


Satie had een korte maar stormachtige affaire met de schilderes Suzanne Valadon (1865-1938). Het portret dat zij van hem maakte, dat op de cover van de cd staat, heeft de pianist Guillaume Coppola opgevat als een intiem portret van de componist, “een portret gemaskeerd door een sluier van bescheidenheid of provocatie, tussen antieke en oosterse inspiratie, mystieke aspecten, humor en cabaret”.

Erik Satie (1866-1925) neemt een bijzondere positie in. Hij is een niet gemakkelijk te vatten musicus, wiens belang kan worden afgemeten aan de invloed die hij uitoefende op componisten als Ravel, Stravinsky, Les Six en zelfs Debussy, die met hem bevriend was. Zijn beroemdste pianowerk is ongetwijfeld de verzameling Trois Gymnopédies (1888), een wakende droom over het oude Griekenland, waarvan de heldere transparantie gepaard ging met een perfecte compositie. Maar, Satie componeerde ook nog andere pianomuziek dan “Gymnopédies” en “Gnossiennes”…
Hoe ontzettend mooi en origineel de miniaturen, Gymnopédies” en “Gnossiennes” ook zijn, het écht vernieuwende en meest originele, stak in Satie’s andere pianowerken. Satie was daarenboven meer dan het archetype van de pianistische minimalist. Hij heeft als componist de grens tussen klassieke muziek en niet-klassieke muziek en populaire stijlen verlegd en introduceerde verschillende esthetische begrippen als minimalisme, dadaïsme, onzin of surrealisme in de muziek. Daarmee heeft hij ook zijn sporen nagelaten in verschillende kunsten.
Francis Picabia kondigde bv. in oktober 1924, in het laatste nummer van “391”, onder de titel “Dadaïsme-Instantéïsme”, de première aan van het knettergek ballet, “Relâche”, en de pauzefilm “Entr’acte”, een gezamenlijk dubbelproject van de Ballets Suédois van Rolf de Maré, Francis Picabia (decors), Erik Satie (muziek), René Clair (film) en Jean Börlin (choreografie).
In 1889 ontmoette Satie, Joséphin Péladan (foto), de grootmeester van de Orde van de Rozenkruisers. Aangetrokken door de spirituele mengeling van religie, mystiek en cultus uit de middeleeuwen, en muzikaal geïnspireerd door Wagners “Parsifal”, werd Satie de huiscomponist van de Orde. In 1892 kwam er weliswaar een einde aan deze betrekking, omdat hij een andere muzikale voorkeur koesterde. Satie stichtte nl. zijn eigen kerk, de “Église métropolitaine d’art de Jésus-Conducteur”.
Deze meest esoterische onder de Franse componisten liet werken na die, ondanks hun bedoeling om onontcijferbare boodschappen te blijven met raadselachtige titels, bv. “Préludes flasques”, “Pièces froides” of “Morceaux en forme de poire”, composities zijn geworden, waarvan de impact hun tijd ver oversteeg en alle toehoorders boeiden, zowel ingewijden als leken. Deze muzikale raadsels voor piano, hypnotiseren door hun oneindige herhalingen en bevragen zonder enig antwoord. Satie verfraaide de partituren van deze composities met allerlei geschreven, vaak esoterische opmerkingen, waarmee hij de uitvoerder aanmoedigde een verhaal te vertellen met zijn muziek. De magie van Satie dompelt u onder in een inwijding naar intimiteit, in afwezigheid van tijd en taal.
In 1894, exposeerde Suzanne Valadon voor het eerst op de Parijse salon, met voornamelijk portretten, waaronder een portret van Erik Satie. Sinds 1888 had Valadon een relatie met de rijke financier Paul Mousis. Hij wilde met haar trouwen. Ze wees zijn aanbod af, uit angst haar onafhankelijkheid te verliezen, maar stemde ermee in zijn maîtresse te worden. Tijdens haar relatie met Mousis, in januari 1893, ontmoette ze de jonge componist Erik Satie, die als pianist in een cabaret werkte. Hij kwam bij haar en Mousis aan tafel zitten, en nog voor het gesprek was afgelopen, vroeg hij haar ten huwelijk.
Suzanne Valadon verhuisde naar een kamer naast de zijne aan de Rue Cortot en hij zou haar de ochtend na hun eerste nacht samen ten huwelijk hebben gevraagd. Satie raakte geobsedeerd door haar, noemde haar zijn “Biqui” en schreef hartstochtelijke aantekeningen over “haar hele wezen, mooie ogen, zachte handen en kleine voeten”. Na zes maanden vertrok ze, hem verwoest achterlatend. Ze was de enige bekende intieme relatie van de componist.
Satie ging vaak uit met zowel Valadon als Mousis en koesterde de hoop dat ze uiteindelijk voor hem zou kiezen, omdat ze duidelijk om hem gaf. Ze schilderde zijn beroemd portret en nam uiteindelijk de rol van verzorgende op zich, waarbij ze dingen deed zoals Saties sokken stoppen en hem het avondeten klaarmaken…Hij werd smoorverliefd op haar en Valadon bleek een creatieve inspiratiebron. Men gelooft dat “Danses gothiques” in maart 1893, gecomponeerd werd als een poging om hun turbulente relatie te versoepelen. In april van dat jaar schreef hij een vier-maten lied voor piano en zang met de tekst “Bonjour Biqui, Bonjour!” (Biqui was de bijnaam die hij haar had gegeven.)

Haar relatie met Satie was duidelijk nooit op een solide basis gebouwd, en ze gingen in 1893 uit elkaar. Satie was buiten zichzelf van verdriet. Een luisteraar kan iets van zijn gevoelens horen in Vexations, een kort stuk waarvan algemeen wordt aangenomen dat het voor piano is, hoewel er geen instrumentatie wordt gespecificeerd. De instructies lijken de speler te instrueren om het stuk 840 keer te spelen. De eerste keer dat het op deze manier werd gespeeld, was in de jaren 60.


De miniatuur “Bonjour Biqui” en het motief van de “Vexations” bevatten zeldzame toespelingen op Valadon en vormen komma’s tussen deze hoofdstukken, evenals Désespoir agréable, waarvan de titel alleen al Saties leven en werk lijkt samen te vatten. Dit eerbetoon verschijnt ter gelegenheid van de honderdste sterfdag van Satie. Op het programma staan onder meer de beroemde Gymnopédies en Gnossiennes, maar het album bevat ook zeldzame en zelden opgenomen ontdekkingen die getuigen van de rijkdom van de werken van de grillige Satie.


Na het conservatorium van Besançon, studeerde de Franse pianist Guillaume Coppola (1979) aan het conservatorium van Parijs bij Bruno Rigutto, Nicholas Angelich, Hervé Billaut en Marie-Françoise Bucquet, en kamermuziek bij Christian Ivaldi, Ami Flammer en Claire Désert. Daarnaast volgde hij ook masterclasses van Claude Helffer, Jean-Claude Pennetier, Dominique Merlet, John O’Conor, Leon Fleisher en Dmitri Bachkirov (2003). Als kamermuzikant werkt hij samen met de kwartetten Voce, Parisii, Debussy, Alfama, met Régis Pasquier, Patrice Fontanarosa, Nicolas Dautricourt, Antoine Pierlot en begeleidt hij de zangers Marc Mauillon, Laia Falcón en Bénédicte Tauran. In 2016, bedacht hij een recital met de titel “Music of Silence”, met werken van Mompou, Satie, Ravel, Chopin en Debussy en stelde dit programma in 2018, samen op een cd van het label Eloquentia. Hij geeft pianoles aan het conservatorium van Aulnay-sous-Bois.


Satie amoureux Guillaume Coppola cd Alpha 1192