


Een schitterend, inspirerend boek over schoonheid en kunst, over rouw en over tijd, geschreven door een suppoost van het New Yorks Metropolitan Museum of Art, een boek over de helende kracht van kunst, want, zijn oudere, geliefde broer Tom, werd gediagnosticeerd met terminale kanker…
Patrick Bringley was 22, was afgestudeerd aan de New York University en Hunter College en werkte bij The New Yorker in de evenementenbranche. Hij woonde in de stad, vlak bij zijn oudere broer Thomas, die bezig was met een doctoraat in biowiskunde. Toen gebeurde het ondenkbare: bij Thomas werd kanker vastgesteld. De twee jaar van de ziekte van de oudere Bringley worden besteed aan het kijken naar honkbalwedstrijden op de televisie in het ziekenhuis, het hardop voorlezen van Dickens en het afronden van een proefschrift. Patrick brengt Chicken McNuggets naar zijn broer en noteert zijn gedachten over medische brochures. Op een heel late avond, wanneer Thomas af en toe bij bewustzijn is, noteert Patrick de beschrijving die zijn broer gaf van een leven dat werd afgebroken. Zijn broer overleed in 2008. Terwijl hij rouwde om Thomas, begon Patrick te werken bij de Met…
Miljoenen mensen beklimmen in New York elk jaar de grote marmeren trap om het Metropolitan Museum of Art te bezoeken. Maar slechts een selecte groep heeft onbeperkte toegang tot alle hoeken. Het zijn de suppoosten of zaalwachters die onopvallend rondlopen in donkerblauwe pakken en een waakzaam oog houden op de schatkamer van twee miljoen vierkante meter. Patrick Bringley, die helemaal opging in zijn glamoureuze, prille carrière bij The New Yorker, had nooit gedacht dat hij een van hen zou zijn. Toen zijn oudere broer de diagnose kreeg dat hij ongeneeslijke kanker had, voelde Patrick de behoefte om te ontsnappen aan de hectiek van het dagelijks leven. Dus zegde hij zijn baan bij de krant op en zocht hij troost op de mooiste plek die hij kende.
In het najaar van 2008 aanvaardde hij zijn functie bij het Metropolitan Museum of Art. Tot verrassing en tot genoegen van de lezer werd dit tijdelijk toevluchtsoord tien jaar lang Bringleys tweede thuis. Hij draagt een blauw pak, dat op maat is gemaakt en regelmatig chemisch gereinigd wordt. Hij krijgt een introductie- en trainingsprogramma, inclusief een proefperiode. Speciale schoenen en een toelage voor sokken horen bij zijn baan. Betonnen vloeren zijn minder geschikt dan de zachtere houten vloeren. We volgen hem terwijl hij delicate schatten bewaakt, door de labyrinten onder de galerijen wandelt, negen paar bedrijfsschoenen verslijt en zich verwondert over de prachtige werken die aan zijn zorg zijn toevertrouwd. Naarmate zijn band met zijn collega’s en de kunst groeit, begrijpt hij wat een voorrecht het is dat hij zich kan afzonderen in deze kleine wereld, en begint hij de beste aspecten van de grotere wereld erin terug te vinden.


“Jarenlang”, schrijft Bringley, “had ik de mannen en vrouwen die in New Yorks groot kunstmuseum werkten, opgemerkt. Niet de conservatoren in hun kantoren maar de bewakers die in elke hoek stonden. Hij besteedde de hele dag aan het absorberen en verzamelen van de artistieke meesters uit het verleden.
Gedurende tien jaar van Bringleys 8-12 uur durende diensten, leidt hij bezoekers door het uitgestrekt museum, dat volgens hem “ongeveer zo groot is als 3000 gemiddelde appartementen in New York City en bijna twee miljoen objecten bevat, waarvan slechts een fractie tegelijk wordt tentoongesteld. Hij leidt u naar de kelder, waar houten kratten schilderijen en antiquiteiten bevatten, waarvan sommige nooit het daglicht zien. In totaal heeft het museum tweeduizend mensen in dienst, variërend van beheerders tot conservatoren, timmerlieden, lampers (zij die ontbrekende lampen controleren en vervangen), riggers (beelden en kunstwerken zijn zwaar), handlers en meer. Het museum heeft tot 20.000 bezoekers per dag en in totaal heeft The Met 120 guards in dienst, van wie sommigen nachtdiensten draaien.
“Al het moois in de wereld” is opgebouwd uit echte gebeurtenissen en belevenissen in de tien jaar dat Patrick Bringley museumsuppoost was. Bijzonder boeiend is hoe hij met zijn eerbiedig, eerlijk en toegankelijk proza, de kunst en de kunstgeschiedenis tot leven brengt, verweven met het dagelijks doen en laten van mensen. U leest niet alleen over belangrijke kunstwerken, maar krijgt ook inzicht in de immense omvang van “The Met”, een schatkamer van 190,000 m2. Achteraan het boek staan trouwens de genoemde kunstwerken.
Hoewel in eerste instantie, verdriet en verlies een belangrijke rol spelen in Bringleys boek, is er ook sprake van een verschuiving, misschien wel van een grote liefde. Rouw is eigenlijk een andere manier van liefhebben, waarbij rouwen om iemand of iets een belofte is om van diegene te houden. Wat alleen gezegd kan worden als een manier voor de auteur om zich terug te trekken in een geïsoleerde wereld van schoonheid, komt hij terecht in een grotere, lichtere wereld waarin hij niet alleen echtgenoot, maar ook vader is geworden. Misschien gaat kunst over de verspreiding van creativiteit, ideeën en menselijkheid, zeker, maar ook over de heruitvinding van een individu. Een prachtig verhaal over schoonheid, maar ook een verhaal over verdriet, het evenwicht tussen eenzaamheid en kameraadschap en het vinden van vreugde in zowel het verhevene als het alledaagse. Een innemend, ontwapenend en ontroerend boek, dat aantoont dat verdriet gecompartimenteerd en getransformeerd kan worden in schoonheid. “All the Beauty in the World, The Metropolitan Museum of Art and Me” werd geïllustreerd met tekeningen van de Visual Development Artist, Maya McMahon, en werd vertaald door Annemie de Vries. Zeker lezen!


Patrick Bringley bleef tot 2019 bij de Met en nam een tijdje vrij vanwege ouderschapsverlof (hij is vader van Oliver en Louise en getrouwd met Tara, een onderwijzeres). Nadat hij zijn “M”-speldjes had opgegeven, begon hij rondleidingen te geven langs historische en culturele plekken in Manhattan, waaronder zijn voormalige werkplaats, om zijn liefde voor verhalen vertellen te benutten.


Patrick Bringley Al het moois in de wereld Kunst, verlies en het leven door de ogen van een museumsuppoost 238 bladz. uitg. Meulenhoff ISBN 9789089683700