


De jonge, Russische dirigent Jevgeni Svetlanov (1928-2002) dirigeerde reeds vanaf 1955, het Bolsjojtheater, waarvan hij vervolgens van 1962 tot 1964, chef-dirigent was. Van 1965 tot 2000, was hij de legendarische chef-dirigent van het USSR Staatssymfonieorkest. In 2005, kreeg dit orkest officieel de aanvullende naam “Svetlanov Symfonie Orkest”. Het draagt nu formeel de Engelse naam, “State Academic Symphony Orchestra Evgeny Svetlanov”. Ontdek op deze cd geremasterde opnamen uit 1968 (Glinka) en 1978 (Rimsky-Korsakov) vanuit de Usher-Hall in Edinburgh. Fenomenaal!



Rimsky-Korsakovs symfonische Suite “Shéhérazade” (“Sjecherezada” in Nederlandse transliteratie), uit 1888, is voldoende bekend. Zijn opera, “De Maagd/Het meisje van Pskov” (“Pskovityanka”), daarentegen niet. Rimsky-Korsakov (foto’s) componeerde zijn opera op een eigen libretto naar het historisch drama uit 1859, van Lev Mei (1822-1862). Aan de oorsprong van de opera lag het Wiegenlied uit 4 liederen/Romances op. 2, gecomponeerd in 1866. Rimski-Korsakov begon in de winter van 1867-1868, aan een operabewerking, die uiteindelijk zou uitmonden in wel 3 versies. De originele versie werd gecomponeerd in de jaren 1868-1872. In 1873, vond in januari, de wereldpremière plaats in het Mariinsky Theater in Sint-Petersburg o.l.v. Tsjechische dirigent en componist, Eduard Nápravník (1839-1916) (foto).


In de jaren 1876-1877, herzag Rimski-Korsakov zijn opera en voegde een proloog toe. Hij stelde in 1877 ook toneelmuziek (eerste versie) samen met de hier opgenomen, uiterst virtuoze ouverture en de muziek uit 4 entractes met gebruik van een motief uit zijn cantate, “Legende van Aleksej, de Man van God”, voor gemengd koor en orkest, op. 20 uit 1878. Hij voltooide de definitieve( derde) versie van de opera uiteindelijk weer zonder proloog, pas in de jaren 1891-1892. Ook van zijn toneelmuziek maakte hij in 1882, een tweede versie en de proloog uit de tweede versie van de opera werd in 1898 omgewerkt tot de eenakter “Boyarinya Vera Sheloga” (“De edelvrouw Vera Sheloga”) op.54.


De definitieve versie werd beroemd door Fjodor Sjaljapin (Chaliapine) (1873-1938) in de rol van de tsaar (foto’s), die de rol reeds in 1896 in Moskou had gezongen. De opera werd in 1909, eveneens met Sjaljapin, onder de titel “Ivan de Verschrikkelijke”, in een productie van Sergej Diaghilev en gedirigeerd door Nikolaj Tsjerepnin, in het Théâtre du Châtelet in Parijs opgevoerd, en in 1915 werd de opera onder de titel “Ivan Vasiljevitsj Grozny” in Rusland verfilmd met opnieuw Sjaljapin in de titelrol. Het verhaal over Olga, de dochter van prins Tokmakov, die uiteindelijk de dochter blijkt te zijn van de tsaar, is fictief, maar speelt zich af tegen de historische achtergrond van de campagne van de tsaar en grootvorst van heel Rusland, Ivan IV Vasiljevitsj (1530-1584), om de steden Pskov en Novgorod aan zijn wil te onderwerpen.
De Russische pianist en componist, Mikhail Glinka (1804-1857) (foto), de stichter van de Russisch nationale school, is vooral bekend gebleven om zijn opera’s “Een leven voor de tsaar” ook bekend als “Iwan Soesanin”, en “Ruslan en Ludmilla”. In 1830 ging Glinka nl. op aanbeveling van een arts, met de tenor van de keizerlijke kapel Nikolai Kuzmich Ivanov, op reis naar Italië. 
De reis ging door Duitsland en Zwitserland voor ze zich in Milaan vestigden. Daar volgde Glinka les bij Francesco Basili (1767-1850). Basili was beroemd als componist van opera’s. Van 1827 tot 1837 was hij de directeur van het Conservatorium van Milaan. Het was in die hoedanigheid dat hij in 1832, als voorzitter van de commissie, de toen net geen 18-jarige Giuseppe Verdi uit Busseto examineerde maar besloot om hem de toegang tot het conservatorium te weigeren… Kort voor Verdi’s overlijden in 1901, werd het conservatorium van Milaan het “Conservatorio G. Verdi”!



Alhoewel Glinka in Turijn, Milaan, Napels en Venetië drie jaar lang naar zangers en zangeressen luisterde, vrouwen met zijn muziek charmeerde en er veel bekende mensen ontmoette, onder wie Bellini, Donizetti, Mendelssohn en Berlioz, realiseerde hij zich dat hij in Italië niet kon aarden en dat het zijn missie was om terug te keren naar Rusland om daar op een Russische manier te componeren en voor Russische muziek te doen wat Donizetti en Bellini voor de Italiaanse muziek hadden gedaan. In Milaan was hij immers beroemd geworden om zijn vermogen om op de piano de nuances van de stemmen van zangers en zangeressen te imiteren, waardoor hij de twee onderhoudende reeksen variaties op thema’s van Donizetti en Bellini componeerde. Eens terug in Rusland componeerde hij pianovariaties op “De Nachtegaal” in Russische stijl en componeerde hij in 1836 zijn opera “Een Leven voor de tsaar” in Russische bel canto stijl.

De 18-jarige componist deed tussen 1822 en 1826, zijn eerste, nog schuchtere pogingen in het symfonisch genre met 2 ouverturen en met schetsen voor een Symfonie, op basis van volksliederen. In 1834, nog tijdens zijn compositiestudie bij Siegfried Dehn in Berlijn, bedacht hij een symfonie-ouverture op een Russisch thema in rondedansvorm. Net als in zijn latere “Kamarinskaja” uit 1848, was Glinka’s idee gebaseerd op het contrast tussen twee volksliederen, een langzaam uitgesponnen volkslied enerzijds en een levendig en dansant volkslied anderzijds. De weliswaar onvoltooide, eendelige compositie, bekend als “Symfonie op twee Russische thema’s” werd een eeuw later voltooid en bewerkt door Vissarion Sjebalin (1902–1963) en werd in 1938, voor het eerst uitgevoerd in Moskou. In navolging van Glinka componeerden ook Balakirev en Rimsky-Korsakov, ouverturen op Russische thema’s
Evgeny, het zoontje van zangers in het Bolsjojtheater in Moskou, stond al heel vroeg op het podium als het zoontje van Cio-Cio-San in Puccini’s Madama Butterfly. Hij studeerde directie aan het Conservatorium van Moskou bij Aleksandr Gauk (1893-1963) en compositie bij Juri Schaporin en Michail Gnessin aan het Gnessin Instituut. Gauk was ook de leraar van Yevgeny Mravinsky. Vanaf 1955, dirigeerde Evgeny Svetlanov als 27-jarige, in het Bolsjojtheater, waar hij in 1962, benoemd werd tot eerste dirigent. Vanaf 1965 was hij als generatiegenoot van Kiril Kondrasjin en Gennadi Rozjdestvenski, de eerste dirigent van het in 1936, opgericht USSR Staats-Symfonieorkest, later het Academisch Symfonieorkest van de Russische Federatie, en in 1979, werd hij eerste gastdirigent van het London Symphony Orchestra. Van 1992 tot 2000, was hij bovendien eerste dirigent van het Residentie Orkest in Den Haag. Hij volgde daar nl. Hans Vonk op, en werd op zijn beurt weer opgevolgd door Jaap van Zweden. Ten slotte was hij tussen 1997 en 2000, ook nog eens de chef-dirigent van het Zweeds Radio Symfonieorkest.


In 2000 werd Svetlanov echter door Vladimir Poetins minister van cultuur, Mikhail Sjvydkoj, ondanks zijn onderscheidingen, Volksartiest van de Sovjet-Unie (1968), Orde van Verdienste voor het Vaderland (1998) en de Leninorde (1978), één van de hoogste orden van de Sovjet-Unie, ontslagen als dirigent van het orkest van de Russische Federatie, en vervangen door Mark Borisovich Gorenstein (°1946). Als reden werd aangegeven dat Svetlanov te veel in het buitenland dirigeerde en te weinig in Moskou was. Hij sprak nochtans alleen maar Russisch en repeteerde met buitenlandse orkesten vaak met enkel kennis van 2 Duitse woorden, “kaputt” en “gut”…
Tracklist:
Rimski Korsakov: De Maagd van Pskov: Ouverture
(London Symphony Orchestra)
Rimsky Korsakov: Sheherazade, Op. 35
(London Symphony Orchestra)
De zee en Sinbads schip
Het verhaal van de Kalendar Prins
De jonge prins en de jonge prinses
Festival in Bagdad – De zee – Het schip loopt tegen een klif met de bronzen ruiter (John Georgiadis, viool solo)
Glinka: Symfonie op twee Russische thema’s
(Staatssymfonieorkest van de USSR)



Jevgeni Svetlanov Rimsky-Korsakov The Maid of Pskov Overture Scheherazade London Symphony Orchestra Glinka Symphony on Two Russian Themes USSR State Symphony Orchestra cd ica classics ICAC 5186