


De pianist Nicolas Stavy, die o.a. al een opname uitbracht van 2 opvallende Pianosonates van Boris Tishchenko (1939-2010), presenteert nu het eerste deel van de opname van de complete composities voor piano solo van de postmodernistische, Russisch-joods-Duitse componist, Alfred Schnittke (1934-1998). De opname bevat werken uit Schnittke’s verschillende creatieve perioden, van de jaren ‘50, die Schnittke zelf omschreef als de “jaren van duisternis”, tot de jaren ‘90, een tijd die gekenmerkt werd door zowel zijn wereldfaam als door zijn ernstige ziekte.

Alfred Schnittke woonde van 1946 tot 1948, in Wenen, waar hij piano leerde spelen en muziektheorie studeerde. Hij voltooide zijn studie bij Jevgeni Golubev (1910-1988) (een Sovjet-componist van o.a. 24 strijkkwartetten en 7 indrukwekkende symfonieën), aan het Conservatorium van Moskou, waar hij later zelf compositie zou doceren. In het kader van het socialistisch-realisme, componeerde Schnittke als Sovjetcomponist, tussen 1961 en 1984, muziek voor wel 24 films. Deze “Soundtracks” zijn net als deze van Sjostakovitsj, in het Westen nog steeds totaal onbekend!
Verder componeerde Schnittke weliswaar een breed scala aan genres, veelal experimenteel, o.a. 9 symfonieën (eigenl. 10, want net als bij Bruckner, is er van Schnittke een “Symfonie 0” uit 1957, bekend), concerti grossi, een Pianoconcerto (1960) en 4 Vioolconcerti. Wat de vergelijking met Bruckner betreft, is het vermeldenswaard dat Schnittke in 1979, zijn 2de symfonie, de titel “”St. Florian” gaf. Deze koorsymfonie voor alt, contratenor, tenor en bas, koor en orkest, gestructureerd naar het Ordinarium van de Mis, was een eerbetoon aan Anton Bruckner, die organist was van de priorij van St. Florian in Opper-Oostenrijk en die daar trouwens onder het orgel begraven ligt. 
Verder kennen we van Schnittke het oratorium “Nagasaki” voor mezzosopraan, gemengd koor en orkest (1958), balletten, veel koor- en vocale muziek, 3 opera’s, evenals bewerkingen van werken van andere componisten. Zijn bekendste werken zijn het Concerto Grosso nr. 1 voor twee violen, klavecimbel, piano en strijkers (1976-77) en het Vioolconcerto nr. 4 uit 1984, waarbij de violist de opdracht kreeg de cadens te mimen in plaats van deze daadwerkelijk te spelen…
Schnittke, die tot midden jaren ’80, vrijwel onbekend was buiten de Sovjet-Unie, verwierf een grote aanhang in het Westen dankzij de inspanningen van prominente Russische musici als de dirigent, Gennady Rozhdestvensky, de violist, Gidon Kremer, de dirigent, violist en altviolist, Yury Bashmet en de cellist, Mstislav Rostropovich. Toen Alfred Schnittke en Arvo Pärt (samen op de foto) reeds in de jaren ’70, beiden het orthodox geloof overnamen, kregen orthodoxe koortradities een steeds prominentere plaats in hun werk. Beide componisten keken weliswaar ook naar de muziek van de westerse kerk. Twee van Schnittke’s “Three Sacred Hymns” (1984-1985) bv. zijn in het Westen bekend als Ave Maria, en het Onze Vader. Het “Jezusgebed” daarentegen, de tweede hymne, was een typische gebedsvorm van het Oosters christendom. In 1983, bekeerde Schnittke zich tot het katholicisme met een diepgeworteld geloof in predestinatie en mystiek en vestigde zich in 1990, in Hamburg.
Hoewel Schnittke relatief weinig muziek voor piano componeerde, weerspiegelde elk werk de verschillende fasen van zijn carrière. De “Vijf Preludes en Fuga” (1953–1954) en de “Prelude en Fuga” uit 1963, behoorden nog tot zijn eerste creatieve fase, toen hij nog onder invloed stond van Sjostakovitsj. In 1971, componeerde Schnittke “Little Piano Pieces” voor zijn toen 6-jarige zoon Andrei, die piano leerde spelen. Andrei (samen op de foto), die componist en fotograaf werd, overleed echter op 55-jarige leeftijd aan een hartaanval. Die 8 kleine pianostukken waren reeds een voorbeeld van Schnittke’s typisch “polystylisme”, de abrupte combinatie en juxtapositie van radicaal verschillende, vaak tegenstrijdige stijlen uit het verleden en het heden, beïnvloed door de experimentele muziek van o.a. Charles Ives, Luciano Berio en Bernd Alois Zimmermann.

Met zijn “Sonate Nr. 2” en de “Vijf aforismen”, beide uit 1990, keerde Schnittke terug naar een meer ascetische en abstracte taal met een meer sombere toon, ongetwijfeld beïnvloed door zijn ernstige gezondheidsproblemen. In juli 1985, kreeg Schnittke nl. een beroerte waardoor hij in coma raakte. Hij werd meerdere malen klinisch dood verklaard, maar herstelde en bleef componeren. In 1990, verliet hij de Sovjet-Unie en vestigde zich in Hamburg, maar zijn gezondheid bleef echter slecht. Na nog verschillende beroertes, overleed hij op 63-jarige leeftijd, op 3 augustus 1998, in Hamburg. Hij werd met staatseer begraven op de Novodevitsjibegraafplaats (foto’s) in Moskou.
Na studies bij Gérard Frémy en Christian Ivaldi aan het Conservatoire National Supérieure de Musique in Parijs, waar hij de 1ste prijzen piano en kamermuziek won, studeerde Nicolas Stavy verder bij Dominique Merlet aan het Conservatorium van Genève, nam deel aan masterclasses van György Sebök en volgde ook nog les bij Alfred Brendel. Hij is een prijswinnaar van verschillende internationale competities, o.a. de speciale prijs op het Chopin-concours in Warschau in 2000, de tweede prijs op de internationale competitie van Genève in 2001, de 4de prijs in de Gina Bachauer-wedstrijd in de VS in 2002, de 2de prijs in het jonge concert Artiestencompetitie in New York in 2003.
Tracklist:
Prelude and Fugue (1963)
Piano Sonata No. 2 (1990)
Five Preludes and Fugue (1953-54)
Little Piano Pieces (1971)
Five Aphorisms (1990)


Alfred Schnittke Piano Music Volume 1 Nicolas Stavy cd BIS 2797![]()