


Het ensemble La Nébuleuse heeft ervoor gekozen om zijn eerste opname te wijden aan religieuze muziek van Marc-Antoine Charpentier, en dit met het accent op bezettingen die het midden houden tussen die welke typisch waren voor het petit motet en die welke vereist waren voor het grand motet. De motetten worden afgewisseld met instrumentaal werk van Henry Du Mont en Sébastien de Brossard.

Een grand motet was een religieuze compositie in het Latijn voor solisten, koor en instrumentaal ensemble, vaak op tekst uit de Psalmen. Het grand motet was de belangrijkste religieuze muziekvorm van de Franse barokmuziek van de 17de – en 18de eeuw. Grand motets hadden onder het bewind van Louis XIV een ceremonieel en plechtig karakter en waren de tegenhangers van het intieme petit motet, vaak op teksten uit de Mariaverering. Belangrijke componisten van grand motets waren Lully, Marc-Antoine Charpentier, Henry Dumont (of Du Mont) en Michel-Richard Delalande.
Marc-Antoine Charpentier (ca.1643-1704) was een leerling van Giacomo Carissimi in Rome. Na zijn terugkeer in Parijs werd hij de privé-componist van Marie de Lorraine, duchesse de Guise, duchesse de Joyeuse en princesse de Joinville (1615-1688) (foto) tot haar overlijden. Later componeerde hij voor de Comédie Française, waar hij samenwerkte met Molière. Rond 1688 werd Charpentier maître de musique van het collège Louis-le-Grand en in 1698, maître de chapelle van de Sainte-Chapelle. 
Hij componeerde 7 opera’s, wel 13 pastorales, musique de scène, comédies-ballets, in de beginjaren ’70 van de 17de eeuw, voor Molière (bij “La Comtesse d’Escarbagnas”, “Le Mariage forcé” en “Le Malade imaginaire”), interludes, musique religieuse (o.a. 11 Missen) en pièces instrumentales. Charpentier was een heel religieus componist. In die mate zelfs dat een groot deel van zijn instrumentaal repertoire uit onderdelen bestond voor de liturgie. De hier opgenomen werken, gecomponeerd tussen 1670 en 1696, laten de evolutie van de invloeden in de composities van Charpentier horen: de Italiaanse kenmerken van zijn vroege werken, daterend van zijn tijd in Rome, contrasteren met de welsprekende Franse stijl van zijn latere motetten.

Henri Du Mont (1610-1684) was een muzikale sleutelfiguur aan het hof van Louis XIV. Geboren in Vlaanderen, in Looz (Borgloon) in 1610, verhuisde hij na in Maastricht en Luik gewoond te hebben, in 1639 naar Parijs. Van 1643 tot zijn dood in 1684 was hij organist van de Jezuïetenkerk St. Paul in de Marais. In 1672 werd hij benoemd tot Compositeur de la musique aan de Chapel Royal, na sinds 1663 sous-maître te zijn geweest. Vervolgens werd hij in 1673 Maître de la musique van koningin Marie-Thérèse. Twintig jaar, van 1663 tot 1683, leidde Henry Du Mont de kapel van de Zonnekoning. Voor de dagelijkse Mis bouwde hij een nieuw repertoire uit met motetten voor groot koor en meer intieme stukken voor solo stemmen.

Na zijn studie filosofie en theologie in Caen, studeerde Sébastien de Brossard (1655-1730) muziek en vestigde zich van 1678 tot 1687 in Parijs. Hij was korte tijd de privéleraar van de jonge zoon van Nicolas-Joseph Foucault, een verzamelaar en bibliofiel. Hij werd bevriend met Étienne Loulié, een van de muzikanten die de Italiaanse werken uitvoerde die Marc-Antoine Charpentier componeerde voor Marie de Lorraine, hertogin van Guise, beter bekend als “Mademoiselle de Guise”. Tijdens zijn verblijf in Parijs raakte hij ook bevriend met Samuel Morland, een Engelse uitvinder en polymath die samenwerkte met de wiskundige, Joseph Sauveur aan de Machine de Marly, een groot hydraulisch systeem in Yvelines, gebouwd in 1684 om water uit de rivier de Seine te pompen voor het Paleis van Versailles. Brossard omarmde de Italiaanse muziek met enthousiasme. Hij werd een verzamelaar van muziekmanuscripten en muziektraktaten, perfectioneerde zijn kennis van de muziektheorie en verfijnde zijn compositorische vaardigheden.
In 1687 werd Brossard benoemd tot vicaris van de kathedraal van Straatsburg. Hij bleef daar tot 1698. In 1687 stichtte hij een Académie de Musique in Straatsburg en arrangeerde Lully’s “Alceste” voor een opvoering aldaar. In de tien jaar dat hij in Straatsburg verbleef, verwierf hij het grootste deel van zijn muziekbibliotheek, die inmiddels legendarisch is geworden. Een verzameling van 157 sonates die Brossard verwierf, draagt de naam “Codex Rost”, naar de cantor van Baden-Baden, Franz Rost (1640-1688). In 1698 werd Brossard benoemd tot kapelmeester van de kathedraal Saint-Etienne (foto) in Meaux en bleef dat tot 1715. Na zijn pensionering werkte hij aan liturgische publicaties voor het bisdom. Hij overleed op 75-jarige leeftijd in Meaux.
Gabriel Rignol (2001) begon op 8-jarige leeftijd met gitaarspelen aan het CRR in Perpignan in de klas van Michel Rubio. Met dit instrument won hij op 12-jarige leeftijd de eerste prijs op het Lempdes-concours en op 14-jarige leeftijd de derde prijs op het Arpoador-concours, waarna hij op 15-jarige leeftijd unaniem zijn DEM-diploma behaalde. Hij besloot zich vervolgens te wijden aan de luit bij Béatrice Pornon en werd op 16-jarige leeftijd toegelaten tot het Conservatoire National Supérieur de Musique et de Danse de Lyon in de klas van Rolf Lislevand, waar hij in 2021 zijn DNSPM behaalde.
Het ensemble La Nébuleuse, opgericht in 2021 onder leiding van luitist Gabriel Rignol, brengt zangers en instrumentalisten samen, voor het merendeel afkomstig van het Conservatoire National Supérieur de Lyon. La Nébuleuse biedt het publiek de kans om te luisteren naar weinig bekende en vaak ongepubliceerde werken en streeft ernaar om, op basis van gedegen historisch onderzoek, de interpretatie van de muzikale vertelvormen van het 17de-eeuwse Europa (opera’s, Italiaanse dialogen, madrigalen, oratoria, enz.) te diversifiëren en opnieuw uit te vinden. De verbondenheid tussen de leden van het ensemble (winnaars van prestigieuze internationale prijzen) getuigt van hun verlangen om de banden tussen muzikanten, of het nu zangers of instrumentalisten zijn, te vernieuwen.
Tracklist:
Marc-Antoine Charpentier:
Quare Freumerunt gentes
Salve regina
Henry Du Mont:
Symphonia
Allemanda
Marc-Antoine Charpentier:
Nisi Dominus
Alma Redemptoris Mater
Ave Regina caelorum
Sébastien de Brossard:
Suonata
Marc-Antoine Charpentier:
De Profundis clamavi
Memorare;
Regina caeli
Salve Regina
Egredimini filiae Sion
Litanies de la Vierge
Magnificat


Marc-Antoine Charpentier Motets La Nébuleuse Gabriel Rignol cd musica ficta MF 8040