


Dit mooi geïllustreerd boek behandelt het ‘hoe’ (stijlgeschiedenis) en het ‘wat’ (iconografie) van christelijke voorstellingen, die in het verleden nadrukkelijk in het teken stonden van het gedachtegoed van reformatie en contrareformatie, revolutie en restauratie. 


In de 16de eeuw gingen met de Reformatie de katholieke kerk en de protestantse kerken hun eigen wegen. De Franse Revolutie betekende een nieuwe breuk. Er ontstond een seculiere samenleving, de godsdienstige overtuiging werd voortaan gezien als een persoonlijke aangelegenheid, en na de Revolutie trad een restauratie-periode in en trachtten conservatieve krachten de oude orde te herstellen. Maar, wat betekenden al deze ontwikkelingen voor de verbeelding van het geloof ? Theoloog en kunsthistoricus Peter van Dael gaat in op de verschillen tussen protestantse en katholieke kunst, kijkt naar nieuwe stijlrichtingen die ontstonden met het wegvallen van kerk en hof, behandelt in detail hoe de zelfstandige kunstenaar zich opnieuw liet inspireren door Bijbel en geloof, en hoe de kerk zich via de kunst probeerde te revancheren en teruggreep op oude motieven.


“Dit boek behandelt de geschiedenis van de kunst vanaf de zestiende tot en met de negentiende eeuw voor zover deze door het christendom was bepaald en gaat in op de vraag wat al deze ontwikkelingen – protestantse en katholieke reformatie, revolutie en restauratie – betekenden voor kunst en christendom”, zo lezen we. Bij dit alles geeft Peter van Dael verrijkende antwoorden op de vragen welke thema’s er door de kunstenaars werden behandeld, in hoeverre de kunst de uitdrukking en de spiegel was van wat in een bepaalde tijd gaande was, en hoe de beelden en de geschilderde voorstellingen functioneerden


In de eerste 3 hoofdstukken komen de Contrareformatorische thema’s en de verschillen tussen de kunst van de respectievelijk protestantse en de katholieke reformatie van het Maniërisme en de barok aan bod.


Deze hoofdstukken worden gevolg door een hoofdstuk over de ontwikkeling van de diverse stijlrichtingen van individuele (burgerlijke) kunstenaars en door een hoofdstuk (hoofdstuk 5) over de 19de-eeuwse sculptuur (o.a. beelden in kerken, Jeanne d’Arc en grafsculptuur). In de volgende hoofdstukken gaat het over schilderkunst. Eerst bespreekt de auteur de uitgesproken christelijke signatuur van de Nazareners en de Prerafaëlieten en vervolgens de neostijlen en de kunst (o.a. de kerkelijke schilderkunst in Frankrijk), gemaakt in opdracht van de kerk. Het 8ste- en laatste hoofdstuk behandelt de katholieke, kerkelijke kunstproductie in de 19de eeuw en de eigentijdse kunstontwikkelingen als het Neoclassicisme en Romantiek, Academisme, Realisme en Oriëntalisme, en Postimpressionisme en Symbolisme. Noten, de bibliografie en het handig register vervolledigen het boek.
Peter van Dael (1937) SJ studeerde kunstgeschiedenis, filosofie en theologie, waarna hij kunstgeschiedenis doceerde aan de Vrije Universiteit Amsterdam en de Pontificia Università in Rome. Eerder schreef hij “Tot lering en verering, functies van kunst in de Middeleeuwen”, “Van catacombe tot Sixtijnse Kapel, Geloof verbeeld in de vroegchristelijke tijd, middeleeuwen en renaissance”, samen met de theoloog en kunsthistoricus, Gerard Wellen: “Verbeelding Van Het Woord, een iconografische studie”, en “Verbeelding Van Het Woord 2, de Middeleeuwen (600-1500) : een iconografische studie”.


Peter van Dael Reformatie, revolutie, restauratie, Geloof verbeeld in de 16de – 19de eeuw 242 bladz. geïllustreerd uitg. Walburg ISBN 9789464566420