


Centraal in de nieuwe kwantumtheorie stond het denken over de structuur van atomen, over de aard van elektronen en lichtdeeltjes. Dit nucleair tijdperk begon weliswaar met de explosie van de eerste atoombom in de woestijn van New Mexico in juli 1945. Terwijl hij de motivaties van belangrijke spelers onderzoekt, confronteert Plokhy de cruciale vraag van onze tijd: wat kunnen we leren van de eerste nucleaire wapenwedloop die ons kan helpen de nieuwe te stoppen? Een huiveringwekkend verslag van meer dan een halve eeuw nucleaire rampen.

Begin 20ste eeuw, in het gouden tijdperk van de natuurkunde, zette een groep wetenschappers het bestaand wereldbeeld nl. op zijn kop. Met hun baanbrekende onderzoeken veroorzaakten zij een wetenschappelijke golf die leidde tot een compleet nieuwe kijk op de wereld. Het tijdperk van de relativiteitstheorie en de kwantummechanica was echter ook het tijdperk van oorlogen en revoluties. Zo zorgde de ontdekking van radioactiviteit voor een doorbraak in de wetenschap, maar leidde uiteindelijk ook tot Hiroshima en Nagasaki.
Robert Oppenheimer (1904-1967) was de “briljante” wetenschapper en organisator achter het ultrageheim “Manhattan Project”, waarmee de VS de eerste atoombom ontwikkelde. Oppenheimer was een complexe persoonlijkheid, die ook een brede culturele belangstelling had. Marie Curie (foto), Planck, Bohr, Heisenberg, Schrödinger en Einstein hebben niet alleen een revolutie teweeggebracht in de natuurkunde, ze hebben ook onze wereld opnieuw uitgevonden. Het waren intellectuele avonturiers, die diepe vriendschappen en bittere vijandschappen deelden. De vaak kruisende levenspaden van deze denkhelden bieden een rijke schat aan geweldige verhalen, verweven met de loop van de geschiedenis, de Eerste Wereldoorlog, honger, pandemie, antisemitisme, inflatie, nationaalsocialisme, vlucht en verdrijving.

Meermaals discussieerde o.a. Albert Einstein met Marie Curie, Werner Heisenberg en Niels Bohr in het Brussels Hotel Métropole over nucleaire wetenschap. De wetenschappers, theoretici en experimentalisten kwamen er van 30 oktober tot 3 november 1911 samen op uitnodiging van Ernest Solvay (1838-1922). Het ultiem resultaat was een nucleaire kettingreactie. Zonder het erts van Union Minière zou de VS in 1945 niet genoeg splijtbaar materiaal gehad hebben. De meerderheid van het Uranium voor het Manhattanproject kwam van de Shinkolobwe-mijn in Belgisch-Congo.
Eind maart 1979, ontvluchtten bijna 145.000 Amerikanen hun huizen in en rond Harrisburg, Pennsylvania, in de hoop zichzelf te redden van een onzichtbare vijand: straling. De reactor van de nabijgelegen kerncentrale Three Mile Island was gedeeltelijk gesmolten en wetenschappers vreesden een explosie die straling door het oosten van de Verenigde Staten zou kunnen verspreiden. Gelukkig vond de explosie nooit plaats, maar het ongeluk liet diepe sporen na in de Amerikaanse psyché en maakte zo goed als een einde aan de liefdesrelatie van het land met kernenergie.
In “Atoms and Ashes” beschreef Serhii Plokhy de dramatische geschiedenis van Three Mile Island en vijf andere ongelukken die de nucleaire industrie in haar militaire en civiele vorm hebben geplaagd: de rampzalige gevolgen van de waterstofbomtest op het atol Bikini in 1954; de kernramp van Kyshtym in de USSR, die een groot deel van de Oeral vervuilde, de Windscale-brand, het ergste nucleaire ongeluk in de geschiedenis van het Verenigd Koninkrijk, terug naar de USSR met Tsjernobyl, het resultaat van een gebrekkig reactorontwerp dat leidde tot de exodus van 350.000 mensen en, meest recent, Fukushima in Japan, veroorzaakt door een aardbeving en een tsunami, een ramp die te vergelijken is met Tsjernobyl en die wij niet in ons leven zullen opruimen.
Aan de hand van de verhalen over deze zes angstaanjagende incidenten onderzocht Plokhy de risico’s van kernenergie, zowel voor militaire als voor vreedzame doeleinden, en geeft hij een levendig beeld van hoe individuen en overheden beslissingen nemen onder buitengewone omstandigheden. Tegenwoordig zijn er wereldwijd 440 kernreactoren in bedrijf, waarbij kernenergie 10 procent van de wereldwijde elektriciteit levert. Maar nu de wereld probeert de CO2-uitstoot te verminderen om klimaatverandering tegen te gaan, rijst de vraag: hoe veilig is kernenergie eigenlijk?
In “The Nuclear Age” onderzocht Serhii Plokhy nu waarom regeringen kernwapens hebben verworven en opgeslagen en onthult hij het wereldwijde falen om zinvolle kernwapenverdragen te sluiten. Plokhy laat zien hoe het risico op een kernoorlog sinds de Cubaanse raketcrisis van 1962 nog nooit zo hoog is geweest: Rusland dreigt met nucleaire agressie in zijn oorlog tegen Oekraïne, China bouwt honderden nieuwe raketbases, en India en Pakistan zijn verwikkeld in een voortdurende nucleaire concurrentiestrijd. Plokhy onderzoekt ook hoe meer landen dan ooit in de gevarenzone van de verwerving van kernwapens zijn gekomen, terwijl nieuwe technologieën, zoals hypersonische raketten en kunstmatige intelligentie, het nucleaire landschap steeds onvoorspelbaarder maken. Een meeslepende geschiedenis van de geopolitieke aspecten van de nucleaire wapenwedloop, van de eerste atoombom tot de huidige haast om kernwapens aan te leggen.
Van Hiroshima, Nagasaki en de Castle Bravo-test van 1954 tot de snel ontwikkelende nucleaire programma’s van Noord-Korea en Iran, onthult The Nuclear Age de angst die de verspreiding van kernwapens regeert. Plokhy portretteert de wereldspelers die deze angst hebben gediagnosticeerd, aangewakkerd en beïnvloed, van H.G. Wells tot Nikita Chroesjtsjov en Vladimir Poetin, en hij schetst wat we uit ons verleden kunnen leren om de wapenwedloop van vandaag te beheersen. Nu het gevaar van een kernoorlog imminent blijft, analyseert The Nuclear Age ons tijdperk van herbewapening.

Terwijl regeringen hun wapenarsenaal opnieuw opbouwen, dreigen Rusland, China en Noord-Korea met nucleaire agressie, zijn India en Pakistan verwikkeld in voortdurende nucleaire rivaliteit, en lijken meer landen dan ooit – zoals Iran – bijna in staat om zelf kernwapens te produceren. Het atoomtijdperk legt de onmacht bloot die onze tijd beheerst, terwijl het gevaar van een nucleaire oorlog of aanslag steeds groter wordt. “The Nuclear Age, An Epic Race for Arms, Power, and Survival” werd vertaald door Linda Broeder, Gretske de Haan, Arjanne van Luipen en Nannie de Nijs Bik-Plasman.
“Is er iets wat we kunnen leren van de eerste kernwapenwedloop dat ons nu kan helpen om de nieuwe te stoppen of op zijn minst te beheersen? vraagt de auteur zich af. “Dat is de vraag die ik in dit boek probeer te beantwoorden”, zo schrijft hij. “Door de geschiedenis van de kernwapenwedloop te vertellen, zal ik laten zien hoe de ‘club’ die nu de kernwapengemeenschap vormt is ontstaan. Maar de zaken die me het meest interesseren hebben met het ‘waarom’ te maken. Wat dreef individuele landen ertoe zich te committeren aan de enorme kosten van het bouwen van atoom- en waterstofbommen en zich vervolgens bezig te houden met het opbouwen van een kernwapenarsenaal? Waarom besloten landen die kernwapens bezaten hun arsenaal te beheersen en zelfs in te krimpen, terwijl andere besloten de kernwapens die ze bezaten helemaal op te geven?”
Serhii Plokhy is hoogleraar Oekraïense geschiedenis en directeur van het Harvard Ukrainian Research Institute aan Harvard University. Hij is de auteur van “Chernobyl: History of a Tragedy”, dat de Baillie Gifford Prize en de Pushkin House Book Prize won, en van de New York Times- bestseller “The Gates of Europe”. Zijn veelgeprezen boeken, “De alliantie van wantrouwen, Amerikaanse militairen achter de Sovjetlinies en het begin van de Koude Oorlog” “The Russo-Ukrainian War, “Nuclear Folly, A New History of the Cuban Missile Crisis” en “Atoms and Ashes: from Bikini Atoll to Fukushima”, zijn in meer dan twaalf talen vertaald.

Serhii Plokhy Het atoomtijdperk Een ijzingwekkende strijd om wapens, macht en voortbestaan 430 bladz. uitg. Querido ISBN 9789025319854