


In 2025, wordt de 350ste sterfdag van Andreas Hammerschmidt (1611/1612-1675) herdacht. Samen met de sopraan Capucine Keller en de tenor Maxime Melnik presenteert Clematis een programma waarin instrumentale werken een liefdevolle dialoog aangaan met vocale composities op teksten uit het Hooglied van Hammerschmidt. Ontdek de schoonheid van de inspiratie van 17de eeuwse, Lutherse componisten, o.a. Johann Vierdanck, David Funck en Thomas Strutz, die door hun gebruik van de expressieve vernieuwingen van Monteverdi, de stilistische link legden tussen Heinrich Schütz en Johann Sebastian Bach.



Thomas Strutz componeerde bv. reeds in 1664, een passie met aria’s voor Jezus, verwijzend naar de oratoriumtraditie van Schütz en Carissimi. De praktijk van het gebruik van het dramatisch, expressief recitatief voor de evangelist was een ontwikkeling van componisten in Noord-Duitsland. De Duitse violist, cornetspeler en componist Johann Vierdanck, geboren nabij Dresden, trad in 1615 toe tot de hofkapel van Dresden, waar hij leerling werd van Heinrich Schütz en William Brade (1560-1630), een Engelse componist, violist en gambaspeler die actief was in Noord-Duitsland. Vierdanck componeerde “Geistlichen Concerten” en zijn instrumentale werken werden beïnvloed door de Italiaanse violist Carlo Farina (ca. 1600-1639), die concertmeester was van hofkapel in Dresden. Na bezoeken aan Kopenhagen en Lübeck, was Vierdanck van 1635 tot aan zijn overlijden, organist in Stralsund, waar hij dan ook werd begraven.
De Boheemse componist, David Funck, geboren in Sankt Joachimsthal (nu Jáchymov in de Tsjechische regio Karlsbad), was van 1674 tot 1686, in dienst van Fürstin Eleonore von Schleswig-Holstein-Sonderburg-Norburg in Norburg (foto). In 1677, verscheen Funcks enige muziekbundel, “Stricturae viola di gambicae” (een woordspeling op zijn naam Funck, stricturae zijn vonken), vier delen met o.a. wel 43 dansen voor 4 viola da gamba’s, allemandes, courantes, sarabandes en gigues.
De verrukkelijke, erotische aspecten van de tekst van het Hooglied (“Sjir ha-Sjirim”) inspireerden in de 17de eeuw talloze componisten, zelfs de lutherse componisten. De meeste van Hammerschmidts stukken op deze tekst werden gecomponeerd voor sopraan- of tenorstemmen, die de twee hoofdpersonages vertegenwoordigden, de geliefde en de minnaar, met begeleiding van 2 violen, 2 altviolen en basso continuo. In dit programma worden o.a. 5 evocaties van liefde als sensuele dialogen, afgewisseld met aanstekelijke, instrumentale stukken. Op het programma staat naast werk van Andreas Hammerschmidt, werk van Johann Philipp Krieger (1649-1725), Johann Rosenmüller (1619-1684), Johann Vierdanck (1605-1646), David Fuck (1648-1701) en Thomas Strutz (ca.1621-1678).
Andreas Hammerschmidt (foto), de “Orpheus van Zittau”, een Duitse Boheemse componist en organist, was een van de belangrijkste en populairste componisten van religieuze muziek in het Duitsland van het midden van de 17de eeuw. Hij werd geboren in Brüx, een kleine, protestantse gemeenschap in Bohemen, als zoon van een Saksische vader en een Boheemse moeder. In 1626 moest het gezin Bohemen ontvluchten, tijdens de Dertigjarige Oorlog. Nadat ze katholiek waren geworden, vestigden ze zich in Freiberg in Saksen, waar Andreas zijn muzikale opleiding moet hebben genoten en waar hij organist werd aan de Petrikirche. Hij studeerde waarschijnlijk niet bij Christoph Demantius, die Kantor was in Freiberg en de belangrijkste musicus was in de stad terwijl Hammerschmidt daar verbleef, maar hij kende hem wellicht. Veel beroemde musici uit de vroege barok brachten tijd door in Freiberg, maar het is niet zeker wie van hen Hammerschmidt onderwees. In ieder geval ontving hij daar een uitstekende muzikale opleiding.
Hammerschmidt verliet Freiberg in 1633, werd organist voor graaf Rudolf von Bünau in Weesenstein, maar keerde het jaar daarop terug naar Freiberg als organist. Hij trouwde kort na zijn terugkeer, maar van zijn zes kinderen stierven er drie op jonge leeftijd. In 1639 verhuisde hij naar Zittau waar hij Christoph Schreiber opvolgde als organist van de Johanneskirche tot aan zijn overlijden. Ondanks de verwoestingen van de oorlog verwierf hij faam als organist en componist van muziek in de concertante traditie van Heinrich Schütz. Helaas is er van hem geen orgelmuziek bewaard gebleven, hoewel er veel andere gepubliceerde muziek van hem is, waaronder vijftien delen religieuze muziek, drie delen wereldlijke vocale muziek en drie delen instrumentale muziek. Terwijl het muziekleven in Zittau ernstig leed door de Dertigjarige Oorlog, inclusief de decimering van de koren en de algemene vermindering van de muzikale maatstaven, overleefde Hammerschmidt. Na de oorlog in 1648 kreeg het muziekleven langzaam zijn oude hoge standaard terug.
Exacte gegevens van zijn activiteiten in Zittau zijn schaars, want de documenten werden verbrand in 1757 toen de stad door de Oostenrijkers werd verwoest in de Zevenjarige Oorlog. Hammerschmidt werd tijdens dit deel van zijn carrière echter een van de bekendste componisten in Duitsland en de beroemdste vertegenwoordiger van de concertato stijl van de generatie na Schütz. Hoewel hij gerespecteerd werd en men op hem als expert, beroep deed voor heel veel zaken, lijkt hij vatbaar te zijn geweest voor uitbarstingen van woede, waarvan sommige hem bij vechtpartijen betrokken hebben. Hij lijkt ook goed te hebben geprofiteerd van zijn activiteiten als musicus, en leefde kennelijk in luxe, met zowel een huis in de stad als een landgoed.
Tracklist:
Prima pars
Anon. : Sonatina à 5
Hammerschmidt: Ich schlafe, aber mein Herz wachet
Funck : Lamento
Hammerschmidt: Du bist allerdinge schöne
Funck : Ballo
Hammerschmidt: Anima mea liquefacta est
Hammerschmidt: Ballet
Hammerschmidt: Vulnerasti cor meum
Hammerschmidt: Ballo
Hammerschmidt: Mein Freund ist mein und ich bin sein
Secundo pars
Rosenmüller: Sinfonia c-moll
Hammerschmidt: Ich suchte des Nachts
Vierdanck: Stehe auf meine Freundin
Krieger: Ich bin eine Blume zu Saron
Strutz: Siehe mein 


Andreas Hammerschmidt Du bist schön und lieblich Capucine Keller, Maxime Melnik Clematis cd Ricecar RIC479