


De Oostenrijkse componist Erich Wolfgang Korngold (1897-1957) was een van de grootste wonderkinderen uit de muziekgeschiedenis. Zijn pianostijl was vanaf het begin heel persoonlijk en volwassen, hoewel hij blijkbaar nauwelijks les had op het instrument. Afgezien van een paar lessen op vijfjarige leeftijd (niet van een gerenommeerde leraar, maar van een behoeftig familielid), lijkt hij zichzelf alles te hebben aangeleerd. De Britse pianist Martin Jones bracht “The Complete Piano Music of Erich Korngold” uit op vier cd’s, die nog steeds verkrijgbaar zijn. Deze compilatie bevat veel van de verbazingwekkende werken die Korngold voor zijn tienerjaren componeerde.

De joodse componist, Erich Wolfgang Korngold (1897-1957), uit Brünn (Brno), was de zoon van Julius Korngold (1860-1945), die assistent was van de muziekcriticus Eduard Hanslick (1825-1904). Erich werd beschouwd als een wonderkind. Gustav Mahler noemde hem zelfs ‘de nieuwe Mozart’ en Mengelberg omschreef hem ooit als “een uit de hemel gevallen musicus”. Mahler beval Korngold aan bij Alexander von Zemlinsky, maar Zemlinsky constateerde dat hij Korngold niets meer kon leren. Al op 9-jarige leeftijd ging hij aan het Weense conservatorium bij Robert Fuchs studeren en het Wunderkind werd een protegé van Keizer Franz Joseph. Op 11-jarige leeftijd componeerde de jongen de pantomime “Der Schneemann”. De oorspronkelijke pianoversie werd door Alexander von Zemlinsky georkestreerd en in 1910 werd het werk in een choreografie van de toen heel beroemde, Duitse Zirkus-Clown, Akrobat, Schleuderbrett-Springer, Ballettmeister, en Tanzlehrer der Wiener Hocharistokratie, Carl Godlewski, o.l.v. Franz Schalk, aan de Wiener Hofoper opgevoerd. Erich was toen dertien jaar!


Op 14-jarige leeftijd componeerde hij “Eine Schauspiel-Ouvertüre”, die in première gespeeld werd door Arthur Nikisch. Op 15-jarige leeftijd componeerde hij een Sinfonietta die vaak gedirigeerd werd door Richard Strauss en Felix Weingartner. In 1917 componeerde hij als 20-jarige de “Kaiserin Zita-Hymne”. Tot in de jaren 1930 reisde Korngold heel Europa door. De eerste reizen waren initiatieven van zijn vader, een opvallende gelijkenis met Mozart en zijn vader Leopold. In 1934 kwam Korngold voor het eerst in Hollywood met de opdracht om muziek te componeren bij de film “A Midsummer Night’s Dream”. Daarvoor bewerkte hij de gelijknamige muziek van Mendelssohn. De film was geregisseerd door Max Reinhardt en William Dieterle, met jonge acteurs als James Cagney als Nick Bottom, Mickey Rooney als Puck en Olivia de Havilland als Hermia. De balletscènes werden gechoreografeerd door Bronislava Nijinska. Het was Hollywoods Golden Age. Korngolds grootste kritische successen waren op het gebied van opera en filmmuziek. Zijn vroege toneelmuziek weerspiegelde de theatrale bravoure van de opera en anticipeerde op zijn eigen latere filmische technieken.
Martin Jones (1940), de gewezen leerling van Guido Agosti, Guy Jonson en Gordon Green aan de Royal Academy of Music in Londen, is sinds hij voor het eerst internationale aandacht kreeg in 1968 toen hij de “Dame Myra Hess Award” ontving, één van de meest gewaardeerde pianisten van Groot-Brittannië. In datzelfde jaar maakte hij zijn debuut in de Queen Elizabeth Hall in Londen en zijn debuut in Carnegie Hall in New York.
Tracklist:
Die tote Stadt, Op. 12: Große Fantasie (arr. for piano by Ferdinand Rebay)
Piano Sonata No. 1 in D minor
4 Kleine fröhliche Walzer
Don Quixote
Märchenbilder, Op. 3
Das Wunder der Heliane, Op. 20: Zwischenspiel (Intermezzo)
4 Kleine Karikaturen for Piano, Op. 19
Piano Sonata No. 2 in E major, Op. 2



The Best of Martin Jones, Discover Erich Korngold cd Nimbus Records NI7743