Anders Rydell, “Gestolen muziek – De roof van muzikaal erfgoed door de nazi’s”, een beklemmende uitgave van Atlas Contact.

“Gestolen muziek” gaat over de vaak vergeten systematische plundering van Europa’s muzikaal erfgoed tijdens de Tweede Wereldoorlog. Op een even deskundige als aangrijpende wijze, vertelt Anders Rydell over de gruwel, de getroffen musici, componisten en instellingen. Een pakkend verhaal over de universele kracht van muziek. Niet te missen!

“Stolen Music” is na de bejubelde “Plunders” (“De plunderaars”) en “Book Thieves” (“De grote boekenroof”), het laatste deel in de trilogie van Anders Rydell over de plundering van cultuur door de nazi’s tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Oost-Europese, Joodse muziektraditie heeft enkele van de grootste componisten ooit voort gebracht. Joodse musici maakten tijdens het interbellum furore in Duitsland en Europa, maar werden door de nazi’s meedogenloos vervolgd met als doel de Joodse invloed op de Europese muziek voor eens en voor altijd uit te wissen.

In zijn boek volgt Anders Rydell een aantal vooraanstaande, Joodse musici, zoals Wanda Landowska (foto), Arthur Rubinstein (foto met kinderen), de Pools-Joodse pianist en componist, Władysław Szpilman, de fenomenale, in Roemenië geboren, Hongaars-joodse violist, Sándor (Shony) Braun (1924-2002) (foto), de componist van de “Symphony of the Holocaust” voor viool en orkest, de dirigent en componist Herbert Zipper (foto), en Alma Rosé (1906-1944) (foto), en dit vanaf het bruisend muziekleven van het interbellum tot de nazivervolging, hun vlucht en de Holocaust.

Alma Rosé was de dochter van Arnold Rosé (geb. Rosenblum) (samen op de foto), die violist was van het befaamd “Rosé-Quartett” en tevens concertmeester van zowel het Weens Filharmonisch Orkest (van 1881 tot 1938) als van de Weense Staatsopera was. Haar moeder, Justine (1868-1938), was de 8 jaar jongere zuster van… Gustav Mahler! (broer en zuster, samen op de foto).

Alma Rosé werd in juli 1943, gedeporteerd naar het concentratiekamp Auschwitz, waar ze vanaf augustus, samen met Zofia Czajkowska, gedwongen werd het meisjesorkest van Auschwitz te leiden. Het idee van het orkest kwam van de kampbewaakster (“SS-Lagerführerin”), Maria Mandl, die in december 1947, door het Opperste Volkstribunaal van de Volksrepubliek Polen, ter dood veroordeeld werd en opgehangen werd.Tegelijkertijd vertelt Anders Rydell het verhaal van de rol van muziek in het Derde Rijk en de grootschalige en systematische plundering van tienduizenden instrumenten, manuscripten en boeken. De speciale eenheid “Sonderstab Musik” leidde de jacht op Europa’s grootste muzikale schatten, onbetaalbare instrumenten en manuscripten van o.a. Bach, Mozart en Beethoven. Alleen al in Parijs werden meer dan 8000 vleugels en piano’s uit Joodse huizen gestolen. De plundering werd geleid door de musicoloog en SS-er, Herbert Gerigk (1905-1996) (foto), het “hoofd van de muziekafdeling voor het toezicht op de intellectuele en ideologische vorming en opvoeding van de nazipartij”, met als doel de Joodse invloed op de Europese muziek uit te roeien.

Gerigks bekendste werk was het antisemitisch, ca. 400 bladzijden tellend, “Lexikon der Juden in der Musik” (1940), dat hij samen met Theophil Stengel (1905-1995), de voorzitter van de Reichsmusikkammer, redigeerde. Het uitvoeren van muziek van o.a. Mendelssohn, Giacomo Meyerbeer en Gustav Mahler werd verboden. Alleen al in bezet Frankrijk voerden Gerigks onderzoekers gedurende twee jaar, overvallen uit op 34.500 Joodse huizen of appartementen, waaronder die van Emmerich Kálmán, Darius Milhaud, Fernand Halphen (1872-1917) en de legendarische cellist, Gregor Piatigorsky (foto).

Alice de Koenigswarter (1878-1963) (foto), de vooraanstaande weduwe van Fernand Halphen (foto), richtte de “Fondation Halphen” op met als doel om compositiestudenten aan het conservatorium te helpen hun werken te publiceren en uit te voeren. De stichting bouwde ook sociale woningbouw in Le Marais op het Île Saint-Louis in Parijs, gebruikmakend van een controversieel plan om één kant van een oorspronkelijke zeventiende-eeuwse straat te slopen. Rue des Deux-Ponts 10-12 huisvestte ongeveer 50 huurwoningen in twee blokken, daterend uit 1926 en 1930, gericht op grote gezinnen.

Alice verzamelde ook een aanzienlijke collectie schilderijen, waaronder doeken van Monet, Pissarro, Van Gogh en Le Douanier Rousseau en het portret van Fernand Halphen als kind (foto), geschilderd door Auguste Renoir in 1880, en ze deed schenkingen aan verschillende musea, waaronder het Louvre, Tel Aviv en Haifa. Bij de razzia’s op Joden eind september 1942, werden alle 112 huurders van de Rue des Deux-Ponts, onder wie 40 jonge kinderen!, gedeporteerd naar Auschwitz-Birkenau…

Na de Tweede Wereldoorlog werd Gerigk nooit berecht voor zijn medeplichtigheid aan de Holocaust. Integendeel, hij werkte als muziekcriticus bij de Dortmundse “Ruhr-Nachrichten” en in 1954, schreef hij een “Fachwörterbuch der Musik”, uitgegeven door dezelfde uitgeverij die zijn berucht “Lexicon” tijdens de nazitijd had uitgegeven… Over zijn ervaringen in het getto van Warschau schreef Władysław Szpilman (foto) “The Pianist: The Extraordinary True Story of One Man’s Survival in Warsaw, 1939-1945”, het boek dat de basis vormde voor de film “The pianist” uit 2002, van Roman Polański.

Met zijn trilogie creëert Anders Rydell een diepgaand verhaal over deze misdaden en de verstrekkende gevolgen ervan, een verhaal over hoe plunderingen werden gebruikt om mensen van hun cultuur, taal en identiteit te beroven. “Stolen musik” is een verhaal over de pogingen van de nazi’s om hun slachtoffers het zwijgen op te leggen, maar ook over muziek als daad van verzet. “Dit is een verhaal over de kwetsbaarheid van onze culturele schatten, maar ook over gerechtigheid, herstel en veerkracht”, zo benadrukt Rydell. Ondanks de gruwelijke vervolgingen bleef muziek een bijzonder krachtige vorm van culturele verbinding en van verzet. Op indrukwekkende wijze maakt Rydell de universele kracht van muziek invoelbaar. “Stulen Musik” werd uit het Zweeds vertaald door Geri de Boer. Zeker lezen!Anders Rydell (1982) is een Zweedse journalist en hoofdredacteur van het kunsttijdschrift “Konstnären”, bekend om zijn boeken over culturele roof en de nazi-plunderingen van kunst tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 2015 verscheen zijn veelgeprezen boek ‘De plunderaars’, dat op de shortlist van de August Prize belandde. De vertaalrechten voor ‘De boekenroof’ zijn aan tien landen verkocht, waaronder de Verenigde Staten, Brazilië en Italië.

Anders Rydell Gestolen muziek De roof van muzikaal erfgoed door de nazi’s 286 bladz. Atlas Contact ISBN 9789045051949

https://www.stretto.be/2017/04/23/de-grote-boekenroof/

https://www.stretto.be/2017/04/23/ranzige-kunstzwendel-een-nare-zaak/