting met de klarinettist Richard Mühlfeld, behoren tot zijn diepste en mooiste werken. De reden waarom Brahms besloot om altvioolpartijen voor deze stukken te schrijven, was waarschijnlijk vanuit een speciale verbintenis tussen zijn muzikale wereld en de sonoriteit van de altviool en het gevoel dat de expressieve rijkdom van de altviool, het mogelijk zou maken deze werken vanuit een heel ander perspectief te ontdekken. De uitvoerders zijn Mikhail Zemtsov, altviool, Daniel Rowland, viool en Hanna Shybayeva, piano.

De solist, docent, pedagoog, kamermusicus en dirigent, Mikhail Zemtsov, (1969) kreeg op 5-jarige leeftijd zijn eerste vioollessen van zijn moeder Loudmila Levinson. Later studeerde hij altviool en compositie aan de conservatoria van Moskou, Hamburg en Maastricht en behaalde een master in orkestdirectie aan de Litouwse Muziekacademie. Ook volgde hij masterclasses directie bij Lev Markiz, Neeme, Paavo Järvi en Gianandrea Noseda, en won prijzen op de Internationale Altvioolwedstrijd (Wenen, 1998) en op de Elisa Meyer Wedstrijd (Hamburg, 1998). Hij is docent altviool aan het Koninklijk Conservatorium Den Haag en het Conservatorium Utrecht en maakt samen met zijn vrouw Julia Dinerstein, zijn dochter Dana en zijn broer Alexander, deel uit van het uniek, in 2010, opgericht “Zemtsov Viola Quartet” (foto). In 2015, werd Alexander weliswaar vervangen door Alexanders zoon, Danil.         

Johannes Brahms Complete works for viola – Vol. 1 Mikhail Zemtsov & friends cd Challenge Classics CC 720019

https://www.stretto.be/2025/02/25/yellow-butterfly-latin-american-favourites-door-dana-zemtsov-op-het-label-channel-classics/