


De internationaal bekende pianiste Yulianna Avdeeva presenteert Sjostakovitsj’ “24 Preludes en Fuga’s” op. 87, een van de belangrijkste werken in het pianorepertoire. Deze monumentale cyclus, volgend op Bachs “Wohltemperierte Klavier”, is één van de meest veeleisende werken voor piano, ooit gecomponeerd. Yulianna Avdeeva voegt zich met haar fenomenale uitvoering bij die enkele pianisten, die ooit de uitdaging zijn aangegaan om het hele werk, dat zelden in zijn geheel te horen is, uit te voeren. Niet te missen!



Na 1945, werd Sjostakovitsj als Sovjet Ruslands prominentste componist uitgekozen om de Sovjet Unie als cultureel ambassadeur in het buitenland te vertegenwoordigen Eén van die reizen ging in 1950 naar Leipzig om het Festival ter herdenking van de 200ste sterfdag van Johann Sebastian Bach bij te wonen. Aan Sjostakovitsj werd gevraagd om deel te willen uitmaken van de jury van de eerste Internationale muziekwedstrijd, het “Internationaler Bach Wettbewerb Leipzig”, georganiseerd door het Bach-Archiv Leipzig. Eén van de deelnemers aan de wedstrijd was de 26-jarige Tatiana Nikolayeva (foto) uit Moskou, een leerlinge van Aleksandr Goldenweiser en Jevgeni Goloebev.

De joods-Russische pianist, Alexandr Goldenweiser (1875-1961) (foto), (afkomstig uit Bessarabië), één van de grondleggers van de moderne Russische pianoschool en een goede vriend van Tolstoj, was zelf leerling geweest van Alexander Siloti en Pavel Pabst, een vriend van Tsjaikovski, die hem “een door God gezegende pianist” noemde, en had compositieles gekregen van Mikhail Ippolitov-Ivanov, Anton Arensky en Sergei Taneyev. Rachmaninov droeg zijn Tweede Suite, op. 17 aan hem op en tot zijn leerlingen (hij leidde meer dan 200! pianisten op), behoorden Lazar Berman en Dmitry Kabalevsky. In de jaren ’30 componeerde hij “Contrapuntische schetsen”. Met dit werk was Goldenwieser als voorloper van Sjostakovitsj, de eerste Russische componist die een reeks polyfone stukken componeerde in zowel de majeur- als de mineurtoonsoort. Jevgeni Goloebev (1910-1988) (foto), de andere leraar van Tatiana Nikolayeva, was op zijn beurt leerling geweest van Nikolaj Mjaskovski, Nikolaj Zjiljajev en Sergej Prokofjev.


Tatiana Nikolayeva had zich voor de wedstrijd in Leipzig voorbereid om elk van de 48 stukken uit Bachs “Wohltemperiertes Klavier” te spelen. Ze behaalde de eerste prijs en door deze fenomenale prestatie begon Sjostakovitsj zelf met het componeren van 24 preluden en fuga’s met tal van verwijzingen naar en citaten uit Bachs cyclus. In Bachs “Wohltemperiertes Klavier” werden de preluden en fuga’s weliswaar gerangschikt in parallelle majeur-mineurparen, die de chromatische toonladder opklimmen, wat verschilde met de preluden en fuga’s in alle majeur- en mineurtoonaarden van Sjostakovitsj’ op. 87, gerangschikt volgens opeenvolging in de kwintencirkel.


Het kostte Sjostakovitsj gemiddeld drie dagen om één stuk te componeren en iedere keer als hij een nieuw deel had gecomponeerd, nodigde hij Nikolayeva uit om het te spelen. Sjostakovitsj componeerde de complete cyclus tussen oktober 1950 en februari 1951, en droeg het meesterwerk op aan Nikolayeva, die de preluden en fuga’s in december 1952, in Leningrad in première speelde. Vooraleer Tatiana Nikolayeva het werk in première speelde, had Sjostakovitsj in maart 1951, reeds de eerste helft van de cyclus privé uitgevoerd voor de “Unie van Sovjetcomponisten”, een op verzoek van het Centraal Comité van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie, in 1932, in het laatste jaar van de Culturele Revolutie en het eerste Vijfjarenplan, door Stalin opgerichte organisatie voor componisten, musici en musicologen.
De Unie was opgericht ter vervanging van de verschillende verenigingen die er al waren, zoals de beide in 1923, opgerichte “Vereniging voor Hedendaagse Muziek” (voor avant-gardemuziek) en de “Russische Vereniging van Proletarische Musici” (RAPM), die pleitte voor “massaliederen” voor koren met gemakkelijk toegankelijke melodieën, geïnspireerd door volksmelodieën. Dicht bij de ideologie van RAPM stond de organisatie “Prokoll” (Productiecollectief van Studenten van het Conservatorium van Moskou), opgericht halverwege de jaren ’20, waartoe later Dmitry Kabalevsky en Aram Khachaturian behoorden. Tijdens het eerste grondwetgevend congres van de post-Stalin Unie van Sovjetcomponisten, gehouden in Moskou in april 1960, werd Dmitri Sjostakovitsj unaniem verkozen tot secretaris-generaal.
Tatiana Nikolayeva werd een wereldberoemde pianiste en componiste (van o.a. 2 Pianoconcerti, een Vioolconcerto en een Symfonie), en werd zelf docente aan het conservatorium van Moskou, waar ze o.a. de lerares was van Nikolaj Luganski en András Schiff. Ze componeerde trouwens tussen 1951 en 1953, zelf ook 24 Concert Études, op. 13, in alle grote- en kleine tertstoonaarden en nam de complete 24 preluden en fuga’s van Sjostakovitsj wel 4 keer op, in 1962, in 1987 (beide oorspronkelijk uitgebracht door Melodiya), in 1990 (Hyperion Records) en in 1992 als een gefilmde uitvoering (Medici Arts).
Reeds in 1933, had de jonge Sjostakovitsj 24 Preludes, op. 34 gecomponeerd, een cyclus (niet te verwarren met zijn 24 preluden en fuga’s op. 87), met telkens één prelude in de grote- en kleine tertstoonaard, geordend volgens de kwintencirkel. Sjostakovitsj begon met het componeren van de preludes in december 1932, kort nadat hij zijn opera “Lady Macbeth van het district Mtsensk” had voltooid. Hij voltooide de cyclus in maart 1933, en speelde de preludes in mei van datzelfde jaar zelf in première in Moskou. Hij componeerde de preludes grotendeels om zelf weer in het openbaar op te treden. Hij was in 1930 nl. gestopt met optreden, nadat hij er in 1927, niet in geslaagd was een plaats te bemachtigen op de Eerste Internationale Chopin Pianowedstrijd.

De preludes werden voor het eerst uitgegeven in 1935 en in de jaren ’30 transcribeerde de violist Dmitri Tsyganov (1903-1992) (foto), een gewezen leerling van Alexander Mogilevsky en Georgy Catoire, op meesterlijke wijze, 19 van de 24 preludes voor viool en piano. De jonge Tsyganov was net na de revolutie van 1917, directeur geweest van het Symfonieorkest van de Politieke Afdeling van het Rode Leger en was in 1923, één van de oprichters geweest van het legendarisch “Beethoven Kwartet” (met Sjostakovitsj op de foto), dat met Tsyganov als eerste violist, veel strijkkwartetten van Sjostakovitsj in première speelde.
Als aanvulling op de iconische 24 preluden en fuga’s presenteert Avdeeva ook de voltooiing van een alternatieve “Prelude en Fuga in cis mineur”, ontdekt door de vooraanstaande Sjostakovitsj-experte Olga Digonskaja, voltooid door de Poolse componist en Sjostakovitsj-biograaf Krzysztof Meyer (1943) (foto). Sjostakovitsj schetste een eerste prelude in cis mineur in 1950, maar besloot toen om een nieuw prelude-fuga paar in deze toonaard te componeren, die uiteindelijk zijn weg vond naar op. 87. De schets van de oorspronkelijke prelude werd in 2005, ontdekt in de Sjostakovitsj archieven in Moskou. Krzysztof Meyer voltooide het fragment in 2019 en voegde er zijn eigen fuga aan toe “in de stijl van Sjostakovitsj”. Deze ontdekking voegt een nieuwe, spannende dimensie toe aan de cyclus en zal voortaan een belangrijk onderdeel vormen van het verhaal achter deze uitzonderlijke uitgave.
De Russische pianiste Yulianna Avdeeva (1985) met een vurig temperament en virtuositeit, won in 2010 de eerste prijs van de Internationale Chopin Pianocompetitie, die haar internationale faam opleverde door pure passie en muzikaliteit en haar technische betrouwbaarheid, in uitvoeringen die “vol diepgang en kleur” waren (The Telegraph). Ze is de vierde vrouw die deze titel heeft gewonnen, na Halina Czerny-Stefańska, Bella Davidovich (ex aequo in 1949) en Martha Argerich (1965). In 2022 prees de Pittsburgh Post-Gazette Avdeeva als een “eenvrouwskrachtpatser van epische allure”.
Avdeeva werd geboren in Moskou. Ze begon op vijfjarige leeftijd met pianolessen, studeerde aan de Gnessin Speciale School voor Muziek in Moskou en studeerde af aan de Universiteit voor de Kunsten van Zürich. Na haar afstuderen werd ze assistent van haar leraar, Konstantin Scherbakov. Vanaf 2008, studeerde Avdeeva aan de Internationale Pianoacademie Comomeer bij Dmitri Bashkirov. In het voorjaar van 2025, ter herdenking van de 50e sterfdag van Dmitri Sjostakovitsj, voerde Avdeeva de 24 preludes en fuga’s, opus 87 uit in het Gewandhaus in Leipzig, als onderdeel van een Sjostakovitsj-festival met het Gewandhausorkest in samenwerking met het Boston Symphony Orchestra. Hoogtepunten van Avdeeva’s kamermuziekseizoen 2024-25 waren onder meer het Kwintet van Alfred Schnittke, met leden van de Wiener Philharmoniker, op de Salzburger Festspiele; Schnittke’s Concert voor piano en strijkers en Concerto Grosso nr. 6, met Gidon Kremer en Kremerata Baltica, en een triotournee met Julia Fischer en Daniel Müller-Schott op het Rheingau Musikfestival, Kissinger Sommer en de Wigmore Hall in Londen.


Shostakovich Preludes & Fugues Op. 87 Yulianna Avdeeva 2 cd Pentatone PTC5187480